Fietsen, duiken en luieren op Noord-Sulawesi`Mister, you go to Bunaken?' vraagt de ene na de andere Indonesiër ons als we met onze fietsen aan de hand de aankomsthal van de luchthaven van Manado binnenstappen. `Natuurlijk,' zeggen we. Iedere toerist gaat immers naar Bunaken, het eiland voor de kust van Noord-Sulawesi dat door een tropisch onderwaterparadijs omringd wordt.
ManadoWe doen het kalmpjes aan en maken nog niet de oversteek naar Bunaken, maar brengen de nacht door in hotel Minahasa, een hotel met een koloniale sfeer, die nog versterkt wordt door de aanwezigheid van een hele stoet Indische Nederlanders. De meeste zijn hier voor familiebezoek en komen al jaren in dit hotel. Het is een prima hotel met bungalows op een helling. waar het verbazend rustig is, gezien de ligging in het drukke centrum van Manado.
Zoals in de meeste Indonesische steden is het niet bepaald een feest in
Manado rond te lopen. Honderden blauwe bemo-busjes, waarvan de meeste
vrijwel leeg rondrijden, slagen er met gemak in de straten volkomen te
verstoppen. Het gemeentebestuur lijkt niet alleen over het
openbaar vervoer megalomane gedachten te koesteren; aan de zeekant is alle
bebouwing in het centrum door bulldozers weggevaagd; twee gloednieuwe
winkelcentra tussen de puinhopen doen vermoeden dat corruptie en overmoed
hier hand in hand zijn gegaan. En dan te bedenken dat Manado een jaar of
twintig geleden bekend stond als de schoonste en leefbaarste stad van heel
Indonesië...
Als we een wandeling
door Manado maken, bespeuren we niet veel verschil met het Indonesië van tien jaar geleden;
ja toch, iedereen heeft opeens een mobieltje. Dat komt goed uit, want nu
kunnen we Lorenzo bellen, die volgens de folder in het hotel bungalows verhuurt op Bunaken en ons met
zijn boot daarheen kan brengen. Hij komt om drie uur, zegt hij. Om half
drie belt hij dat hij wat later komt, waarna hij stipt om drie uur voor de
deur staat. Waar is de jam karet ("rubber tijd") gebleven in dit
land, waar ooit niemand exact op tijd was?
BunakenLorenzo heeft zeven bungalows, waarvan de onze niet helemaal waterdicht
is, zoals we tijdens een nachtelijke stortbui ontdekken, maar het
heerlijke eten dat de kokki driemaal per dag bereidt, vergoedt elk
mogelijk ongemak. Elke dag komen er
diverse soorten vis, vlees en groenten op tafel tijdens de gezamenlijke
maaltijden. Zo is eten wat de pot schaft geen enkel probleem. 's Avonds treedt Lorenzo op met zijn zelfgemaakte bas en
speelt met zijn familie het hele repertoire van Indonesische volksliedjes. Aan onze zijde van het eiland wordt het zandstrand door
mangrove van zee afgeschermd; het snorkelen is er niet minder fantastisch
om. Dit moet een van de mooiste snorkellocaties ter wereld zijn:
ontmoetingen met zeeschildpadden, rifhaaien, enorme napoleonvissen en
scholen van duizenden zilverkleurige vissen zijn hier de gewoonste zaak
van de wereld. Het koraal is fabelachtig en strekt zich voor de kust uit
tot aan de steile rotswand die 900 meter de diepte in duikt. Enige
voorzichtigheid bij het duiken en snorkelen is geboden: de stroming langs het rif
kan soms onverwacht sterk zijn.
TomohonNa een paar dagen relaxen wordt het tijd de fietsen te bepakken om de noordelijke arm van Sulawesi te verkennen. Het begin valt niet mee. Direct na Manado begint de tamelijk steile klim naar het hoogland van de Minahasa, via een drukke weg vol stinkende vrachtwagens en busjes. We zijn nog niet aan inspanningen in de drukkende hitte gewend en moeten vaker stoppen dan ons lief is. Maar als we wat hoger op de hellingen komen, wordt de temperatuur aangenamer en het verkeer rustiger en kunnen we genieten van de uitzichten over de vlakte van Manado. De weg voert tussen kruidnagelplantages door, die deze streek relatief welvarend hebben gemaakt. We vinden een bungalow aan de rand van het plaatsje Tomohon, waar het voetpad naar de vulkaan Mt. Lokon begint. We wimpelen het aanbod van de vriendelijke gids in ons hotel The Happy Flower Homestay af en wagen op eigen houtje een beklimming, op weg naar een meer dat na een recente uitbarsting gevormd is, maar het is moeilijk kiezen uit de vele paden. Iedere local aan wie we het vragen, zegt dat we goed gaan, maar uiteindelijk lopen we dood in het struikgewas op de helling. Later blijkt dat we gelijk in het begin al verkeerd gelopen zijn...
Met de fiets hebben we minder moeite de weg in de Minahasa te
vinden. We maken een fraaie tocht langs warme bronnen en vulkanen in de buurt
van het Tondano-meer. Als we in een van de bronnen een baantje trekken, wordt de
rust verstoord door een zevental taxi-paarden, die eveneens een warm bad willen
nemen. Na gedane arbeid is het goed rusten.
Een bezoek aan de markt van Tomohon mag niet ontbreken. Hond en vleermuis vinden hier gretig aftrek, in een weerzinwekkende stank van verrotting.
De marktkooplui hebben hun best gedaan de voor ons ongebruikelijke
koopwaar zo aantrekkelijk mogelijk uit te stallen; de vleermuizen hangen
als vampiers met wijd gespreide vleugels in de kraampjes. We twijfelen
of we wel trek hebben in deze lekkernij. Die avond beperken we ons
veiligheidshalve in
elk geval tot een simpele mie goreng in ons losmen.
Over goede, rustige wegen fietsen we richting kust. Als we in een wegrestaurant pauzeren om wat te eten, wijst de serveerster geheimzinnig giechelend naar een van de schaaltjes met vlees. 'Is bat...' sist ze. We kunnen de verleiding niet weerstaan. Het zoetige vleermuisvlees smaakt goed, maar de vele botjes nopen tot voorzichtige consumptie.
We overnachten in
Amurang, aan de noordkust, waar we met enige moeite een rustig strandje
met grijs zand vinden om te relaxen. Al snel worden we ontdekt door buurtkinderen en
barbecuende jongeren, die ons gul in hun vers gegrilde visjes laten
delen. Amurang ontpopt zich zowaar tot een culinair paradijs, want 's avonds
genieten we in deze christelijke plaats van de sappigste sateh babi
die we ooit proefden, gevolgd een superpannenkoek met hagelslag bij een stalletje
langs de weg.
GorontaloNa een moeizame, hete tocht over net iets te steile heuveltjes en een gratis overnachting in de (gelukkig lege) benzine-opslagplaats van een rumah makan, waar de insectenpopulatie eerst vakkundig met de flitspuit geëlimineerd wordt alvorens wij ons er te ruste kunnen leggen, arriveren we in Gorontalo, waar we onze intrek nemen in het koloniale Melati Hotel van Alexander -- Pak Alex -- Velberg, zoon van de havenmeester van Gorontalo, die perfect, ietwat archaïsch Nederlands spreekt en en een goudmijn aan informatie over Sulawesi is.
We twijfelen of we met de fiets richting Tana Toraja
zullen trekken of voor een bounty-ervaring op de Togian-eilanden zullen
kiezen. Pak Alex raadt ons de Togians aan: "Het is daar prachtig,
man!"
We kopen dus een kaartje voor de overtocht met de illustere MS Puspita, het schip dat een dienst op de Togians onderhoudt en waarover we enkele horrorverhalen van andere reizigers gelezen hebben. Een van de bemanningsleden is maar al te graag zijn benauwde hut aan ons te verhuren en zo doorstaan we de reis van zo'n 18 uur relatief comfortabel. Zelfs het toilet is niet al te smerig doordat het zeewater er met grote snelheid doorheen stroomt. De zee blijft kalm en dat is een geruststellende gedachte, want schipbreuken zijn bepaald niet zeldzaam in dit zeegebied.
De Togian-eilandenVanaf het voordek van de Puspita genieten we van de schitterende uitzichten op grotendeels onbewoonde tropische eilandjes met parelwitte strandjes. Af en toe legt de Puspita in een dorpje aan, wat steevast tot het uitlopen van de gehele bevolking leidt, die de meegebrachte voorraden direct onderling begint te verhandelen.
Onze eindbestemming is het eiland Kadidiri, waar we onze
intrek nemen in Kadidiri Paradise Bungalows, simpele hutten aan een
schitterend strand. De maaltijden zijn gemeenschappelijk, en vreemd
genoeg staat vis slechts mondjesmaat op het menu. Er is bijna geen vis
te krijgen op de markt, beweert de uitbaatster met een stalen gezicht. Onder aanvoering van
een Fransman breekt onder de gasten rebellie uit over de beperkte
voedselvoorziening en er wordt op de markt in Wakai op een naburig
eiland prompt gezamenlijk
zonder enig probleem een enorme tonijn ingeslagen. De kokki vindt het allemaal maar
overdreven gedoe van die lastige toeristen...
De Togian-eilanden zijn bekend vanwege de kokospalmkreeft
(klapperdief, kokosnootkrab), de grootste op het land levende
geleedpotige. We gaan in het oerwoud op zoek naar dit enorme monster en
fotograferen inderdaad een enorme krab voor zijn hol, maar een
Amerikaanse bioloog helpt ons uit de droom. De uitbaatster van de
bungalows beweert echter dat het wel degelijk om de "coconut
crab' gaat als ze het beest op het schermpje van onze digicamera
ziet. Inmiddels weten we beter; onze krab lijkt in het geheel niet op de
coconut crab.
We maken een
excursie langs diverse eilanden, stuk voor stuk varianten van het ultieme Bounty-eiland, met zilverwit strand, kokospalmen en geweldige koraaltuinen in de
hemelsblauwe zee. Een bezoekje aan de orang laut, de zeezigeuners die nog
altijd vanaf primitieve bootjes op parels en andere zeeschatten jagen, hoort er
ook bij. De kinderen ravotten als waterratten in het water en weten de talloze
zee-egels op miraculeuze wijze te omzeilen, hetgeen de toeristen uiteraard niet
lukt, ten koste van pijnlijke verwondingen.
Tangkoko
Tijdens een vroege ochtendexcursie
onder leiding van een met bananen en pinda's gewapende gids ontdekken we zwarte makaken
(een lekkernij in de Minahasa) en neushoornvogels. 's Avonds keren we nog eens terug in het bos om het
intrigerende
spookdiertje (Tarsius) te zoeken, het kleinste halfaapje ter wereld
(lengte 8-16 cm en een staart van 13-27 cm). Het nachtdiertje met de reusachtige
ogen komt tijdens de schemering inderdaad te voorschijn en laat zich gewillig
fotograferen. De spookdiertjes plegen zich rond dezelfde boom op te houden en
een excursie onder leiding van een deskundige gids biedt dan ook een grote kans
op succes om de beestjes te vinden. In het donker zien we nog een hoenderachtige
wegschieten. Het is een maleo (hamerhoen), zegt onze gids, een vogel die haar
eieren in zelf gegraven gaten op de vulkanische zwarte stranden deponeert, die
vervolgens worden afgedekt. De kolossale eieren zijn ook al een lekkernij, zodat
de maleo intussen met uitsterven bedreigd wordt.
Bunaken
Aan de
westzijde van Bunaken zijn geen mangroves. Het strand is er breder dan aan de oostzijde en biedt uitzicht op de uitgedoofde vulkaan Manado Tua en het hoogland van de Minahasa; ook hier is een aantal duikcentra met accommodatie gevestigd. Het is hier aanzienlijk drukker dan aan de oostzijde, want hier leggen de boten met dagjesmensen uit Manado aan.
Aanbevolen reisgidsen (bestelling via bol.com, verzendkosten per boekenpakket € 1,95, betaling met acceptgiro achteraf of met iDEAL, bankoverschrijving of creditcard vooraf.):
|
|
|
Lonely Planet Indonesian Phrasebook Patrick Witton
|
Indonesia Handbook Joshua Eliot
|
| Dé gids over Indonesië bestel nu met 14% korting | Uitstekende gids over de Indonesische keuken, met 14% korting | Onontbeerlijk: taalgids Indonesisch, met 16% korting | Bestel nu met 16% korting |