Fietsen in Zwitserland: van Basel via de Gotthardpas naar ChiassoEen oversteek van de Alpen via een van de klassieke pasroutes zal vele fietsers aantrekkelijk in de oren klinken: van het noordelijke heuvelland via het Vierwoudstedenmeer over de Gotthardpas naar het Mediterrane Meer van Lugano. Maar hoe zit het dan met het massale autoverkeer dat zich via dezelfde smalle doorgang een weg naar het zonnige zuiden baant?
De JuraZo'n 30 km na Basel begint de vrijwel verkeersvrije weg serieus te klimmen, in de aanloop naar Schafmatt (812 m), het hoogste punt van onze Jura-passage. We kronkelen door een groen landschap vol fruitbomen en met her en der boerderijen. Vlak voor de top moeten we stevig op de pedalen; achteraf moeten we constateren dat deze beklimming korter, maar ook steiler was dan de Gotthardpas over de Alpen, ook al zijn de bergen hier afgeplat, zonder markante toppen.
Na een mooie afdaling, waarbij we voor het eerst de besneeuwde Alpentoppen in
de verte zien, passeren we Aarau, waar de plaatselijke Migros goed is voor een
grote zak Basler Leckerli, onbetwist het lekkerste koekje ter wereld. Door het
vlakke Suhrental rijden we in straf tempo ruim 15 km lang over een onverharde
weg richting Sempachersee, waar diverse campings zijn. In deze streek tussen
Jura en Alpen bepalen lage heuvels het landschap, en daar zijn we blij
mee, want zo kunnen we moeiteloos de laatste kilometers
afleggen. Na een etappe van ruim 100 km slaan we bij
het dorpje Nottwil ons kamp op.
VierwoudstedenmeerIn Luzern verbazen we ons over de vele fietsen, en nog meer over de fietsenrekken vol kostbare mountainbikes die met een simpel kabelslotje voor het treinstation geparkeerd staan. Diefstal is kennelijk zeldzaam, maar toch houden we onze hybrides in de gaten als we op een terras met uitzicht op de beroemde overdekte Kapellbrücke, van cappuccino met appelgebak genieten. Het is de moeite waard de Kapellbrücke even op te lopen vanwege de fraaie schilderingen onder het dak.
Nu
we langs het Vierwoudstedenmeer fietsen, zien we dat de drieduizenders van de
Alpen opeens heel dichtbij zijn. Toch blijft de weg tamelijk vlak, wat we gezien
de temperatuur bepaald niet betreuren. In Stans wijst het kwik 34 gaden aan,
onder een staalblauwe hemel.
Omdat de weg langs de zuidelijke oever doodloopt -- alleen voor auto's is er de
9 km lange Seelisbergtunnel richting Gotthard -- moeten fietsers de veerpont van
Beckenried naar Gersau nemen, die gelukkig 's zomers regelmatig vaart. De
overtocht is zeker de moeite waard vanwege de schitterende uitzichten op de hoge
bergen die het meer insluiten.
AxenstrasseNa Brunnen volgt de beroemde Axenstrasse, een weg die na de aanleg in 1865 als een van de mooiste van Europa betiteld werd omdat de weg zo fraai in de rotsen ingebed lag en met gebruikmaking van plaatselijke materialen (steen) gebouwd was. Inmiddels zijn er metalen vangrails en de galerieën zijn vervangen door tunnels, maar enkele stukjes van de oude weg bestaan nog en zijn alleen voor fietsers en wandelaars toegankelijk. Ons routeboekje noemt de hoofdweg "zeer gevaarlijk", maar dat valt mee, want ook hier is langs vrijwel de gehele, inderdaad drukke weg een fietsstrook aangelegd.
Het UrnertalOok na het Vierwoudstedenmeer blijft de weg nog lang vrijwel vlak. Wel wordt het dal steeds nauwer, en voor ons zien we enorme bergreuzen oprijzen. Over stille fietspaden bereiken we Amsteg op 526 m, waar de klim naar de Gotthardpas begint. De trein moet in dit dal bij Gurtnellen en Wassen zijn toevlucht nemen tot keertunnels om voldoende hoogte te winnen en ook wij worden direct met forse stijgingen geconfronteerd. De fietsroute naar Andermatt op 1450 m voert grotendeels over de oude Gotthardweg, die nu hoofdzakelijk door motoren bereden wordt. Het autoverkeer volgt de snelweg, die in dit smalle, steile dal voortdurend zichtbaar is.
AndermattNa Göschenen wordt het onaangenaam druk op de weg door de vele auto's met toeristen die de voorkeur geven aan de pas boven de tunnel; we fietsen tamelijk steil omhoog door enkele galerijen, in lawaai en stank. Over de Teufelsbrücke passeren we de Schöllenenschlucht; door de bouw van deze brug, die oorspronkelijk uit de 13 eeuw dateert, werd de weg naar het zuiden geopend en werd de Gotthardroute de belangrijkste verbindingsweg met het Middellandse Zeegebied. Na een korte tunnel opent zich een breed dal en rijden we Andermatt binnen. De eerste helft van de Gotthard-klim zit erop.
Schlafen im StrohWe hebben het adres van een boerenstal waar je "in het stro" zou kunnen slapen. Na enig rondvragen komen we bij de eigenares in het dorp, die ons vertelt dat haar man, die voor de gasten zorgt, niet aanwezig is, maar we mogen zelf kijken of we het wat vinden, de deur is open. We treffen een prima slaapplek boven een paardenstal aan, compleet met een douche en zelfs een espressomachine in de "ontbijtzaal".Een dikke laag stro zorgt voor het nodige comfort onder de slaapzakken. Er zijn in Zwitserland inmiddels ruim 200 boeren bij de organisatie Schlaf im Stroh aangesloten; voor € 15-20 per persoon, inclusief ontbijt, kun je comfortabel slapen en krijg je tegelijk een beeld van het Zwitserse boerenbedrijf.
De GotthardpasDoor een alpien landschap met steeds hogere sneeuwmuren langs de weg -- de
pas is nog maar een week open -- klimmen we naar de Gotthardpas.
Het laatste
gedeelte tot aan de pashoogte is geheel autovrij; de oude weg met
kinderhoofdjes wordt voor fietsers (met dikke banden!) en wandelaars
onderhouden.
Op de pashoogte op bijna 2100 m is het een drukte van belang; honderden
toeristen genieten in de felle zon van het uitzicht op de besneeuwde bergen. In
de 18e eeuw trokken jaarlijks circa 16.000 kooplui, bedevaartgangers, soldaten
en arbeiders over de pas; we vermoeden dat dit aantal tegenwoordig gemakkelijk
op een dag gehaald wordt.
Val TremolaDe afdaling van de pas door
het Val Tremola is schitterend; we rijden over de kinderkopjes van de met een
slagboom afgesloten oude weg via 37 haarspeldbochten hobbelend omlaag. Aan de
overkant van het dal zien we de drukke autoweg, beschermd door talrijke
galerijen.
In Airolo belanden we weer op de autoweg, maar er is relatief weinig verkeer
omdat de automobilisten hier de autosnelweg verkiezen. Als snel rijden we tussen
de tamme kastanjes van het Italiaanstalige Valle Leventina, van oudsher een druk
bereisd, smal dal, waar autosnelweg, spoorweg, kantonale weg en fietspad (!)
zoveel ruimte opeisen dat er soms nauwelijks plaats op de dalbodem overblijft.
Het mediterrane TessinTot aan Biasca daalt de weg behoorlijk, terwijl de warme zuidenwind in kracht
toeneemt, zodat we af en toe een paar tandjes terug moeten schakelen. We passeren enkele pittoreske dorpen met huizen en kerkjes die uit
ruwe granieten stenen opgebouwd zijn, een heel andere aanblik dan de keurig
gepleisterde huizen aan de noordkant van de Alpen. De eerste palmen verschijnen.
Er wacht ons nog één pas: de Monte Ceneri (554 m), die de verbinding vormt
tussen het dal waarin Bellinzona, de hoofdstad van Tessin, en het Lago Maggiore
liggen en het Meer van Lugano. We klimmen 350 m over een opvallend brede weg met
opvallend weinig auto's; vrijwel al het verkeer gaat door de tunnel die in de
jaren '80 in gebruik is genomen.
Het meer van LuganoWe laten de stad Lugano links liggen en volgen de bochtige, steile oever van het Meer van Lugano, met uitzicht op villa's van de rijken en zeer rijken, zonder uitzondering opgeluisterd met prachtige tuinen vol exotische planten en bloemen. Bijzonder fraai is het traject bij Morcote, dat volgens de reisgids in het hoogseizoen een heksenketel is. Nu, eind mei, staat er slechts een enkele toeristenbus. We laten het meer achter ons en rijden de laatste kilometers van de noord-zuidroute door een ietwat rommelig, tamelijk dichtbevolkt gebied. Via Mendrisio bereiken we het station van de grensplaats Chiasso, waar de trein ons terugbrengt naar Basel.
Basel is per auto via België en Frankrijk of via Duitsland geheel via snelwegen te bereiken. De afstand vanaf Utrecht bedraagt circa 700 km. De (nacht)trein kan een goed alternatief zijn.
De fiets mag in Zwitserland in de meeste treinen mee voor 15 CHF (€ 10) per dag; Als een kaartje voor een traject minder dan 15 CHF kost, dan mag je voor de fiets ook een extra personenbiljet kopen. Voor wie de Gotthardpas niet per fiets over wil of kan (vanwege het de weersomstandigheden): het traject Göschenen-Airolo via de Gotthardtunnel kost 6 CHF, met een fiets erbij wordt dat 12 CHF. De terugreis van Chiasso naar Basel per trein duurt 4 tot 5 uur. De prijs per persoon inclusief fiets in de 2e klasse is circa 95 CHF (€ 63).
Zwitserland leeft van het toerisme en hotels en campings zijn overal te vinden. Wie wil kamperen, kan beginnen op de camping in het Duitse
Lörrach. Vlak ten zuiden van Basel
vind je Camping Waldhort in
Reinach. Langs het verdere traject van de Noord-Zuidroute liggen voldoende campings, althans vanaf Sursee (de eerste na Basel, afstand 100 km), Er zijn verder campings in oa. Luzern, Brunnen, Altdorf en Bellinzona. In het routeboekje van Veloland Schweiz is een lijst met voordelige, fietsvriendelijke accommodatie opgenomen.
Kijk ook op de website van Veloland Schweiz
voor informatie over onderdak. Zie voor slapen bij de boer Schlaf im Stroh.
Er zijn in Zwitserland een aantal fietsvriendelijke hotels met speciale
voorzieningen, zoals een uitgebreid fietsersontbijt, stallingsruimte voor de
fiets, bagageservice en reparatiefaciliteiten. Zie voor de adressen
Veloland Schweiz en
Velotel.
Grote, redelijk betaalbare supermarkten zijn in elke wat grotere plaats te vinden. De Migros is meestal het goedkoopst. Uit eten is vrij prijzig en met een fles wijn bij de maaltijd zelfs ronduit duur.
Aanbevolen reisgidsen (bestelling via bol.com, verzendkosten per boekenpakket € 1,95, betaling met acceptgiro achteraf of met iDEAL, bankoverschrijving of creditcard vooraf.):
Zwitserland Adriana Czupryn
|
Zwitserland Ronnie Rokebrand
|
Lonely Planet Switzerland Damien Simonis
|
Zwitserland Rainer Stiller
|
Kleurrijk en volledig | met veel praktische info | Nu met 15% korting | beknopt en voordelig |