reisverslagen

Reisverhalen



reisverslagen
Indonesië: Sulawesi 1990

traditionele Toraja-huizenVan Makassar naar Rantepao: het land van de Toraja's

Na Java en Bali neemt Sulawesi, en dan met name het zuidwestelijk deel, de derde plaats in op de ranglijst van door toeristen bezochte Indonesische eilanden. En met recht, want het heeft zowel natuur- als cultuurminnaars veel te bieden. Idyllische landschappen, eeuwenoude begrafenisrituelen, grillige bergmassieven en fraaie dorpsarchitectuur, het is allemaal te vinden op dit buitengewoon grillig gevormde eiland tussen Borneo en de Molukken.


De poort naar de zuidelijke 'poot' van Sulawesi is Makassar, de hoofdstad van de provincie Sulawesi Selatan. Wie op doorreis is naar Torajaland, en dat is vrijwel iedere toerist, ontkomt niet aan een bezoekje aan deze havenstad, die eind 20e eeuw eeuw een tijdlang de naam Ujung Pandang droeg. Dat blijkt als ik op een zonnige ochtend op het vliegveld arriveer, weggevlucht uit het verloederende Kuta. Het toeristenbureautje in de aankomsthal beschikt slechts over wat folders van de duurste hotels in de stad, maar de receptioniste weet me wel te vertellen dat alle bussen naar Tana Toraja om zeven uur 's ochtends vertrekken. Er is dus voldoende tijd voor een dagje sightseeing.

Vrijwel alle toeristen volgen hier hetzelfde programma, en wij vormen daar geen uitzondering op. De taxichauffeur die mij en mijn metgezel naar de stad brengt, vraagt voor de zekerheid nog even naar onze plannen, maar begint bij het woord Toraja al begrijpend te knikken. Het wekt ook geen verbazing dat een voor hotel Ramayana geposteerde becak-rijder, die om elk mogelijk misverstand te vermijden zijn voertuig heeft opgesierd met het opschrift TOURIST BECAK, direct bij aankomst aanbiedt om ons naar het bekende Fort Rotterdam te brengen, nadat we - samen met hem uiteraard - een bezoek aan het ticketbureau hebben gebracht om een buskaartje te kopen. Ook de employé van de busmaatschappij verzekert ons nog eens dat deze becak-rijder zeer betrouwbaar is en bij toeristen zeer geliefd. Welke kongsi gaat hier nu weer achter schuil, vraag ik me af.


Fort Rotterdam in MakassarFort Rotterdam

Door de brede en niet al te drukke straten van Makassar laverend rijden we op Fort Rotterdam af, een van de best bewaarde koloniale forten in Indonesië. De oorsprong van dit verdedigingswerk gaat terug tot de middeleeuwen, toen de sultan van Goa hier versterkingen opwierp om de haven tegen plunderende piraten te verdedigen. Portugezen en Hollanders streden de eeuwen daarna om de macht in deze regionen. Makassar was immers een belangrijke schakel in de zo belangrijke specerijenvaart op de Molukken. Het waren uiteindelijk de Hollanders die in 1608 het fort wisten te veroveren.

Als we bij het fort komen en ik de becakrijder voor zijn diensten wil betalen, weigert hij het afgesproken bedrag aan te nemen en zegt te wachten tot we terugzijn van de bezichtiging. Want er is nog veel meer te zien in de stad, Sir! En wat moet dat dan kosten? Up to you! Nou ja, het is warm en het is vakantie, dus laten we het maar even zo. Hij nestelt zich in zijn voertuig en lacht ons nog eens toe.

Het blijft een merkwaardige ervaring vaderlandse architectuur aan te treffen aan de andere kant van de aardbol. De gebouwen van het fort vertonen met hun hun trapgevels, dakkapellen en rode dakpannen wel wat gelijkenis met Urker visserswoningen. Uit foto's in een van de twee musea op het terrein blijkt dat het fort tot voor kort zwaar vervallen was. Een flinke opknapbeurt heeft de dertien gebouwen van het fort weer in de oorspronkelijke zeventiende-eeuwse staat teruggebracht. Enkele gebouwen zijn nu in gebruik bij overheidsinstanties. de haven van makassarUiteraard staat er bij de ingang een groepje would-be gidsen klaar, schooljongens die hun Engels willen oefenen. Ze begeleiden ons over de omwalling van het fort, waarop nog een enkel eenzaam kanon staat, en bij het bezoek aan de musea, waarin een bonte verzameling curiosa verzameld is, van prehistorische werktuigen tot 100-rupiah biljetten uit de jaren zestig, en van Chinees porselein tot foto's en stambomen van nationale helden. De sieradenafdeling blijkt uit veiligheidsoverwegingen uitsluitend replica's te herbergen. In ruil voor de bewezen diensten beantwoord ik wat vragen van de gidsen over ons vaderlands voetbalteam, waarvan ze overigens meer blijken te weten dan ik.


De haven van Makassar

Weer buiten stuiten we direct op onze privé-chauffeur. 'We gaan naar de haven,' zegt hij. 'Maar wat kost het?' vragen we. Geen zorgen, gisteren heeft hij nog tot volle tevredenheid een toerist uit - jawel - Rotterdam rondgereden, hij zal ons niet oplichten. We komen niet tot een prijs, maar goed, het is buitengewoon warm en dus stappen we in. Na een rit van een half uur komen we op het haventerrein. Hebben we misschien alvast 1000 rupiah voor onze gids, dan kan hij sigaretten en een kop koffie kopen, want we begrijpen toch wel dat hij het zonder wat pepmiddelen in deze hitte niet lang meer volhoudt? Natuurlijk.


ijsleverancier in de haven van MakassarDe haven biedt een fascinerend gezicht op tientallen schoeners, zeilschepen van een sierlijk model die al eeuwen de zeeën rond het eiland bevaren. Deze prahu zijn nog steeds van groot belang voor het handelsverkeer langs de kust en ook tussen de eilanden. Het leven aan boord speelt zich geheel aan dek af, in weer en wind. Het laden en lossen van de schepen gebeurt nog geheel met mankracht. Balen rijst, olietonnen, hout en copra wordt over de kades getransporteerd door meest jonge mannen, die met een dag zwoegen in de verzengende hitte niet meer dan een hongerloontje verdienen. Dat neemt niet weg dat we overal allerhartelijkst begroet worden en vele handen moeten schudden. Afgezien van de vrachtwagens langs de kade die voor het verdere transport van de lading zorgen is hier in eeuwen weinig veranderd, zo lijkt het. De becakrijder rijdt ons nog langs een monument ter nagedachtenis aan de strijd tegen Westerling en zijn troepen, opgericht in de bekende fel-realistische stijl, en nadat hij ons nog een kaartje van een 'uitstekend toeristenrestaurant' in de handen heeft gedrukt, is het moment van betalen daar. Tot mijn lichte ongenoegen zie ik dat ik alleen nog een biljet van 5000 rupiah heb. Eigen schuld. Erg tevreden kijkt hij nog niet als ik het geld overhandig, maar gelijk daarna meldt hij de hele avond tot onze beschikking te staan, no problem. Maar wij zijn moe en besluiten de dag met 'kip a la Ramayana' in het hotel.


landschap met nootmuskaatbomen richting RantepaoDe weg naar Rantepao

De busreis naar Rantepao, het toeristische centrum van Tana Toraja, neemt een hele dag in beslag en voert door een schitterend landschap. Eerst rijden we dicht langs de kust door een vlak gebied met verspreid in de rijstvelden merkwaardige kalksteenbergjes. Later, na de lunchpauze in Pare Pare, verandert het landschap. De bergen worden hoger en al snel rijden we langs honderden meters diepe ravijnen, terwijl we telkens weer van schitterende vergezichten kunnen genieten. Ondoordringbare jungle zoals op Sumatra is er niet te zien, in plaats daarvan vooral dennen- en bamboebossen. Veel berghellingen lijken aangetast door erosie. De weg bestaat geheel uit bochten, en langzamerhand raakt de bus vervuld van een zurige lucht. Wagenziekte speelt enkele passagiers kennelijk parten. Hoe verder de tocht vordert, des te meer neemt de chauffeur zijn gemak ervan en stopt hij even voor een kleine versnapering of een praatje met een kennis in een dorpje. Bij het vallen van de schemering bereiken we Rantepao. Het restaurant waar we willen eten ziet er romantisch verlicht uit: slechts brandende kaarsen op de tafels. Als we aan het dessert toe zijn worden we uit de droom geholpen. Onder algemeen gejuich floepen de tl-buizen aan.

Toraja huisTana Toraja

Eeuwenlang waren de Toraja's een geïsoleerd levend volk, gevreesd om zijn oorlogszuchtigheid en koppensnellerspraktijken. Pas in het begin van deze eeuw wisten de Nederlanders in het gebied door te dringen. Nog altijd zijn veel traditionele gebruiken bewaard gebleven, en mede daaraan heeft het gebied zijn populariteit bij toeristen te danken. Bij een begrafenisfeest in Torajaland zijn vaak evenveel toeristen aanwezig als bij een crematie op Bali. De Toraja's maken er geen probleem van: toeristen zijn een bron van inkomsten en dragen zo bij aan de financiering van de uiterst kostbare begrafenisplechtigheid (iedere toerist die een begrafenis bezoekt dient bijvoorbeeld een slof sigaretten aan de familie van de overledene te geven, terwijl ook de toegangsprijs bij iedere bezienswaardigheid voor Indonesische begrippen zeer hoog is: 1500 rupiah). Van overheidswege wordt er bij de bevolking zelfs op aangedrongen de begrafenissen wat meer over het jaar te spreiden, zodat geen toerist teleurgesteld hoeft te worden.


wasmiddelreclame in RantepaoTongkonan en tau tau

Rantepao is een uitstekend uitgangspunt om Torajaland te verkennen; veel bezienswaardigheden liggen op slechts enkele kilometers van het dorp. Om het talloze malen overstappen in overvolle bemo's te vermijden besluiten we een dag een minibus met gids te huren. Keus genoeg: gelijk na onze aankomst biedt de ene na de andere gids zich aan. De keus valt op ene Paulus, die in ieder geval beter Engels spreekt dan de meeste van zijn collega's. We rijden een dag door de omgeving van Rantepao met een vaartje van gemiddeld 10 kilometer per uur. Asfalt is in deze streek buiten de hoofdwegen nog niet te vinden. Het busje werkt zich schommelend door modderpoelen en diepe kuilen, slaperige honden en kippen opschrikkend. De dag levert ons een goed beeld op van de cultuur van de Toraja's, ook al hebben we het idee dat veel rotsgraven en traditionele huizen omwille van het toerisme in stand worden gehouden en ook voor de Toraja's resten van een afgesloten tijdperk zijn geworden, in ieder geval vlak bij Rantepao. Met steun van de overheid wordt geprobeerd de traditionele bouwwijze in stand te houden.

De typische huizen en voorraadschuren van de Toraja's, de tongkonan, hebben sierlijke daken die aan voor- en achterkant in een punt naar boven uitlopen. Alle huizen staan in noord-zuidrichting, wat volgens de traditie verwijst naar de gebieden waar de voorvaderen van de Toraja's vandaan zijn gekomen. Een rij huizen lijkt door deze opstelling wel wat op een aantal slagschepen in linie.De wanden van de huizen zijn van buiten meestal rijk versierd met gekleurde geometrische en dierenmotieven, terwijl bij de ingang een aantal buffelhoorns de status van de familie aangeeft.

poppen in de rotsenDe rotsgraven van de Toraja's zijn vooral bekend om de tau tau, de houten beeltenissen van de overledenen die als wachters in de rotswand staan waarin de graven zijn uitgehouwen. In de zachte kalksteen kan gemakkelijk een diepe grafkamer worden gemaakt, zodat een enkele opening plaats kan bieden aan een hele familie. Vaak worden de overledenen ook in een natuurlijke holte in de rots begraven. Als we lopend langs de rotswanden dan ook verspreid op de grond liggende schedels en botten aantreffen, kunnen we niet nalaten even te denken aan het taboe waarmee de dood in onze streken is omgeven.


poppen in de berg Ons vertrouwen in Toraja-gidsen slinkt wat als we in de grot van Londa, die als natuurlijke begraafplaats dient, een gids staande naast twee schedels een aandoenlijk verhaal horen vertellen over twee geliefden die niet met elkaar mochten trouwen. Hun schedels zijn na hun uiteraard ongelukkige dood in de grot naast elkaar gezet, en nog wel op een voor bezoekers zeer goed zichtbare plaats. Eeuwige verbondenheid is nu hun deel. Tot teleurstelling van de gids tonen we ons niet erg onder de indruk van deze love story. (Toevoeging: Guido Verhaegen berichtte de auteur in 2005 per e-mail: 'Nochtans wil ik U over de scepsis t.a.v. uw gids 'Paulus' heen helpen. Die story over de geliefden die U in de Londa-begraafplaats vond (Romeo en Julia), is wel degelijk en spijtig genoeg waar. Ik was toen Katholiek missonaris in die regio ( in Alang-alang meer bepaald...op 3 km. van Londa). Het moet ergens in de jaren 1970-1974 geweest zijn. Die twee mensen mochten spijtig genoeg geen omgang meer met elkaar hebben en men heeft ze samen op een ochtend in een boom opgehangen gevonden. Ik heb veel meegemaakt in Toraja...ben geen familie van die Paulus, maar de waarheid heeft zijn rechten.)
Onze gids Paulus kan er geen genoeg van krijgen en voert ons van het ene rotsgraf naar het andere. Hebben we er vijf of zes gezien? Nu ja, het was de moeite waard. Maar het fascinerende landschap nodigt eigenlijk eerder tot lopen dan tot autorijden uit, en we besluiten dan ook de volgende dag een flinke wandeling te gaan maken.


fluitist in de heuvels van Tana TorajaDe fluitist van Lokomata

De bemo brengt ons vroeg in de ochtend naar Batutumonga, een dorpje hoog in de bergen boven Rantepao. Na een enerverend ritje stappen we uit bij een koffiehuis, waar het uitzicht over de omringende bergen en de vlakte adembenemend is. Het is aangenaam koel. We lopen langs kunstig aangelegde sawa's, waar de bevolking druk bezig is met de rijstaanplant. Van verre roepen kinderen ons toe: 'Belanda!' en dan 'Mintah gula gula!' Maar gelukkig kijken ze al tevreden als we slechts terugzwaaien. In een bocht van het pad zien we een oud mannetje staan, op dunne beentjes en met gebogen knieën. Met een samenzweerderig gebaar wenkt hij ons en toont ons zijn gebalde vuist. Ook hier drugs in de aanbieding? We zijn toch niet in Kuta? Maar nee, hij tovert een bamboefluitje tevoorschijn en fluit al dansend op zijn spillepootjes een wijsje. Het is een prachtige voorstelling. We geven hem een gepaste beloning, wat hem er bijna toe brengt zijn kunsten opnieuw te vertonen.

We dalen af tussen de rijstvelden en reusachtige bamboebossen, door dorpjes waar motorfiets en auto nog onbekend zijn en de stilte slechts verstoord wordt door blaffende honden en kakelende kippen. We beseffen dat je dit land pas werkelijk leert kennen als je van de gebaande toeristenpaden afgaat. Jammer dat er geen tijd is voor een wandeltocht van een paar dagen. De laatste paar kilometer van de weg naar Rantepao wordt door bemo's bereden, en moe als we zijn maken we daar in de middaghitte toch maar weer al te graag gebruik van.


visverkoper op de marktEen begrafenis

De volgende ochtend staat gids Paulus wat ongedurig voor het hotel. Hij heeft iets heel speciaals in de aanbieding, zegt hij: een echte animistische begrafenisceremonie. Maar het is een eind in de bergen en we moeten dus wel weer een bemo huren. We gaan op weg en rijden al snel over een buitengewoon steil pad, waarop het autootje diverse keren in de modder blijft steken. Uitstappen en duwen is de enige oplossing. Met vereende krachten komen we zo de helling op. Op een drukbezochte markt blijven we even wachten; Paulus zal proberen wat passagiers te ronselen, want bij de ceremonie wordt flink gegokt en daar zijn altijd wel liefhebbers voor. En met wat meer betalenden wordt het voor ons ook goedkoper. Maar helaas, niemand lijkt belangstelling te tonen. Dat bevreemdt ons, maar Paulus ontwijkt onze vragen. We rijden verder. Steeds vaker stoppen we, waarbij Paulus kennelijk aan omstanders informatie vraagt. Zijn gezichtsuitdrukking wordt steeds vertwijfelder. Toch jammer dat we geen Toraja verstaan. Plotseling zegt hij: 'Hier is het.' Maar wij zien niets wat op een plechtigheid wijst. Dan komt de aap uit de mouw: 'Het spijt me,' zegt hij 'de familie heeft de plechtigheid uitgesteld.' We beseffen dat hij dat natuurlijk al veel eerder gehoord heeft, maar het kennelijk beter vond ons te confronteren met de werkelijkheid.

begrafenis in Tana TorajaHet alternatief is een begrafenis in Tondon, vlak bij Rantepao. Honderden familieleden en kennissen van de overledene zitten bij elkaar rond het feestterrein in speciaal opgerichte bamboehutten. Na afgifte van een slof sigaretten en de begroeting van de zoon van de overledene krijgen we in bamboepijp palmwijn aangeboden, de nationale drank. Het feest, want dat is het, is in volle gang. Maanden lang is de familie bezig geweest met de voorbereidingen en al die tijd heeft de gebalsemde overledene in huis gelegen. Pas na de begrafenisceremonie kan de ziel definitief rust vinden. Daarvoor is het noodzakelijk dat er zoveel buffels en varkens geslacht worden als de familie zich kan permitteren. Dat is, afgezien van de aankoopkosten, een kostbare aangelegenheid, aangezien de overheid over ieder ritueel te slachten dier een flinke belasting heft. Al naar gelang de status van de familie duurt een begrafenis enkele dagen tot twee weken. Bij een begrafenis van een lid van de hoogste klasse, de Tokapua (edelen), worden soms wel honderd buffels geslacht. Wij bezoeken een plechtigheid van de Tomokaka, de middenklasse, die vier dagen duurt. Vandaag worden er vier buffels geslacht voor het feestmaal. Met toch wat gemengde gevoelens zien we hoe de goedmoedige buffels met een enkele messteek de halsslagader wordt doorgesneden. Jongetjes met bamboepijpen vangen het uit het wild spartelende dier gutsende bloed op.

Als we na een tijdje de plechtigheid verlaten, bestormt juist een dertigtal Duitse toeristen de helling naar het feestterrein. 'Zijn we nog op tijd?' vragen ze op ongeruste toon, hijgend en puffend. En zo concluderen we voorzichtig dat rond Rantepao de tijd van het massatoerisme aangebroken lijkt. Maar zeker is ook dat voor wie rust en stilte zoekt, Sulawesi nog tal van onontdekte gebieden kent. Voldoende tijd, geduld en wat avonturierszin zijn dan wel noodzakelijk.