
De kortste weg naar Cambodja vanaf Pattaya valt niet echt mee. De kokoseilandjes langs de kust zijn mooi genoeg voor een Bounty-tussenstop. Maar weg ‘3’ langs de kust is breed, saai en verschrikkelijk heet. Regelmatig stoppen we langs de weg voor een kingsize watermeloen of een overdosis cola. De Thai kijken telkens geschokt toe hoe zich een grote plas zweet onder onze zitplaatsen vormt.
Bij nadering van de Cambodjaanse grens zakt de temperatuur en de welvaart. Het laatste Thaise dorpje, Klongh Yai, is oorspronkelijk boven zee gebouwd. Traditioneel gooit men alles wat weg moet onder de hut. Helaas heeft e.e.a. zich opgehoopt en komt de vloed niet meer onder de hutten. Lieve hemel wat een viezigheid. Je mag om meer dan één reden wel oppassen dat je niet van de verhoogde betonnen paadjes kukelt.
Krong
Koh KongIn Krong Koh Kong melden we ons bij de immigratie. 1400 baht pp willen de heren vangen voor een visum. Wij hebben ons van tevoren georiënteerd. Het officiële bedrag is 1000 baht voor het visum, dus 400 is voor de achterzak. De achterzakafdeling wordt wekelijks uitgebreid. Een lange discussie met ijzersterke argumenten over en weer volgt. Ze zijn niet onvriendelijk maar geven geen cm toe. Uiteindelijk kom ik met mijn laatste troef: ‘Denk je dat we voor de lol fietsen? Wij zijn erg arm!’ en zo krijgen we toch nog 100 baht korting op de achterzak. In de stad worden we door een jongen op een motorfiets naar een blinkend nieuw hotel geleid. (4,50 euro voor twee personen). Ik informeer waarom hij geen nummerbord heeft. ‘Niet nodig, iedereen kent mij hier.’
De volgende ochtend nemen we de boot over zee naar Sihanoukville. Goede snelle boot, de fietsen gaan op het dak. Het enige nadeel is dat de fietsen compleet gepekeld zijn bij aankomst. Een flinke tropische regenbui brengt uitkomst.
Bij Sihanoukville ligt een nationaal park. Slechts 13 km buiten de stad
volgens diverse bronnen. Na 30 km harde tegenwind en wat wachten op
medereizigers en de gids en het bootje en de buitenboordmotor mogen we in
het bootje plaatsnemen. De motor doet het niet. Na wat knutselen blijkt
men een onderdeel vergeten te zijn, hahaha! Wij vinden het óók wel
grappig en de tocht door de mangrove bossen is prachtig, maar na al dat
oponthoud beginnen we ons wat zorgen te maken over het daglicht. Iedere
wereldfietser weet: ‘Gij zult in rare landen niet fietsen na
zonsondergang’ Als we eindelijk de terugtocht aanvaarden blijkt de storm
méé uiteraard te zijn gaan liggen. Bij nadering van Sihanoukville is het
stikdonker. Om de nodige kilometers en heuvels uit te sparen slaan we een
ietwat vage en erg donkere weg in. Op een of andere manier valt het in het
stikdonker niet zo op wanneer je recht tegen de berg op fietst. Net als we
ons af beginnen te vragen of het wel goed gaat stuiten we op een zendmast.
Recht onder ons, ver in de diepte zien we de lichtjes van Sihanoukville.
Oeps! Met de nodige halsbrekende toeren belanden we opgelucht in de stad.
Later nemen we dezelfde weg terug. Het blijkt de hoofdweg voor tweewielers
de stad uit richting Phnom Penh. In de weg bevinden zich metersdiepe
vlijmscherpe geulen die we in het donker niet hebben gezien.
Geulen zitten ook in de vele houten bruggen onderweg. Je kunt kiezen
tussen fietsen over planken in de lengterichting, met het risico dat je in
zo’n spleet terechtkomt of fietsen over de planken die over de breedte
liggen. Daar steken grote spijkers uit en af en toe zit er een enorm gat.
De weg is het eerste traject naar Kampot erg goed. Eerst is het glad maar
halverwege wordt het asfalt slechter voor de auto en beter voor de fiets.
Er wordt rustiger gereden en die kleine gaten daar slinger je probleemloos
om heen.
Alle auto’s
zijn propvol geladen met passagiers en bagage. In Preaek Tnaot gehoorzaamt
voor onze neus de absurde lading van een auto met een doffe dreun aan de
wetten der natuur. De eigenaars hebben geen keus en na 45 minuten hijsen
en knopen zit alles weer op z’n plek. Tot de volgende kuil...
Vanuit Kampot maakt iedere toerist een dagtocht naar het voormalige Franse hillstation Bokor, 1100 meter de berg op. De taxichauffeurs proberen ons te overtuigen dat het onmogelijk is met de fiets. ‘Teveel losse keien’ Alleen deze reis al hebben de autochtonen minstens 10 keer eerder gezegd dat een voorgenomen tocht `not possible’ was. Dus we proberen het lekker toch. ‘Good luck for your trip’ staat op het toegangsbewijs. Op 400 meter hoogte besluiten we dat deze wens ons niet meer zal baten, we zijn verslagen. De weg is weg en bestaat uitsluitend uit grote losse keien. Zelfs afdalen is een hel. Evengoed is de jungle prachtig hier. We zien naast prachtige flora ook vele slangetjes en kleine zoogdieren, maar een lekkere klim zit er helaas niet in.
Onderweg
naar de oude Franse badplaats Kep kom je langs tempels in de berg. Een
kluitje schooljongetjes leidt ons rond langs boeddha’s, jungle en
vleermuizen. Telkens wijzen ze blij op een offerblok waar wij gewillig wat
centjes instoppen. Op ieder blok hebben de monniken een groot hangslot
gemonteerd. Naarmate de rondleiding vordert worden de jongetjes steeds
ongeduldiger en giecheliger. Als we het laatste tempeltje verlaten hoor ik
achter mij het verdachte geluid van een schuivend offerblok zonder
hangslot. Kwajongens! Daar gaat hun beloning. Bij de volgende bezoeker
zullen ze wel meer geduld hebben.
KepIn Kep kun je de kapotgeschoten Franse villa’s van
het vroegere vakantiedorp bezoeken. De regering probeert de badplaats in
ere te herstellen, maar het lukt nog niet erg. De baai is mooi genoeg,
maar het water is overal 20 cm diep en op de bodem liggen vreemde scherpe
dingetjes.

Vissers hebben nieuwe huizen gebouwd
in de vorm van armoedige hutjes.
Midden in de avondspits rijden we terug. Op het platteland van Cambodja
betekent dat extra sfeer. Hier fietst men nog van en naar het werk. Omdat
men geen geld heeft voor een auto natuurlijk, maar het is wel
verschrikkelijk gezellig. Het avondlicht is prachtig en de temperatuur
bijna zwoel.
Zelfs een hapje zoeken 's avonds is in Cambodja een avontuur. De
hoofdstraat van Kampot is geblokkeerd door een vrachtauto. De auto is
dwars door het wegdek gezakt en staat tot aan de as op het asfalt. Men is
bezig de lading over te hevelen, maar het ziet er hopeloos uit. Bovendien
kunnen we na het eten het hotel niet terug vinden. Het is net als in de
meeste Cambodjaanse steden aardedonker zodra moeder natuur het licht
uitdoet. Het heeft onder het eten tropisch geregend. Via ongeziene maar
voelbaar kniediepe plassen vinden we ons bedje weer terug.
Overigens heeft de bevolking een originele oplossing voor het gebrek aan
elektriciteit. Langs de weg zie je op regelmatige afstand
elektriciteitswinkeltjes met een zee van accu’s. ‘s Morgens lever je
je accu in, die hangt de hele dag aan de generator en ‘s avonds haal je
‘m weer op. Voila, licht op tafel.
De weg naar Takeo is minder goed. Weliswaar is er meestal asfalt, maar
dit is van erg hobbelige kwaliteit. De ongeveerde fietser wordt er moe
van. De omgeving maakt overigens alles goed. Wel plassen voor je vertrekt!
Echt de hele dag zie je kinderen in uniform langs de weg, blijkbaar op weg
van en naar school. Het is een raadsel wanneer ze nu precies stilzitten om
onderwijs te ontvangen. Misschien moeten ze zo ver lopen dat daar geen
tijd voor overblijft. Plassen midden op de weg is dus wat gênant, en de
bosjes in durf ik niet. Ik denk dat er hier geen mijnen in de bosjes
liggen, maar ik probeer het toch maar niet uit.
Na de hete weg in Thailand zijn de wegen hier heerlijk beschaduwd. Ondanks
alle ellende en armoede heeft men de bomen langs de weg niet aangeraakt.
We halen twee keer een olifant in. Eén keer omdat het moet, en één keer
extra omdat zowel de olifant-rijders als wij het zo leuk vonden.
Takeo
De beheerders van het hotel in Takeo zwijgen in stomme verbazing als we
binnenwandelen. Gelukkig kunnen we ons inmiddels in het Khmer redden. We
krijgen een kamer met prachtig uitzicht op het huis van de plaatselijke
massamoordenaar uit de Rode Khmer-tijd; ‘brother 2’.
Van Takeo rijden we over een redelijke weg naar Phnom Penh. Het is even
een schok de stad binnen te rijden. Het is een hele tijd geleden dat we
meer dan één auto tegelijk zagen. We hadden ingestorte koloniale
gebouwen en veel bananenbomen verwacht, maar dit lijkt
werkelijk op een
moderne stad, gevuld met verderfelijke beschaving. Onze eerste gang is
naar de supermarkt om alles te kopen wat we wekenlang gemist hebben. Maar
eenmaal binnen kunnen we niets bedenken. Dan maar een fles bubbelwijn, dat
moet toch lekker zijn!
Phnom Penh is de stad van de grote tegenstellingen. Het ene moment loop je
op de glimmend pompeuze boulevard, het andere moment over een straatmarkt
die zo stinkt dat je er bijna van moet braken. Naast de glimmende stroom
auto’s over de boulevard woont een familie kolenbranders op de stoep. We
zien ze nooit iets verkopen.

Van Phnom Penh gaan we met de snelle boot over de Tonlé Sap naar Siem Reap. Je kunt op het dak in de zon zitten, maar je moet wel goed oppassen dat je er niet af waait. Aan het ontvangstcomité op de oever is te zien hoe het gesteld is met de werkgelegenheid. Een enorme menigte jongemannen staat achter een touw te dringen om toeristen te strikken voor ‘hun’ hotel. Zij houden bordjes op met je naam. Niet dat je een hotel geboekt hebt, maar de hotels in Phnom Penh verkopen de namen van hun gasten aan de collega’s in Siem Reap, vandaar. De jongens worden door een man met een knuppel achter het touw gehouden. Wíj fietsen de meute natuurlijk ongestoord voorbij. In Siem Reap eten we iedere avond bij ‘Chivit Thai’. Dat is een beetje vreemd, maar wel een stuk lekkerder dan het Cambodjaanse eten. Hoewel, soms bestellen we een Cambodjaanse maaltijd bij de Thai en die is óók veel lekkerder dan Cambodjaans eten bij de Cambodjaan. Nou ja, wij snappen ook niet meer wat het probleem is.
Angkor, de BayonDe tempels van Angkor zijn fantastisch in het algemeen en voor de
wereldfietser in het bijzonder. De complexen liggen namelijk zo ver uit
elkaar dat het niet te belopen is. Als je niet bij een buslading toeristen
hoort, is het vervoer nog een heel gedoe. Tenzij je beschikt over een
goede fiets natuurlijk!
De eindeloze muurreliëfs in de tempels zijn confronterend. Ze vertellen
over het dagelijks leven en de oorlog 1100 jaar geleden. Het dagelijks
leven is geen spat veranderd, maar het oorlogstuig is daarentegen
ingrijpend gemoderniseerd. Eerst hadden ze olifanten en speren, nu ligt
het land voorlopig nog vol met mijnen!
Op weg naar PoipetHet eerste stuk asfalt op weg naar Poipet is prima. Maar dan begint de
finale van onze Cambodjaanse reis. Gelukkig zitten er weinig keien in de
weg, maar de heuvels en kuilen zijn fenomenaal. Meestal is het
comfortabeler door de kuilen heen te rijden dan er omheen. Onze snelheid
zakt naar 7 km per uur. De weg naar Sisophon is 110 km lang, dus dat wordt
nog een hele klus. Gelukkig laat de bevolking langs de weg uitbundig weten
dat zij onze actie waardeert. Eindelijk gebeurt er eens wat! Om 12:30 zijn
we in het gehucht Kralaanh waar zich een guesthouse bevindt. Wel vroeg om
te stoppen. In het restaurantje doen ze hun best om onze vraag over de
staat van de rest van de weg te begrijpen, maar helaas. We liegen tegen
elkaar dat we nog lang niet moe zijn en hopen er het beste van.
Gelukkig verbetert de weg snel. Het
grootste deel van de kleiweg naar Sisophon is stevig platgewalst. Dit
heeft weer tot nadeel dat het verkeer keihard gaat rijden en iedere
vrachtauto de omgeving in een nieuwe stoflaag hult. Kuch! Hele dorpen
dreigen te verdwijnen onder een vuilroze laag.
Peters’ pedalen kondigen met gewiebel en gekraak het einde van hun
heldhaftige bestaan aan. Misschien is er een Sisophon een fietsenwinkel?
Om mij heen kijkend verdwijnt deze hoop. Iedereen fietst met de blote
voeten op de kale pedaal-asjes. Niemand heeft hier pedalen. Dit is geen
land waar een pedaal lang overleeft.
Het allerlaatste stuk weg door Poipet doet ons de weemoed om het
verlaten van Cambodja vergeten. De bovenlaag van het asfalt is verdwenen
en wat overblijft zijn een soort scherp gevormde kinderhoofdjes met 10 cm
tussenruimte. Ongeschikt voor een auto, laat staan voor een fiets. Nog
dagen later voelen we deze laatste 4 km in onze rug. De grens bij Poipet
is herkenbaar aan de ultieme chaos. En we zijn inmiddels wel wat gewend.
Het is blijkbaar verboden om met gemotoriseerd verkeer de grens over te
steken. Een onafzienbare stroom handkarren beweegt zich heen en weer om
vrachten van auto aan de Thaise kant naar wrak aan Cambodjaanse kant te
brengen.
Vijftien minuten later fietsen we de beschaving van Thailand binnen.
Glimmende auto’s zoeven langs over het keurige asfalt. De geur van
overheerlijk Thais eten jaagt mijn maag in een kramp. 'Hee, lunchtijd!'
Het reservebandje hebben we niet nodig gehad.
In Siem Reap en Pnom Penh is een ruim aanbod aan goede Hotels in alle prijsklassen. De laatste jaren is er van een ware bouwgolf sprake, wat de kamerprijzen laag houdt. Via asiatravel kun je voor enkele luxe hotels in Pnom Penh en Siem Reap goede deals krijgen.
De Cambodjaanse keuken lijkt qua ingrediënten op de Thaise, maar is veel minder geraffineerd. De beste restaurants in Cambodja zijn dan ook de Thaise, die je in elke toeristenplaats aantreft.
Aanbevolen reisgidsen (bestelling via bol.com, verzendkosten per boekenpakket € 1,95, betaling met acceptgiro achteraf of met iDEAL, bankoverschrijving of creditcard vooraf.):
|
|
Laos en Cambodja - |
Cambodia Andrew Spooner |
|
| Bestel nu met 9% korting (2007) | Bestel nu met 10% korting (2005) | Nederlandstalig, met de beste hotel- en restauranttips (2008) | Uit de Engelse Footprint-serie (2008) |