an Bako tot Kinabalu: nationale Parken van Sarawak en SabahHet eiland Borneo wekt bij menigeen associaties met uitgestrekte vochtige oerbossen vol wilde dieren, waar de mens slechts sporadisch in is doorgedrongen. Dat beeld is vrijwel overal op dit enorme eiland allang niet meer in overeenstemming met de werkelijkheid. Door de ongebreidelde houtkap, die voor elke bezoeker duidelijk zichtbaar is, heeft de natuur fors moeten inleveren, en alom rukt de beschaving op.
Kuching
Bij het binnenrijden van
Kuching, de hoofdstad van Sarawak, worden we verrast door het grote aantal
nieuwe en zelfs futuristische bouwwerken. Ook 's werelds grootste
hamburgerketen is hier present. Een menuutje kost er driemaal zoveel als
een rijstmaaltijd op straat, maar de hele dag zit het er vol french
fries happende peuters. Houtkap en oliewinning hebben de nodige
welvaart gebracht in deze modern ogende stad. Toch is Kuching een plaats
met historie, want hier arriveerde rond 1840 de Britse avonturier James
Brooke, de stichter van de dynastie der Witte Radja's, die meer dan een
eeuw de macht over Noord-Borneo zou uitoefenen. Het paleis dat zijn
opvolger Charles Brooke liet bouwen, dient nu als verblijfplaats van de
gouverneur van Sarawak.
Ook Fort Margherita, waarin Brooke bescherming zocht tegen de aanvallen
van piraten, bestaat nog. Het is nu een politiemuseum, waar de teksten bij
de tentoongestelde voorwerpen waarschuwen tegen de gevaren van het
communisme en drugs. Minder moralistisch getint is het Sarawak Museum dat
gewijd is aan bevolking, planten en dieren van Borneo en een van de
weinige niet te missen musea in dit deel van de wereld is.
Op een uurtje rijden van Kuching ligt het zeer afwisselende Bako
National Park. Hier vind je ongerept oerwoud, maagdelijke zandstranden en
mangrovebossen, waar de uiterst merkwaardige neusaap zich schuilhoudt.
Deze dieren, die in het Maleis orang belanda (Hollanders) genoemd
worden, laten zich niet gemakkelijk bespieden. Tijdens een korte expeditie
bij zonsopgang horen we weliswaar veel geraas in de bomen en zien we in de
verte schimmen in het gebladerte bewegen, maar slechts heel even kunnen we
een blik werpen op een mannetjesaap met zijn groteske reukorgaan, dat als
een enorme kwab over zijn bovenlip hangt. De opkomende vloed verdrijft ons
uit het mangrovebos. Heel wat makkelijker te bestuderen zijn de zeer
brutale makaken, die er niet voor terugdeinzen blikjes vis, honingpotten
en volle koppen thee vlak voor onze neus van de veranda van onze bungalow
te jatten. Slechts door een precisiebombardement met colablikjes en enkele
emmers water laten de apen zich voor korte tijd afschrikken.
We zijn
vooral naar Bako gekomen voor de vleesetende planten, die hier in groten
getale gedijen. Als we een van de uitgezette wandelingen door het bos
volgen, zien we overal de bekers van diverse Nepenthes-soorten in
de bomen en op de grond, sommige wel twintig centimeter lang. De bekers
zijn gevuld met vocht waarin mieren, torren en andere insecten, die worden
aangetrokken door de geur, onherroepelijk verdrinken, nadat ze uitgegleden
zijn op de wasachtige bekerwand. Vervolgens worden ze door
de enzymrijke vloeistof onderin de beker verteerd om als voedsel voor
de plant te dienen. Tot onze verrassing leidt het pad ons naar een
maagdelijk zandstrandje tussen de rotsen, waar een kalm zeetje uitnodigt
om het zweet af te spoelen. Droog worden we niet meer, want in nog geen
uur is de hemel geheel verduisterd door enorme donderwolken, waarna een
ongekende wolkbreuk volgt.
LonghousesDe meeste Maleise nationale parken kennen prima
voorzieningen. Er zijn informatiecentra ingericht over flora en fauna en
bewegwijzerde paden zorgen ervoor dat je een goede indruk van de omgeving
kunt krijgen zonder dat het bezoek het karakter van een expeditie krijgt.
Meestal zijn er ook goede overnachtingsmogelijkheden. Dat geldt ook voor
het Niah National Park, maar als wij op zoek gaan naar de receptie van de
bungalows, treffen we slechts een drietal zeer dronken functionarissen die
geen enkele interesse tonen in het verhuren van hutjes. Het is hen niet
kwalijk te nemen, het is tenslotte Gawai, het grootste jaarlijkse
feest van de Iban van Sarawak. In de longhouses wordt een week lang het
eind van de rijstoogst en het begin van het nieuwe plantseizoen gevierd,
hetgeen gepaard gaat met overdadige consumptie van tuak, de
zelfgestookte rijstdrank. Hoe vrolijk het eraan toe gaat, ervaren we die
avond zelf als we een bezoek brengen aan een van de longhouses, samen met
een Nederlandse pater die al jaren in de streek woont en werkt. Onder toeziend oog van de geestelijke, die zelf
Heerlijk Helder Hollands bier uit blik verkiest, nuttigen we enkele glazen
tuak, waarna we onder grote hilariteit van de bewoners van het katholieke
longhouse met een verentooi op ons hoofd een dansje opvoeren, geheel
volgens het door de hedendaagse ontdekkingsreiziger Redmond O'Hanlon in Naar
het hart van Borneo beschreven scenario.
Met de inmiddels behoorlijk
vrolijk geworden pater rijden we in het holst van de nacht met grote
snelheid slingerend over de smalle weg terug naar het dorp. Dat we de rit
zonder schade of letsel volbrengen, mag waarlijk een wonder heten. Nee, in
Holland zou hij nooit meer kunnen wennen, zegt hij, maar toch eet hij nog
altijd liever boerenkool met worst dan rijst met sambal.
VogelnestjesDe Niah-grotten zijn niet alleen beroemd door de imposante omvang en het archeologische belang -- hier werd de oudste menselijke schedel van Zuidoost-Azië gevonden -- maar ook door de activiteiten die erin plaatsvinden. Rond de avondschemering vindt er een enorme volksverhuizing plaats, als de miljoenen vleermuizen uitvliegen die overdag in de grotten huizen, terwijl grote zwermen zwaluwen dan hun toevlucht in de grotten zoeken. Bij zonsopkomst herhaalt dit spektakel zich in omgekeerde richting. Wij kunnen er helaas niet van genieten, want het hek dat toegang geeft tot het pad naar de grotten gaat om vijf uur al op slot. Zo moet het illegale oogsten van de zwaluwnestjes uit de grotten voorkomen worden. De nestjes vormen het hoofdingrediënt van vogelnestjessoep, een van de kostbaarste delicatessen van de Chinese keuken. Een kilo nestjes van de beste kwaliteit kan in Hongkong en de VS wel duizend gulden opbrengen. Erg effectief is het hek niet, want bij sluitingstijd heeft zich een groepje mannen bij het hek verzameld die zich gewillig laten opsluiten in het park om 's nachts hun lucratieve maar uiterst gevaarlijke verzamelarbeid te verrichten. Bij ons bezoek aan de grotten zien we dat het oogsten ook overdag doorgaat. In het halfduister ontwaren we verzamelaars die op wankele stellages van soms wel dertig meter hoog de nestjes van de wand halen. Elk jaar vallen er slachtoffers, maar de verdiensten zijn blijkbaar zo hoog dat vele waaghalzen bereid zijn hun leven te riskeren. Een minder riskante bezigheid die in de grot plaatsvindt, is het oogsten van de overvloedig aanwezige, penetrant ruikende mest van de vleermuizen en zwaluwen, die in de landbouw gebruikt wordt.

Wie enigszins fit is, mag bij een bezoek aan Oost-Maleisië de
beklimming van Mount Kinabalu (4101 m) in Sabah niet overslaan. De
beklimming van de hoogste berg tussen de Himalaja en Nieuw Guinea is
technisch gezien niet moeilijk, omdat er vrijwel tot aan de top een steil,
maar goed begaanbaar pad loopt, maar toch hebben de Maleise autoriteiten
verordonneerd dat toeristen slechts onder begeleiding van een gids de
beklimming mogen wagen. Wij krijgen Arnold als gids toegewezen, die ons
van de ingang naar het nationale park op 1900 meter naar de allerhoogste hut
op 3800 meter zal leiden. Dat lijkt een forse klim, maar we hebben weinig
keus, want alle lager gelegen hutten zijn reeds volgeboekt. Arnold spreekt
helaas slechts vier woorden Engels (`We must go now') en beperkt
zich er verder toe ongeïnteresseerd achter ons aan omhoog te lopen door
het fascinerende bergbos, dat beroemd is vanwege de Rafflesia, de
grootste bloem ter wereld, en de vleesetende bekerplanten, waaronder
enkele soorten die alleen hier voorkomen. De allergrootste is de Nepenthes
Rajah, waarvan de beker een diameter van 30 cm kan bereiken. De
negentiende-eeuwse botanicus Spencer St. John zou in een ervan zelfs een
verdronken rat hebben aangetroffen. Dat hier inderdaad ratten voorkomen,
ontdekken we in de Sayat-Sayat Hut, die we tegen de avondschemering in de
stromende regen bereiken. Als we proberen de slaap te vatten, wat vanwege
de hoofdpijn door de snelle stijging en de ijzige koude niet meevalt,
ontdekken we tot ons afgrijzen dat de deze knaagdieren onbekommerd over
onze slaapzakken en zelfs ons gezicht lopen.
Om half vier meldt gids Arnold zich
weer, die de avond tevoren plotseling spoorloos verdwenen was. Buiten
gekomen zien we op de helling van Mount Kinabalu een lang lint van
lichtjes. Het bestaat uit tientallen toeristen met zaklantaarns,
hoofdzakelijk Aziatische jongeren in poolkledij, die de nacht in een van
de lager gelegen hutten hebben doorgebracht en proberen vóór zonsopkomst
de top te bereiken. Velen verkeren in problemen door de ijle lucht en
klimmen happend naar zuurstof voetje voor voetje omhoog. Gelukkig bieden
touwen steun bij de beklimming van de gladde rotswand. Niet iedereen haalt
de top; sommigen geven er zelfs de brui aan als ze nog maar een honderdtal
meters te gaan hebben, uitgeput als ze zijn. De stemming onder de
tientallen bedwingers van Low's Peak is uitgelaten, ondanks de wind en een
temperatuur van rond het vriespunt.
Van het schitterende uitzicht op de
top kunnen we helaas slechts kort genieten. Vlak na zonsopkomst benemen
grote wolkenmassa's het zicht op de jungle in de diepte en de zee in de
verte. Gids Arnold kwijt zich bij de afdaling opeens wél van zijn taak.
Zodra we meer dan een meter van het geleidetouw afdwalen, werpt hij
afkeurende blikken. Eenmaal in het bos toont hij zich ook erg ongelukkig
met onze neiging af en toe een zijpad in te slaan, op zoek naar nog
grotere bekerplanten.
De afdaling blijkt na enkele uren een lijdensweg te
worden. Op steile gedeelten van het pad zijn traptreden aangelegd, waar
onze beenspieren steeds meer problemen mee krijgen. Trillend op onze benen
bereiken we de ingang van het park, waar ons een certificaat van de
geslaagde beklimming verstrekt wordt, maar niet dan nadat Arnold aan de
parkfunctionaris bevestigd heeft dat we inderdaad op de top gestaan
hebben. Na Arnold een passende fooi verstrekt te hebben, laten we ons
linea recta per auto naar de warme bronnen van Poring afvoeren, die 40
kilometer verderop in het nationale park liggen. De rest van de dag
brengen we daar in de weldadige zwavelhoudende baden door.
KLM
en Malaysian Airlines vliegen naar Kuala Lumpur, vanwaar goede
verbindingen bestaan met Kuching (Sarawak) en Kota kinabalu (Sabah). Ook
vanuit Singapore is Borneo gemakkelijk te bereiken. Kijk ook eens bij
Expedia
voor scherpe tarieven met andere maatschappijen. Ook bij kun je terecht voor gunstige tarieven.
Aanbevolen reisgidsen (bestelling via Bol.com, verzendkosten per
boekenpakket € 1,95, betaling met acceptgiro achteraf of met iDEAL, bankoverschrijving of creditcard vooraf.):
|
|
Maleisie / Nederlandse editie
|
Maleisie Belien |
|
| Bestel nu met 14% korting | Bestel nu met 16% korting | Veel achtergrondinformatie, fraai geïllustreerd | Uit de vernieuwde Dominicus-serie, geheel herzien |