Fietsen
in Italië: Van het Comomeer naar RomeVanaf de Zwitserse grens zijn er diverse mogelijkheden om naar Rome te fietsen. Dit klassieke traject door Italië, dat al door illustere figuren als Johann Wolfgang von Goethe (met de postkoets) en Bertus Aafjes (te voet) werd afgelegd, staat bij veel fietsers hoog op het verlanglijstje. Voor sommigen is deze route een pelgrimage naar een religieus centrum, voor anderen een zoektocht naar zichzelf, voor weer anderen niet meer dan een pittige, afwisselende tocht door landschappen die tot de mooiste van Europa behoren.
Onderweg zul je zeker ontmoetingen hebben met Nederlandse fietsers uit alle drie de groepen, want de fietsroute naar Rome is bijzonder populair. Daarvan getuigen ook de twee Nederlandstalige routebeschrijvingen van Hans Reitsma en Paul Benjaminse die over de fietsroute van de lage landen naar de Italiaanse hoofdstad verschenen zijn. Beide auteurs hebben gedetailleerde beschrijvingen gemaakt, maar dat neemt niet weg dat we onderweg nogal wat fietsers zijn tegengekomen die meldden regelmatig per abuis van het rechte pad uit de routeboekjes afgedwaald te zijn.
Van Lecco naar CremonaAan de zuidkant van het Comomeer, waarvan we de oever na de afdaling van de Splügenpas gevolgd hebben, zoeken we het begin van het fietspad langs de rivier de Adda, dat ons naar de Povlakte zal brengen. Het is verbazingwekkend hoe snel we de hoge Alpentoppen achter ons laten en door een landschap van zacht glooiende heuveltjes langs de rivier rijden. Het pad is niet overal verhard en omdat het hier behoorlijk kan regenen, bestaat het risico dat je door de modder moet glibberen of dat de doorgang geblokkeerd is.
Toch is het
zeer de moeite waard deze route te volgen, ook
vanwege het historische sluizenstelsel, waarvan de basis door Leonardo da
Vinci gelegd is, en enkele
monumentale waterkrachtcentrales uit het begin van de twintigste eeuw,
zoals de
centrale Taccani uit 1906 bij Trezzo sull' Adda, een must voor
liefhebbers van industriële archeologie. Deze centrale is overigens nog
altijd in bedrijf en op de eerste zondag van de maand te
bezoeken.
Op sommige plaatsen is het pad erg smal en soms splitst het zich; we
kiezen een verkeerd, veel te steil bospad en keren met de nodige moeite
lopend terug op de route langs de oever. Een zeldzame lekke band zorgt voor extra
oponthoud.
We zijn inmiddels in de Povlakte en zien al van verre de
bedevaartskerk Santa Maria del Fonte van Caravaggio liggen. Hier is de
Heilige Maagd in 1432 aan een boerin verschenen; de heilige bron is
populair bij wielrenners om de bidon bij te vullen. Het kan hier midden in
de lege vlakte een drukte van belang zijn, met bussen vol Italiaanse
bedevaartgangers. Na een korte pauze en enkele slokken water uit de
heilige bron zijn we voldoende aangesterkt om het laatste stuk door een
vruchtbaar polderachtig landschap naar Cremona te fietsen, de stad van
Stradivarius en Monteverdi, waar we vlak voor donker
op de camping langs de Po arriveren. Zwermen steekmuggen verjagen ons naar
het campingrestaurant, waar de wijn rijkelijk vloeit.
Van Cremona naar ModenaHet is warm in de Povlakte, een zwoele hitte die in de Nederlandse polder vrijwel nooit heerst, en kilometerslang komen we geen verkeer tegen op de stille wegen. Langs de dijken en tussen de gemalen staan deels vervallen boerderijen in aardkleuren, heel anders dan de rietgedekte Hollandse stulpjes, en de kerkjes die soms zomaar opeens in een bocht van de weg staan, passen evenmin in het Hollandse polderlandschap.
Vanaf de snelweg mag de Povlakte dan saai zijn, het landschap
blijkt voor de fietser toch een geheel eigen bekoring te hebben, en de gelijkenis met
de Nederlandse polder is bij nadere beschouwing slechts schijn. Echt makkelijk fietsen is het hier niet altijd, want het kan
heet zijn en hard waaien en de afstanden tussen horeca, winkels en accommodaties zijn groot.
De nederzettingen bestaan vaak slechts uit enkele huizen, waar geen
sterveling te zien is. Door de landbouwmechanisatie zijn veel mensen uit
deze streek weggetrokken. Over een kaarsrechte weg glijden de kilometers
weg richting Modena, terwijl de hemel verduistert en het steeds benauwder
wordt. De eerste druppels vallen, en die blijken de opmaat te zijn tot
veel slecht weer in de komende dagen. Als we met veel moeite na een zeer
lange etappe door de Povlakte de camping
van Modena, die pal naast de snelweg ligt, hebben gevonden, is het al
donker.
Van Modena naar FlorenceNa een cappuccino in de stad van Ferrari en Pavarotti zetten we koers naar de Apennijnen. De aanloop is aangenaam: een oud spoorwegtraject is omgebouwd tot fietspad en daarover zoeven we naar de eerste hellingen. Boven de bergen is het onheilspellend donker en weldra plenst de regen naar beneden. Na Vignola begint de weg fors te stijgen. We pauzeren met heerlijke kersen, die hier overal langs de weg worden aangeboden. Tegen de avond breekt de zon weer door en bereiken we via een rustige weg langs kastanjebossen en weiden de camping van Zocca, die op het hoogste plekje in de hele omgeving ligt. Ter compensatie bereidt de vriendelijke baas van deze eco-camping, die eigenlijk alleen voor vaste gasten is, een heerlijke maaltijd voor ons. Aanbevolen! De volgende ochtend raadt de man ons een alternatieve route aan, maar daar trappen we niet in, want een blik op de kaart leert dat dat een forse extra stijging oplevert. Hij beweert nog dat alle Nederlandse fietsers die op de camping overnachten hem altijd dankbaar zijn voor zijn tip, maar hoe hij dat dan weet... We houden het maar op een ecologisch verantwoorde practical joke van de man.

Hoe dan ook, we moeten in de stromende regen flink klimmen
naar de Passo Brasa van 895 meter, waarna bij een temperatuur van 8 graden
een ronduit gruwelijke afdaling naar het kuuroord Porretta Terme volgt.
Geheel versteend van de kou en doornat bestellen we tweemaal warme chocolademelk en
magnetronravioli uit de diepvries in een snackbar.
Door het dal van de Reno klimmen we naar de volgende pas, die ons in
Toscane brengt. De afdaling naar Pistoia is bijzonder steil (tot 15%) en er zijn ook
nog kilometerslange asfalteringswerkzaamheden, zodat de remmen het zwaar
te verduren hebben in de plensregen.
Hoewel we er als verzopen zwerfhonden
uitzien, wil Hotel Firenze in Pistoia ons gelukkig wel een kamer geven.
De nukkige eigenaar ontdooit als we anderhalf woord Italiaans blijken te
spreken. Het historische stadscentrum van Pistoia blijkt een aangename
verrassing en is niet overlopen
door toeristen, zodat onze stemming na de klimatologische domper snel weer op peil komt.
Na Pistoia verdwalen we weer eens omdat overal rotondes en nieuwe wegen zijn aangelegd zodat kaart noch routebeschrijving klopt, maar de drukke weg tussen Prato en Florence levert tot onze vreugde geen problemen op; er is ruimte genoeg voor de fiets.
In Florence kiezen we voor een vertrouwd
adres, de fraai boven de stad gelegen camping Michelangelo, die weer eens in een modderpoel veranderd is
na de regen van de afgelopen dagen. Met de nodige moeite vinden we een min
of meer droog plekje. Met een wandeling langs de Arno besluiten we de dag
tussen de horden toeristen, die deze stad vrijwel het gehele jaar in hun
greep houden. Toch kun je hier nog goed eten: vlak bij de dom vinden we
een gezellige trattoria met een vrolijke bediening en goed eten tegen een
redelijke prijs.
Van Florence naar AssisiIn Florence moeten we kiezen tussen een route richting Rome via de heuvels van
Toscane, met attracties als Siena en het Meer van Bolsena, of een oostelijker route die via Assisi door Umbrië loopt. Omdat
we wel eens in Toscane, maar nog niet in Umbrië gefietst hebben, kiezen we
de tweede variant, de routebeschrijving van Reitsma volgend.
We pikken eerst nog een stukje Chianti mee en
lassen wegens algehele vermoeidheid een stop in op de reusachtige
feestcamping in Figline Valdarno,
waar we die avond in het restaurant verbaasd toekijken hoe twaalfjarige
Italiaanse jongetjes op een verjaardagsfeestje steeds vrolijker en
luidruchtiger de ene na de andere literkaraf rode wijn wegklokken, zonder
dat de ouders zich erom bekommeren. De volgende dag
peddelen we over een prachtige stille kronkelweg langs cipressen en
olijfgaarden hoog boven het dal van de Arno langs Gropina,
een gehucht dat via een steil pad te voet te bereiken is en een zeer
bezienswaardig
Romaans kerkje vol vreemde gebeeldhouwde figuren en symbolen bezit. Het uitzicht over het dal
is er schitterend.

We dalen af naar Arezzo, waar we bij Quarata de Ponte Buriano oversteken, een Romaanse brug die door Leonardo da Vinci op de achtergrond in de Mona Lisa vereeuwigd zou zijn. We picknicken in het parkje bij de brug en stellen vast dat het landschap na al die eeuwen nog even idyllisch en verstild oogt.
Na Arezzo
volgt een pasje met een verraderlijke klim naar het plaatsje Anghiari,
waarvan de hoofdstraat krankzinnig steil in een rechte lijn naar het dal van de Tiber
afdaalt. Een idioot gezicht, maar lastig op de foto te registreren.
In het Tiberdal vinden we bij Cittá
di Castello een camping die vrijwel onder een viaduct van de
snelweg ligt. Hier lijken uitsluitend Nederlandse fietsende Romereizigers
te overnachten. Gelukkig blijft de herrie nog binnen de perken.
We zijn nu
in Umbrië, een streek die duidelijk minder welvarend en soms wat rommeliger
oogt dan Toscane. Toch zijn hier ook heel wat mooie dorpen en landschappen
te vinden, en -- Assisi uitgezonderd -- zonder de horden toeristen waar je in Toscane
op stuit. Onder een onheilspellend duistere hemel passeren we het dorp
Casa del Diavolo (huis van de duivel), en jawel, terwijl we Assisi al in
het vizier hebben, barst er een daverend onweer los. Dank zij
de voorzienigheid van de H. Maagd vinden we vlak achter een aan haar gewijde
kapel een leegstaande boerderij waar we tegen het noodweer kunnen
schuilen.
Ook de camping van Assisi ligt langs een
steile weg hoog boven de stad, een kenmerk van veel attracties,
nederzettingen en voorzieningen in deze streken. Het restaurant hier is
uitstekend en zeer goedkoop en wordt vooral door de lokale bevolking
bezocht, altijd een goed teken.
Twee camperaars uit Rome bij wie we
vanwege de drukte aan tafel zitten, bezweren ons dat Umbrië de
allermooiste streek van Italië is. Pittoreske dorpen, veel natuur en een
geweldige keuken (truffels! olijfolie!), zeggen ze, en daarin hebben ze gelijk.
Van Assisi naar RomeAssisi is wonderbaarlijk hersteld van de zware aardbeving van 26
september 1997, die in deze streek enorme schade aanrichtte, en de St.-Franciscusbasiliek van drie verdiepingen met de
beroemde fresco's van Giotto over het leven van de St.-Franciscus is weer
vrijwel geheel in de oude glorie te bewonderen.
Assisi is druk, maar als we via smalle
straatjes en steegjes omhoog wandelen naar het kasteel, laten we al snel
alle toeristen achter ons. Boven aangekomen worden we beloond met een
prachtig uitzicht op de stad, de vlakte en de heuvels daarachter, die we
de volgende dag moeten bedwingen.
Via gave middeleeuwse stadjes als Spello en Bevagna, die elk een bezoek
waard zijn, steken we het rivierdal over en kronkelen we door de heuvels
richting het adelaarsnest Narni, waarna we weer in het Tiberdal afdalen.
Het landschap wordt opener en en de eerste dadelpalmen verschijnen in de
tuinen. Na een laatste overnachting op de zwaar overprijsde camping
I Pini
in Fiano Romano maken we een omtrekkende beweging naar het westen door een
opvallend leeg, agrarisch landschap, waarin niets erop wijst dat we een
miljoenenstad naderen, om bij de Prima Porta het prachtige
fietspad langs de Tiber te kunnen oppakken.
Dat valt nog niet mee, want
bij deze noordelijke invalsweg van Rome heerst opeens een totale verkeerschaos. We moeten de fietsen
over vangrails en bouwplaatsen manoeuvreren om het pad te bereiken,
maar het is de moeite waard. Over prachtig asfalt zoevend, waarop we geen
enkele fietser, maar wel vele joggers tegenkomen, arriveren we bij een
bord met km 0.000, en daar eindigt het fietspad inderdaad, met een passage
tussen hekken die zo smal is dat de fietsen met bagage er niet doorheen kunnen. De boulevard
langs de Tiber volgend zien we
opeens de machtige koepel van de St.-Pieter opdoemen.
Nog een
laatste afslag en dan steken we tegelijk met honderden toeristen,
Romeinen en geestelijken de weg over naar het St.-Pietersplein, onder de
machtige
pilaren van Bernini door. Nee, we zijn hier niet de enigen en ook niet de enige fietsers, want een groep van zo'n 20 Nederlandse fietsers is midden op het plein
uitgebreid aan de champagne gegaan. Net als wij hebben ze iets te vieren.
Na 2437 km vanuit Utrecht hebben we het einddoel
bereikt.

ToegiftVanaf het St.-Pietersplein fietsen we dwars door de stad over hobbelige keien langs het Forum Romanum, het Colosseum en de thermen van Caracalla (goed te doen) en later over de eindeloze en razend drukke Via Cristoforo Colombo. die gelukkig voor een groot deel van een ventweg voorzien is, naar Camping village Fabulous bij Ostia, vanwaar we denken de luchthaven Ciampino gemakkelijk te kunnen bereiken. Dat blijkt een vergissing, want zelfs met een goede kaart slagen we er twee dagen later slechts met heel veel moeite in de weg te vinden tussen alle vierbaanswegen met voortrazend verkeer. Na de nodige omzwervingen bereiken we dan toch nog de Via Appia Antica, waarover we in prachtig avondlicht in een arcadisch landschap van parasoldennen en Romeinse ruïnes tussen fluitende vogeltjes naar hotel Palacavicchi in Ciampino bij het vliegveld fietsen (filmpje). Dat we vervolgens meer dan een uur naar het reeds gereserveerde hotel moeten zoeken omdat niemand in het dorp ons kan uitleggen waar het ligt, nemen we dan maar voor lief. We kunnen in dit zowel qua ligging als bouw zeer merkwaardige hotel (lees de recensies) in elk geval zo met onze fiets de kamer in rijden...
Gefietste etappes| Etappe | Afstand | Stijging |
1. Lecco - Cremona 2. Cremona - Modena 3. Modena - Zocca 4. Zocca - Pistoia 5. Pistoia - Florence 6. Florence - Figline 7. Figline - Cittá di Castello 8. Cittá di Castello - Assisi 9. Assisi - Narni 10. Narni - Fiano Romano 11. Fiano Romano - Ostia 12. Ostia - Ciampino |
128 km 135 km 67 km 84 km 47 km 35 km 95 km 76 km 106 km 63 km 80 km 30 km |
-- -- 946 m -- -- 954 m 741 m 1177 m 878 m 709 m |
| 946 km |
Vliegen: diverse luchtvaartmaatschappijen vliegen vanuit Nederland op Italië. Bij en Ryanair hoef je geen retourtjes te kopen om voor een redelijk tarief te vliegen, dus je kunt heen naar Milaan (Bergamo) vliegen (vlak bij het Comomeer) en vanuit Rome Ciampino of Fiumicino terugvliegen. Beide maatschappijen nemen fietsen mee, maar deze moeten wel tevoren aangemeld worden.
Kamperen: enige planning is bij het zoeken van onderdak in Italië vaak noodzakelijk, vooral als je wilt kamperen. Er zijn niet veel campings op deze route, en in verhouding tot andere landen zijn ze vrij prijzig, zeker als je alleen reist.
In de Povlakte zijn etappes van zo'n 130 km nodig om van de ene naar de
andere camping te komen.
Hotels: om lange zoektochten in toeristische gebieden te voorkomen, is het handig een hotel enkele dagen tevoren te reserveren. De Italiaanse aanbieder Venere.com is een van de grootste in de sector en biedt vaak flinke kortingen op de overnachtingsprijs.
Nog altijd zijn veel
winkels in Italië 's middags tussen circa 13
en 16 uur gesloten; een aantal grotere supermarkten is wel de gehele dag open.
Het is in elk geval verstandig vroegtijdig inkopen te doen voor de lunch.
Op campings kun je in Italië vaak voor weinig geld goed eten. Daarbij
geldt vaak dat hoe duurder en luxer de camping is en hoe meer buitenlanders er
staan, hoe slechter het bijbehorende restaurant is. Sommigen zullen het
overigens waarderen dat je in dit soort restaurants 's avonds na het eten gerust
een cappuccino kunt bestellen zonder dat de ober je heel raar aankijkt
(Italianen drinken nooit cappuccino na 11 uur 's ochtends).
Pizzeria's (met houtoven!) zijn uiteraard alomtegenwoordig en daar kun je voor een paar tientjes prima eten.
In de Italiaanse pasticceria's wordt vaak allerlei gebak
verkocht dat bij hongerige fietsers zeker in de smaak zal vallen.
De route
van Nederland naar Rome is beschreven in routeboekjes van Hans Reitsma (Reitsma's
route naar Rome) en Paul Benjaminse (Onbegrensd fietsen naar Rome).
Wij hebben tot Florence globaal de route van Benjaminse gevolgd, daarna de
Umbrië-variant van Reitsma. Beide routebeschrijvingen hebben hun voor- en
nadelen, maar in tegenstelling tot Benjaminse heeft Reitsma
voor het laatste stukje naar Rome een mooie route gevonden.

De routebeschrijvingen van Reitsma en
Benjaminse zijn te bestellen bij de
Fietsvakantiewinkel
en worden regelmatig geactualiseerd, wat beslist noodzakelijk is, want er
verandert nogal eens wat (gesloten campings, nieuwe fietspaden...)
Reitsma
geeft op zijn website Reitsma's
route naar Rome
diverse alternatieven voor heuvelachtige trajecten in Midden-Italië; voor
wie niet al te veel wil klimmen, is het raadzaam deze routevoorstellen te
bestuderen, want zowel in Toscane als in Umbrië valt via de hoofdroute aan
het nodige klimwerk niet te ontkomen.
.
©1998-2008 tekst en foto's: Peter de Rijk, Annemarie Verhallen.
Alle rechten voorbehouden; overname van teksten of illustraties alleen na schriftelijke toestemming.