Nog altijd heeft de Oostenrijkse hoofdstad Wenen een ietwat oubollig
imago, maar dat is volkomen onterecht. Zeker, de stad staat vol pompeuze
barokke gebouwen uit het rijke Habsburgse verleden en overal kom je
keizerin Sissi, Johann Strauss en Franz Léhar tegen, maar je vindt er ook schitterende
moderne musea, stuit soms op gewaagde architectuur en kunt heerlijk eten
in restaurants waar de Wiener
Schnitzel van de kaart geschrapt is en de nieuwste culinaire trends de
toon aangeven.
Wenen heeft de laatste jaren duidelijk een nieuw elan weten te vinden en een stedentrip van een dag of drie is nauwelijks genoeg om deze stad aan de Donau een beetje te leren kennen. Lees ook onze
praktische tips over Wenen.
Wenen heeft zijn rijkdommen vooral te danken aan de Habsburgse keizers, die van hun onmetelijke rijkdom blijk gaven door enorme paleizen te laten bouwen en die vervolgens in te richten met kunstschatten uit de gehele wereld, zoals de Hofburg in het centrum van Wenen. Een deel van de tragische levens van keizer Franz Josef I en de depressieve, en neurotische keizerin Elisabeth van Beieren (beter bekend als Sisi of Sissi, vereeuwigd in de beroemde filmtrilogie met Romy Schneider) speelde zich hier af. Zo zijn de sporttoestellen van keizerin Sissi nog altijd in de Hofburg te bewonderen. Na de Eerste Wereldoorlog was het gedaan met het Habsburgse Rijk en nog een wereldoorlog betekende de doodsteek voor Oostenrijk en Wenen, dat verpauperd achterbleef. Pas in de jaren vijftig krabbelde Wenen langzaam weer op en kreeg de stad een moderner aanzien.
StephansplatzHet contrast tussen het oude en het nieuwe Wenen is fraai te zien op de Stephansplatz, waar de middeleeuwse gotische Stephansdom met zijn 250.000 kleurige dakpannen weerspiegeld wordt in het Haas Haus, een pand uit 1990 van architect Hans Hollein. In het Haas Haus is een chic restaurant gevestigd, waar je mooi uitzicht hebt op de Stephansdom. De kerk werd in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd, maar is geheel gerenoveerd en is een symbool voor de wederopbouw van Oostenrijk geworden.
Vergeet niet de Stephansdom even binnen te
lopen, al was het maar om de preekstoel van Anton Pilgram uit 1510 te
bekijken, die zeldzaam fijn bewerkt is en waarvan de trapleuningen
met padden en hagedissen versierd zijn, als symbolen van het kwaad.
De kunstenaar heeft zichzelf onderaan de kansel afgebeeld, terwijl
hij zijn werk vanuit een open venster bekijkt ("Der Fenstergucker").
Het is ook de moeite waard de trap naar de eerste verdieping boven de
westgevel te beklimmen, waar vaak tijdelijke tentoonstellingen zijn
en je een mooi overzicht over de kerk en de prachtige tegelvloer hebt.
Luxe winkelsRond de Stephansplatz liggen winkelstraten met een breed aanbod, van
internationale ketenzaken tot exclusieve modeboetieks. Vooral in de Graben
en de Kohlmarkt, die naar het Hofburg-paleis loopt, vallen de etalages met
exclusieve mode en sieraden op. Op de Kohlmarkt is ook
Café Demel gevestigd,
een van de bekendste Weense koffiehuizen, dat ooit door keizerin Sissi
gefrequenteerd werd. Alleen al vanwege de prachtige inrichting is het de
moeite waard hier een Einspänner (koffie met slagroom) of
Grosser Schwarzer met Sachertorte of Dobostorte te bestellen (bestel
nooit zomaar een "Kaffee", maar bestel aan de hand van de menukaart wat
voor koffie je wilt).
Halverwege de Graben staat de Pestsäule, een monument dat keizer Leopold
II in 1679 liet oprichten nadat een pestepidemie meer dan 100.000
slachtoffers had geëist.
Paleizen
Cultuurliefhebbers komen in Wenen volop aan hun trekken. In de
Hofburg zijn de keizerlijke vertrekken van Franz Joseph en zijn vrouw
Elizabeth te bewonderen; zes zalen zijn geheel aan de ongelukkige
keizerin Sisi gewijd. Barokliefhebbers mogen het enorme Belvedere met
de Franse tuin uit het begin van de achttiende eeuw niet overslaan.
Hier werd in 1955 de onafhankelijkheid van Oostenrijk bezegeld. En
dan is er natuurlijk Schloss Schönbrunn, de voormalige
zomerresidentie van de Habsburgers. Het interieur is een hoogtepunt
in de rococo-stijl; in de prachtige Spiegelzaal gaf Mozart ooit een
privéconcert voor keizerin Maria Theresa. Nu worden in deze zaal of
in de oranjerie van het slot dagelijks voor toeristen
concerten in
Mozartstijl gegeven.
Musea
Het Kunsthistorisches Museum is alleen al vanwege het indrukwekkende gebouw een
topper. De collectie, die in de loop der eeuwen door de Habsburgers werd
bijeengebracht, behoort tot de belangrijkste van de wereld. De
schilderijenverzameling omvat werk van Rubens, Rembrandt< Titiaan en Pieter
Brueghel de Oudere (eenderde van zijn werk, onder meer De boerenbruiloft). Ook de subtiel
uitgelichte Romeinse en Egyptische afdelingen zijn de moeite van een bezoek
waard.
Tegenover het Kunsthistorisches Museum staat het Naturhistorisches
Museum, met een collectie van meer dan 20 miljoen voorwerpen. Een gedeelte van
alle opgezette dieren en geologische en archeologische voorwerpen is nog in
ouderwetse vitrines uitgestald, wat het museum een bijzondere sfeer geeft. Een
van de topstukken is de Venus van Willendorf, een 25.000 jaar oud
vrouwenbeeldje.
Vlak bij deze musea ligt het Museumsquartier, ooit de paardenstallen van de
keizer, die na 1990 tot een groot cultureel complex zijn omgevormd. Hier vind je
het onder meer Leopold Museum met werk van de in Wenen alomtegenwoordige Gustav
Klimt en Oskar Koloschka. Ook zijn in en rond het complex, dat zich tot een
belangrijke uitgaansbuurt ontwikkelt, heel wat horecagelegenheden gevestigd.
Opera en concertenEen avondje uit naar de Staatsoper, de Volksoper of de Musikverein
(bekend van het Nieuwjaarsconcert) is een belevenis, al was het maar
vanwege de prachtige entourage. Wenen is nog altijd een belangrijk
centrum van de klassieke muziek, met een kritisch publiek dat zijn
mening vaak niet onder stoelen of banken steekt. De toegangskaarten
zijn niet goedkoop en in de Staatsoper hebben nogal wat zitplaatsen
beperkt zicht (bekijk de plattegrond voordat je een kaartje koopt), maar dikwijls zijn er voor een
paar euro ook staanplaatsen verkrijgbaar. Houd er wel rekening mee
dat je in een zaal als de Staatsoper nogal uit de toon valt als je
gekleed bent in spijkerbroek en slobbertrui.
Hundertwasserhaus en Secession-gebouwWenen is een belangrijk centrum van de art nouveau, die hier vorm
kreeg in de Secession-beweging, opgericht door Gustav Klimt in 1897.
Centraal daarin stonden heldere kleuren, vloeiende menselijke vormen
en gestileerde plantenmotieven. Een van de bekendste voorbeelden in
de architectuur is het Secession-gebouw in de Friedrichstrasse. Het
sobere witte gebouw heeft eenvoudige geometrische vormen en wordt
bekroond door een opvallende koepel van 3000 vergulde
laurierbladeren. Opvallend is dat het pand jarenlang in erbarmelijke
toestand verkeerde en dat pas na 1970 het belang ervan onderkend
werd. Het is inmiddels gerestaureerd en binnenin is het
Beethovenfresco te bewonderen, een creatie van Gustav Klimt.
Al even beroemd als het Secession-gebouw is het Hundertwasserhaus,
een kleurig complex uit de jaren tachtig van de architect
Friedrensreich Hundertwasser dat in de Efteling niet zou misstaan.
Probeer een bezoek te brengen op een zonnige middag, dan lichten de
kleurige betonnen muren mooi op, en let niet te veel op de talloze toeristen. Dit lijkt wel een van de grootste attracties van Wenen te zijn. Een pand tegenover de huizen is geheel ingericht met souvenirwinkeltjes en cafés in Hundertwasserstijl. De appartementen zelf worden
overigens gewoon bewoond en zijn niet te bezoeken.