Fietsen
in Zwitserland:
Langs de Rijn naar de SplügenpasAls je de Zwitserse Alpen per fiets wilt oversteken, dienen zich diverse mogelijkheden aan. Zo is er de klassieke Gotthardroute door Centraal-Zwitserland, maar je kunt vanaf Basel ook de Rijn oostwaarts volgen en via de spectaculaire watervallen van Schaffhausen en het Bodenmeer richting Splügenpas en het Comomeer in Italië rijden. Het voordeel van de laatste route is dat over de Splügenpas nauwelijks autoverkeer is. Beide routes zijn landschappelijk zeer fraai, zoals je mag verwachten in Zwitserland.
Nadat we de Rijn lange tijd langs de Duits-Franse grens gevolgd zijn, buigt de rivier in Basel scherp naar rechts. Door een tamelijk geïndustrialiseerd gebied (Basel heeft een belangrijke chemische industrie) fietsen we richting Rheinfelden. Hier komen we de eerste klimmetjes langs de Rijn tegen. want de oever is hier af en toe behoorlijk steil. Rheinfelden heeft zowel een Duits als een Zwitsers gedeelte, wat voor meer plaatsen langs dit gedeelte van de Rijn geldt.
Van Laufenburg
naar SchaffhausenOok Laufenburg, zo'n 50 km na Basel, heeft twee dorpskernen, gescheiden door een brug. De Rijn baant zich hier een weg tussen het Zwarte Woud en de Jura door en is in dit gebied soms slechts 12 meter breed. Er zijn daardoor tamelijk veel bruggen, zodat we gemakkelijk van oever kunnen wisselen, al naar gelang de verwachte aantrekkelijkheid van de fietsroute. In totaal passeren we tijdens deze etappe twaalf maal de landsgrens, een record!
Veel grenscontrole is er niet meer, alleen in de buurt van Schaffhausen vraagt een Zwitserse douanier nog of we wel een Ausweis
bezitten. Schengen nadert, ook voor de Zwitsers.
Ook het Duitse Waldshut is weer zo'n pittoresk oord met een fraaie
stadskern vol historische gevels en de nodige Konditoreien, waar de
Kaffee mit Kuchen goed smaakt. Zo bereiken we kronkelend langs
de Rijn Schaffhausen, waar de watervallen dé grote attractie vormen.
Van Schaffhausen naar KonstanzBijzonder hoog zijn de watervallen van Schaffhausen niet, in totaal
niet meer dan 23 meter, maar ze zijn wel 150 meter breed en de hoeveelheid
woest schuimend water is zo groot ('s zomers 600 m³ per seconde) dat ze voor een niet te missen
spektakel zorgen. Tussen de honderden toeristen door manoeuvreren we met
de fietsen door het park dat uitzicht biedt op de watervallen. Je kunt
hier met een bootje langs de waterval naar Schloss Wörth varen, een
voormalige tolpost, waar het uitzicht het fraaist schijnt te zijn.
Na Schaffhausen passeren we de Duitse
exclave Büsingen
(oftewel een enclave in Zwitserland), die zijn bestaan aan een
ingewikkelde grondruil in de 18e eeuw te danken heeft. Dit is Duits
grondgebied, maar je betaalt hier met Zwitserse Franken en het dorp (1500
inwoners) ligt in Zwitsers douanegebied. We steken weer over naar de
zuidelijke oever en rijden door een glooiend landschap van maisvelden,
wijngaarden en akkers naar Stein am Rhein op de hier Zwitserse noordoever, een middeleeuws stadje op de
plek waar de Rijn het Bodenmeer verlaat.
Het
schitterende marktplein en de omliggende straten van Stein am Rhein, waar de gevels van de herenhuizen met
intrigerende fresco´s beschilderd zijn, is echt een omweg waard, en dat
vinden heel veel mensen, want het is hier een drukte van belang. De cafés
op het marktplein zijn in elk geval een ideale pleisterplaats voor de
dorstige fietser. Een middeleeuwse vesting op een heuvel en een
benedictijner klooster maken het historische beeld compleet.
Van Stein am Rhein is het nog 30 km naar Konstanz, de Duitse stad op de
landtong die het Bodenmeer in tweeën deelt. Konstanz heeft een roemrijk
verleden en strekt zich zowel op de noordelijke als de zuidelijke oever
van de Rijn uit. Hier bestaan goede treinverbindingen met de rest van
Duitsland.
Van Konstanz naar
Thusis Langs het Bodenmeer loopt de fietsroute gedeeltelijk vlak langs de oever, maar meestal iets hogerop over smalle weggetjes langs het spoor naar het oosten, vanwaar je een mooi overzicht hebt over het vriendelijke landschap en het uitgestrekte meer. De plaatsjes Arbon en Romanshorn zijn een kort bezoek waard. Heel in de verte zien we het nog besneeuwde Alpenmassief liggen, dat ongenaakbaar tegen de blauwe lucht afsteekt.
Na Rorschach
steken we in het plaatsje Rheineck, dat in de middeleeuwen aan de
oever van het Bodenmeer lag, maar inmiddels door sedimenten van de Rijn
enkele kilometers landinwaarts ligt, de Zwitsers-Oostenrijkse grens over.
Het landschap is hier bijna Hollands, met polderachtige weilanden en
rietvelden. We stuiten op de gekanaliseerde Rijn, die we een klein stukje
volgen, waarna we door een vlak dal met sloten en kanalen zuidwaarts
peddelen. We laten ons de kans niet ontnemen het vorstendom Liechtenstein
met een bezoek te vereren en steken de Rijn over, die de grens vormt.
Grootste attractie van dit ministaatje (34.000 inwoners) lijkt het kasteel
van Vaduz te zijn, waar het vorstenhuis domicilie houdt, maar dat is niet
te bezichtigen.
De hoofdstad, niet meer dan een dorp qua omvang,
onderscheidt zich vooral door het grote aantal banken, en dan bedoelen we
geen zitbanken. Verder is er een winkelcentrumpje. Iets verderop, in Balzers, is een camping met een schitterend uitzicht over de omringende
bergen, en daar slaan we voor de nacht ons eerste en voorlopig laatste
Liechtensteinse kamp op.
Na het kuuroord Bad Ragaz, met onovertroffen
cappuccino en gebak, rijden we langs de woest kolkende Rijn rechtstreeks naar Chur, de
drukke hoofdstad van het kanton Graubünden. De bergen komen hier duidelijk
dichterbij. Vlak na Chur missen we in de wirwar van wegen een afslag,
zodat we de Polenweg missen, volgens het routeboekje "een van de meest
spectaculaire stukken van de fietsroute". Bij Reichenau, waar de
Vorderrhein en de Hinterrhein samenvloeien, verlaten we na ruim 1300 km
fietsen de
eigenlijke rijn (de Vorderrhein ontspringt bij de Oberalppas, wat algemeen
als de bron van de Rijn geldt), en rijden we naar Thusis. Hier
begint de klim naar de Splügenpas, 1400 meter hoger over een afstand van
30 km.
Van Thusis naar de SplügenpasDe beklimming van de Splügenpas van 2115 m verloopt in twee gedeelten.
Direct na Thusis beginnen we aan de steile klim door de smalle Via
Mala-kloof, met rotswanden tot 300 m hoogte. Ook de hoofdroute N13 naar de
San Bernardinopas volgt parallel aan onze vrijwel autoloze weg deze kloof,
maar veel last hebben we niet van deze drukke weg, want de auto's rijden
veelal door tunnels. Een tweede steile gedeelte is de Rofflaschlucht,
waarna we langs een verstild meer vrijwel vlak naar het dorp Splügen
fietsen.
Inmiddels zijn we op 1450 meter hoogte; op de prima camping van
het dorp slaan we ons kamp op. Van de kookgelegenheid op de camping maken
we geen gebruik, want dit is onze laatste kans om een echte Zwitserse
kaasfondue te bestellen.
De volgende ochtend klimmen
we met een groot aantal haarspelden boven het dorp uit. Na een minder
steil gedeelte volgt een laatste pittige en bochtige klim naar de
pashoogte, tevens de landsgrens tussen Zwitserland en Italië. Ook in dit
gedeelte van de klim is vrijwel geen autoverkeer en dat is maar goed ook,
want de afdaling is behoorlijk steil en het wegdek niet al te best.
Om
enkele duistere tunnels te vermijden, dalen we via een alternatieve
route af naar het dorp Isola, maar
die weg is nog steiler, bochtiger en slechter dan de hoofdweg. Met kramp
in de vingers kijken we verbaasd omhoog hoe we in luttele minuten langs
een vrijwel loodrechte wand meer dan 500 meter zijn afgedaald. De
rest van de afdaling is een makkie en al snel zijn we in Chiavenna, de
eerste grotere Italiaanse plaats na de grens.
Van de Splügenpas naar LeccoHet dal wordt snel breder en de vegetatie steeds zuidelijker; palmen, oleander en olijfbomen geven de tuinen hier een mediterraan aanzien. Het routeboekje wil ons de autoweg op sturen, maar dat blijkt onnodig; tot aan Sórico aan het Comomeer kunnen we fietspaden of landwegen zonder autoverkeer volgen.
Dan moeten we helaas de vrij drukke weg op, maar gelukkig zijn ook
de Italianen bezig met het aanleggen van fietsstroken en fietspaden, dus
de situatie voor fietsers verbetert voortdurend.
Langs het Comomeer liggen diverse schitterende villa's en
tuinen, waarvan enkele te bezoeken zijn, zoals de
Villa Monastero
in Varenna. Hier kun je in alle rust ronddwalen en van het uitzicht
over het meer genieten tussen allerlei exotische planten en klassiek
geïnspireerde bouwwerken.
Vanuit Varenna steken we per veerboot het meer
over naar Bellagio, een van de schilderachtigste en meest toeristische
plaatsen aan het meer. De weg richting Lecco begint volkomen onverwacht
gemeen te stijgen, maar een fraai uitzicht over het meer vormt de beloning
voor deze kuitenbijter. Omdat de weg aan deze kant van het meer een groot
deel van de dag in de schaduw ligt, zijn hier weinig dorpen en navenant
weinig verkeer. Vlak voor het drukke Lecco rijden we per abuis door een
onaangename tunnel; er blijkt voor fietsers een alternatieve route te
zijn, zo ontdekken we achteraf -- niet bewegwijzerd, zoals wel vaker in
Italië. Even ten zuiden van Lecco vinden we aan het Lago di Garlate een
camping, waar we kunnen uitrusten van de bergen en ons op de doorsteek van
de Povlakte kunnen voorbereiden.
Gefietste etappesVoorafgaand traject: Pelgrimsroute naar Rome (1): van Utrecht naar Basel
| Etappe | Afstand | Stijging* |
1. Neuf Brisach (Fr.) - Frick (Zw.) 2. Frick - Stein Am Rhein 3. Stein am Rhein - Konstanz (Dld.) 4. Zürich - Bischofszell 5. Bischofszell - Balzers (Li.) 6. Balzers - Thusis 7. Thusis - Splügen 8. Splügen - Cólico (It.) 9. Cólico - Lecco |
118 km 106 km 35 km 92 km 101 km 70 km 30 km 77 km 48 km |
-- -- -- -- -- 879 m 811 m |
| 773 km |
* alleen dagen met flinke stijgingen zijn vermeld.
Pelgrimsroute naar Rome: zie voor voorafgaande en volgende etappes richting Rome onze verslagen van Fietsen langs de Duitse Rijn en Van het Comomeer naar Rome.
Een alternatief voor de Zwitserse Rijn- en Splügenroute is de Gotthardroute: Fietsen in Zwitserland: van Basel naar Chiasso.
Basel is per auto via België en Frankrijk of via Duitsland geheel via snelwegen te bereiken. De afstand vanaf Utrecht bedraagt circa 700 km. De (nacht)trein
naar kan een goed alternatief zijn. Voor informatie en boekingen kun je
terecht bij NS
Hispeed.
De fiets mag in Zwitserland in de meeste treinen mee voor 15 CHF (€ 10) per dag; Als een kaartje voor een traject minder dan 15 CHF kost, dan mag je voor de fiets ook een extra personenbiljet kopen.
Vanaf het Comomeer kun je gemakkelijk via Chiasso met de trein
terugreizen naar Basel of Zürich.
Tot aan de Bodensee zijn er niet veel campings langs het beschreven traject. Er is er een in Frick, circa 15 km van de route verwijderd. In Stein am Rhein is een camping met vaste staanplaatsen, waar trekkers worden toegelaten. Verderop langs de route zijn er onder meer campings in Triesen (Liechtenstein), Chur, Thusis en Splügen. Hotels en pensions zijn in vele plaatsen te vinden; aan de Duitse kant van de Rijn zijn die wat goedkoper dan aan de Zwitserse kant.
In vrijwel elke plaats van enige betekenis is in Zwitserland een Migros of Coöp-supermarkt te vinden. In de Migros-supermarkten wordt geen alcohol verkocht. Uit eten is redelijk betaalbaar en de kwaliteit is goed, maar een fles wijn bij de maaltijd is prijzig.
De fietsroute langs de Rijn staat
vanaf de bron stroomafwaarts beschreven in de Duitstalige
Bikeline-reeks Rhein-Radweg. Deel 1 beschrijft het traject van
Andermatt (vlak bij de bron van de Rijn bij de Oberalppas) naar Basel. De routeboekjes zijn in Nederland te bestellen bij de
Fietsvakantiewinkel.
Wij volgden deze Rijn-route tot Thusis, waarna we het routeboekje
Onbegrensd fietsen naar Rome van Paul Benjaminse gebruikten voor de
route over de Splügenpas tot Lecco aan het Italiaanse Comomeer.
©1998-2008 tekst en foto's: Peter de Rijk, Annemarie Verhallen.
Alle rechten voorbehouden; overname van teksten of illustraties alleen na schriftelijke toestemming.