
Klik voor vergroting
Al zes keer werd de Elberadweg in een jaarlijkse enquête van de Duitse fietsersbond ADFC tot de meest geliefde Duitse fietsroute gekozen. Elberoute van de monding aan de Noordzee tot aan Tsjechië ruim 800 km lang, en dat is wat veel voor het lange weekend dat we ter beschikking hadden om te onderzoeken waarom de Elberadweg zo populair is. Daarom pikten we de route bij Magdeburg op en reden door het oosten van Duitsland tot aan Bad Schandau, op 8 km van de Tsjechische grens.
We fietsten stroomopwaarts, wat zwaarder lijkt dan met de stroom mee, maar het verval van de rivier bedraagt over de ruim 300 km die wij reden slechts enkele tientallen meters, en daarbij hoopten we op rugwind uit het westen in deze depressiezomer. Maar vooral: van vlak (=bekend) naar heuvelachtig (=exotisch) leek ons, als fietsers uit de lage landen, gewoon leuker. De vele Duitsers op de route — vaak gezinnen met meefietsende of in een aanhanger zittende kinderen — dachten er anders over, want die fietsten bijna allemaal van oost naar west (conform de beschrijving in het onvolprezen Bikeline-routeboekje).

Vanaf Gommern bij Magdeburg rijden we eerst door een groen uiterwaardenlandschap, dat bestaat uit ongerept ogende rivierbossen en uitgestrekte weiden met af en toe een ooievaar. De route voert afwisselend over stille asfaltweggetjes en met betonstroken verharde paden, soms vlak naast de rivier, soms honderden meters ervandaan. Bij hoogwater lopen deze paden al snel onder en moet je achter de Elbedijk je weg zoeken.
Onze eerste stop is het ietwat vervallen slot Dornburg in het gelijknamige gehucht, waar in de DDR-tijd een geheim staatsarchief was ondergebracht, bewaakt met honden, en dat nu leegstaat, op hoognodige restauratie wachtend. Het is maar één dag per jaar te bezoeken, en dat is niet op de datum dat wij langskomen, dus stappen we snel weer op de fiets.

Nadat we de rivier per veerpont zijn overgestoken bereiken we Dessau. Wie ook maar een beetje belangstelling voor moderne architectuur heeft, moet hier zeker langs het Bauhaus fietsen, een beroemd en baanbrekend ontwerp van Walter Gropius. Het gebouw uit 1925 oogt nog altijd verrassend modern. In de buurt van het Bauhaus vind je ook de witte, in strakke kubusvormen gebouwde Meisterhäuser van Gropius (net als het Bauhaus Unesco-werelderfgoed). Deze villa's, waarin kunstenaars als Klee en Kandinsky ooit werkten en die in WOII deels verwoest werden, zijn inmiddels gereconstrueerd en gelden als prototype voor het "moderne wonen".

Na Dessau rijden we richting Wörlitz over een onverhard bospad, waarvan de berm door het vele vocht erg zacht en glibberig is, maar dat zien we pas als we al op de grond liggen; de schade blijft beperkt tot een schaafwond en een scheefzittend achterwiel. De eigenaar van Forsthaus Leiner Berg, waar we een colaatje drinken, blijkt een handtekeningenactie begonnen te zijn om de fietspaden langs de Elbe te verbeteren. Hij voelt zich vaak meer verpleger dan horeca-uitbater, zoveel gestürzte Radfahrer passeren hier die hij moet oplappen. Gedeelde smart is halve smart, concluderen we dan maar, en rijden snel weer verder in een poging het naderende onweer voor te blijven, wat helaas niet lukt.

Het is alweer opgeklaard als we met de veerpont kalmpjes naar Coswig oversteken. De Elbe-veren hebben geen motor, maar varen uitsluitend op waterkracht naar de overkant. Het zijn gierponten, die verankerd zijn aan een lange, vlak bij de boot gesplitste kabel. Door een van de kabeleinden in te korten, kan de boot schuin in de sterke stroming naar de overkant varen.
Door het oponthoud van de valpartij, het onweer en de trage veerboten komen we pas na achten op de camping van Lutherstadt Wittenberg aan, die prachtig aan de Elbe ligt. Anders dan in de dorpen is het 's avonds nog een drukte van belang in het stadje waar Luther ooit zijn stellingen op de slotkerk vastspijkerde, en strijken we neer in het Kartoffelhaus Schwarzer Bär, een prima restaurant waar ze gelukkig veel meer serveren dan alleen aardappelen.

In Wittenberg is goed te zien hoe het oosten van Duitsland na de Wende van 1989/1990 drastisch opgeknapt is. Alle huizen zitten goed in de verf en zijn zorgvuldig gerestaureerd. Wel zijn de aloude kinderkopjes in de straten blijven liggen, wat het fietsen daar tot een uiterst hobbelige uitdaging maakt. Ook in de dorpjes is het wegdek vaak nog "historisch", al ligt er langs de wegrand dan meestal wel een smalle strook glad plaveisel voor de fietser. Verder valt ons in de dorpen de absolute stilte op. Slechts zelden zien we iemand op straat, en behalve de fietsers van de Elberoute is er vrijwel geen verkeer. We vragen ons af wat de mensen hier eigenlijk zoal uitvoeren. Wellicht zit iedereen die niet allang naar het westen is getrokken (2 miljoen mensen sinds 1989) in het weekend op de immense volkstuincomplexen die we in de buurt van elke nederzetting zien.

Terwijl het landschap lichtjes begint te golven, passeren we plaatsjes met Slavisch klinkende namen als Proschwitz, Dommitzsch en Mockritz. In deze streek stuitten op 25 april 1945 de Amerikanen en de Russen op elkaar tijdens het eindoffensief tegen nazi-Duitsland, wat in het mooie renaissancestadje Torgau wordt herdacht met een monumentale zuil bij de Elbebrug. Recht tegenover die zuil zien we nog een ander gedenkteken:
Klik voor vergroting een lichtelijk verweerd DDR-reliëf met blije Duitsers, Russische soldaten en de nog maar moeilijk leesbare tekst: "Ruhm dem Sowjetvolk – danke für seine Befreiungstat" (Lof aan het Sovjetvolk, dank voor zijn bevrijdingsactie — Geert Mak noemt dit reliëf in zijn boek In Europa een "klassiek monument van leugenachtigheid").


We naderen de Sächsische Schweiz, wat te merken is aan de steeds hogere heuvels, soms bezet met wijngaarden, en de rotswanden langs de Elbe. Af en toe zorgt een klimmetje voor wat afwisseling. De steile hellingen langs de rivier zijn her en der lelijk toegetakeld voor de winning van grondstof voor "het witte goud", het porselein waar de stad Meissen beroemd om is. Vanaf de brug over de Elbe in deze stad hebben we een mooi uitzicht op de hooggelegen Albrechtsburg, waar de eerste Europese porseleinwerkplaats was gevestigd. In deze geïsoleerd liggende burcht kon het geheim van het porseleinfabricageprocedé gemakkelijker bewaard blijven.

Na Meissen is het niet ver meer naar Radebeul, waar Karl May zijn fantasievolle verhalen over Winnetou en Old Shatterhand schreef, en de Saksische hoofdstad Dresden. Het weer herstelde silhouet van deze geplaagde stad, die in 1945 door geallieerde bommen grotendeels verwoest werd, is vanaf de Elbe-oever prachtig, met de recent herbouwde Frauenkirche en de barokke Katholische Hofkirche, maar als we het centrum bekijken, krijgen we ondanks alle gezellige terrassen en mooie winkels een beetje het gevoel in een uitvergroot Madurodam rond te lopen. Wat eeuwenoud lijkt, blijkt nieuw — knap nagebouwd weliswaar, maar zielloos, zonder ook maar één scheve of verveloze deur of gevel, wat vooral opvalt bij de historische woonhuizen in de binnenstad. De al decennia durende herbouw van Dresden is overigens nog lang niet voltooid, zo blijkt als we in de buurt van het immense Postplatz met zijn leegstaande DDR-Plattenbauten rondfietsen.

Het landschap wordt na Dresden steeds schilderachtiger. Aan de overkant van de Elbe zien we grote villa's op de hellingen en lustsloten langs de oever, zoals slot Pillnitz van keurvorst Augustus de Sterke. Bij Wehlen doemen er opeens imposante rotsformaties op: het zandsteengebergte van de Sächsische Schweiz met zijn bizarre torens, naalden en pieken, het grootste rotsklimgebied van Europa. In pittoreske dorpjes als Rathen en Königstein is het razend druk met toeristen, net als in Bad Schandau, van oudsher een kuuroord, dat bekendstaat om zijn ijzerhoudende bronnen. We willen eigenlijk nog doorrijden tot aan de Tsjechische grens om de route in deze prachtige streek op een gepast punt te besluiten, maar laten ons toch maar verleiden tot Kaffee mit Torte in de Konditorei, zodat we rustig op de trein terug naar Magdeburg kunnen wachten.
| Etappe | Afstand* | Stijging |
1. Gommern - Wittenberg 2. Wittenberg - Belgern 3. Belgern - Dresden 4. Dresden - Bad Schandau |
100 km
91 km 105 km 30 km |
-- -- 150 100 |
| 326 km |
Zoek op De Wijde Wereld:
Vanuit de Randstad is het ongeveer 500 km rijden naar Magdeburg. Pas wel op bij de flessenhals Bad Oeynhausen, waar een klein stukje snelweg tussen de A30 en de A2 ontbreekt en lange files vaak voor oponthoud zorgen.
Vanuit Bad Schandau en vele andere plaatsen langs de Elbe kun je met de regiotrein terugreizen naar Magdeburg, fietsen kunnen zonder probleem mee en met een Sachsenticket is de reis relatief goedkoop (voor twee personen € 38). Snel gaat het niet: van Bad Schandau naar Magdeburg duurt 5 uur, met overstap in Dresden en Leipzig.
Met een overstap in Hannover kun je in een halve dag met de trein vanuit West-Nederland naar Magdeburg reizen. Informeer voor tickets en de mogelijkheden van fietsvervoer bij NS Hispeed of de Treinreiswinkel.
Werkelijk overal langs de route verhuren particulieren kamers aan Elbefietsers; de prijzen variëren van € 30 tot € 50 voor een tweepersoonskamer met ontbijt. In de wat grotere plaatsen zijn ook volop hotels.
Aan horeca geen gebrek langs de Elbe. De prijzen voor consumpties liggen zeker 25% lager dan in Nederland, en de kwaliteit is meestal prima. Heb je geen trek in de gutbürgerliche Küche, dan zijn er altijd wel pizzeria's en kebabtenten. En worststalletjes natuurlijk, met Senf uit een emmer.

Wij gebruikten het Duitstalige routeboekje Elbe-Radweg van Bikeline, met duidelijke kaartjes en beschrijvingen, te bestellen bij de Fietsvakantiewinkel. De hoofdbeschrijving is overigens stroomafwaarts. Om de weg te vinden is het boekje niet echt onmisbaar, want de Elbefietsroute is vrijwel overal uitstekend bewegwijzerd met een blauwe e.
Reisgidsen over Duitsland zijn te bestellen bij bol.com; de verzendkosten bedragen € 1,95 per boekenzending.
Veel info over de Elbefietsroute vind je op de Nederlandstalige site Elberadweg.