Fietsen naar de bron van de Maas in Frankrijk en terug langs de Moezel 
Skip to content 
Maas
Maasdal-Langres-Épinal-Metz (2020)

Fietsen langs de Franse Maas en Moezel

Op diverse fietstochten in Nederland en België waren we de Maas al tegengekomen en hadden we de rivier over korte of langere afstanden gevolgd, maar de bovenloop vanaf Verdun was nog onbekend terrein. Het leek een mooi plan eindelijk ook de bron van de Maas eens op te zoeken, en dan via de Moezel terug te fietsen naar het beginpunt van de route. Alles bij elkaar een rondje van ruim 500 km, goed voor een week fietsen in Noord-Frankrijk. Origineel was ons idee niet, het staat vrij exact beschreven in De Internationale Maasroute van Paul Benjaminse.

Van de Moezel naar de Maas

Vlak onder Metz parkeren we de auto in het dorp Vandières aan de Moezel, een kilometer of 20 onder Metz, en klimmen we kalmpjes fietsend in westelijke richting het Moezeldal uit. Het landschap is glooiend, met korenvelden, bos en zonnebloemen, en dat zal de komende dagen niet zo heel veel veranderen. Een beetje onverwacht stuiten we op een groot meer, het kunstmatige Lac de Madine, dat drinkwater aan de grote steden Metz en Nancy levert en waar flink gerecreëerd wordt. Het fietspad loopt vlak langs de oever en voert langs een camping. Na een klim en een lang stuk vals plat bereiken we de rand van het plateau tussen de Maas en de Moezel.

Op het hoogste punt staat langs de weg een oorlogsmonument in de vorm van grafzerk en een leeuw, in 1916 opgericht door Duitse soldaten. Daarachter zien we nog opgeworpen wallen en resten van loopgraven, ruim een eeuw na het einde van de Eerste Wereldoorlog. We dalen af in het Maasdal en pikken de Maasroute op, die in twee richtingen bewegwijzerd is. De camping municipal van Saint-Mihiel is vrijwel leeg en kost minder dan een tientje, lauw douchewater en mooi uitzicht op de Maas inbegrepen.

Van Saint-Mihiel naar Langres

We klimmen het Maasdal uit en worden beloond met een mooi uitzicht over de velden. De afdaling is steil, 13 procent volgens het verkeersbord. Een flinke kuitenbijter voor wie de route in omgekeerde volgorde rijdt (het routeboekje vermeldt hier niets over). De Maas zelf zien we niet zoveel, behalve in Pont-sur-Meuse (logisch) waar we het fietspad langs het Canal de l'Est oppakken, een van de vele kanalen die in de 19e eeuw met talloze sluizen tussen diverse rivieren zijn aangelegd en die vaak behoorlijk hoog boven het landschap liggen (alsof er een heel diepe polder naast ligt).

Zo'n fietspad langs een kanaal schiet altijd lekker op, en al snel zijn we in Commercy, een relatief grote plaats met een 18e-eeuws kasteel langs de Maas. De dorpen daarna hebben nauwelijks of geen voorzieningen; boodschappen doen vereist tot aan Langres een strikte planning, want soms is er over een afstand van 50 km langs de route niets te krijgen. Na Troussey rijden we een flink stuk vlak langs de Maas, die bij elke kilometer iets smaller lijkt te worden. De rivier oogt kalm en is zo ondiep dat we de vissen vlak boven de bodem zien zwemmen, maar uit de waarschuwingen en peilmeters her en der langs de weg blijkt dat overstromingen hier regelmatig voorkomen.

Bij Pagny-la-Blanche-Côte rijden we – de naam zegt het al – langs een hoge, sterk geërodeerde witte krijtwand, een opvallend kenmerk in dit glooiende landschap. Autoverkeer is er op de D148 vrijwel niet, en we zoeven met wind mee tussen de graan- en maisvelden door, met mooie uitzichten over het zonnige Maasdal. Pas in Domrémy-la-Pucelle komt er weer wat leven in de brouwerij, maar dat is dan ook de geboorteplaats van de Franse nationale heldin Jeanne d'Arc. Haar geboortehuis trekt de nodige Franse toeristen en er is zelfs een café met terras geopend, maar de camping is dit jaar wegens coronamaatregelen nog dicht, tot verrassing van twee Belgische fietsers: 'En we hadden nog wel alvast een pintje genomen...' Later komen we ze weer tegen in het vriendelijke hotel À la Ducasse in Coussey, dat eenvoudige kamers heeft en eten wat de pot schaft biedt, alles tegen bijzonder voordelige prijzen. De fietsen gaan in de eetzaal, geen probleem.

Omdat Google Maps ons wel de weg wijst naar een op zondag geopende supermarkt maar er niet bij vertelt dat die op de hoogste heuvel in de hele omgeving ligt, moeten we loeisteil klimmen om inkopen te doen en daarna weer helemaal afdalen naar het tussen heuvels ingeklemde centrum van Neufchateau. Na dit regionale knooppunt lijkt alle leven uit het land verdwenen. In de dorpen is het doodstil, we zien geen sterveling op straat en slechts af en toe passeert er een auto. Winkels of geopende horeca zien we al helemaal niet, men lijkt hier in een eeuwige lockdown te leven. De rondtrekkende fietser is gewaarschuwd, wie hier geen eigen drinkvoorraad en proviand heeft, is reddeloos verloren!

De kerk van Pompierre heeft een fraai middeleeuws portaal dat het bekijken waard is; het doet ons denken aan de vele soortgelijke kerken die we op weg naar Santiago de Compostela tegenkwamen. Ook hier loopt blijkbaar een route richting Spanje, her en der zien we richtingborden en Jacobspad-stickers.

Een zwaarbeladen fietser beklimt lopend de steile helling van ruim 8% die ons in vliegende vaart in Malaincourt-sur-Meuse brengt; het is niet de eerste keer dat we een steile helling afdenderen. Het lijkt in elk geval onzinnig om vanaf de Maasbron stroomafwaarts te rijden omdat je dan minder zou hoeven klimmen – integendeel.

Een paar kilometer voor Montigny blijkt de Maas nog slechts een viezige sloot vol algen; we zijn inmiddels vlak bij de bron, maar voordat we die gaan bewonderen, bezoeken we eerst de hooggelegen vestingstad Langres.

Van Langres naar de Moezel

We zien Langres al van kilometers afstand bovenop de heuvel liggen; voordat we die kunnen beklimmen dalen we eerst af in het dal van de MArne, die vlak langs de stad loopt. De rechtstreekse klim via de Côte des Trois Rois naar de Place Diderot is gruwelijk steil, zo'n 10 tot 14 procent (en geen 8% zoals het routeboekje meldt), wat na een etappe van 100 km nog een flinke beproeving is (de panoramalift nemen vanaf het parkeerterrein of omrijden zijn andere opties). Camping Navarre ligt binnen de omwalling en biedt een uniek uitzicht over de omgeving. Voor een goed plekje moet je wel bijtijds aankomen, want dit is een drukke doortrekcamping.

Op de Place Diderot met zijn terrasjes na is het verrassend stil in de stad, er lijken maar weinig toeristen te zijn dit jaar. Een wandelingetje over de versterkte muren is een must, we kunnen tientallen kilometers ver uitkijken over de Franse campagne. Bij zeer helder weer schijn je hier zelfs de Alpen te kunnen zien.

Na een laat vertrek uit Langres fietsen we in noordoostelijke richting naar het gehucht Pouilly-en-Bassigny, waar de Maas ontspringt. We slaan de zijweg naar de bron in, maar het bijbehorende monument dat we van foto's kennen, zien we niet. De bron wordt opgepimpt en een graafmachine heeft er een ravage aangericht. Het armetierige stroompje water dat uit de bron in een greppel langs de weg stroomt, verdwijnt in het dorp onder het asfalt en is aan de overkant niet meer terug te vinden. Dat moet blijkbaar veranderen, want vanaf de bron is al een meanderende sleuf gegraven die het brongebied meer allure moet geven. Afijn, tot zover de Maasbron... De Maas zoekt zijn weg naar links, en wij slaan rechtsaf en dalen zo'n 150 meter door het bos naar het stroomgebied van de Sâone, die veel verder zuidelijk in de Rhône vloeit. Mooi op tijd zijn we in het kuuroord Bourbonne-les-Bains, waar de camping bijna leeg is, maar het café is gelukkig open en de Leffe blond smaakt er prima.

De volgende etappe voert naar Épinal aan de Moezel. Als we in La Basse-Vaivre bij de dorpsbron ("eau non potable") de route bestuderen, komt een Fransman met twee bidons zijn huis uit – of we water willen? Verbouwereerd slaan we het aanbod af, zoveel vriendelijkheid maken we niet vaak mee in deze streken. Iets verderop bij Corre pakken we het Canal de l'Est weer op, waarlangs een prima fietspad loopt. Fontenoy-le-Chateau ligt schilderachtig aan een sluizencomplex in het kanaal en heeft alles in zich om een gezellig toeristenplaatsje te zijn, maar het is er doodstil op deze Quatorze Juillet. Scheepvaart in het kanaal ontbreekt ook geheel; hier geen plezierjachten met opvarenden die halverwege de dag al flink in de olie zijn, zoals we bij het Canal du Midi of Canal de Bourgogne zagen.

Dankzij de talloze sluizen winnen we ruim 120 meter aan hoogte, voordat we na Girancourt de waterscheiding tussen Middellandse Zee (Sâone) en Noordzee (Moezel) bereiken. Het kanaal is hier diep uitgegraven in de heuvel, als een mini-versie van het Kanaal van Korinthe. Vlak voor Épinal passeren we zeker tien sluizen op rij voordat we in Golbey de Moezel bereiken.

Van Épinal naar Vandières

Het Moezeldal ligt hemelsbreed slechts enkele tientallen kilometers van het Maasdal, maar biedt een heel andere aanblik. Er is nogal wat industrie en de dorpen ogen minder verlaten en sjofel dan langs de Maas. Het fietspad langs het Canal de l'Est is nog niet overal klaar, we kunnen dan kiezen voor een licht heuvelige omweg of een tijdje over een stenig pad langs het water hobbelen. De Moezel zelf, die vlak bij het kanaal stroomt, voert veel meer water dan de Maas, met af en toe een stroomversnelling.

Op weg naar het noorden pakken we ook de Boucle de la Moselle mee, een wijde Moezelbocht van 85 km lengte om de stad Nancy heen. De camping van Villey-le-Sec blijkt vol te staan met Nederlanders; een blik op de kaart leert dat de autosnelweg A31 naar het zuiden hier vlak langs loopt, vandaar. Over een rustig fietspad rijden we langs de stad Toul met haar middeleeuwse kathedraal, die we alleen van een afstandje kunnen bewonderen, en dan is het langs de brede gekanaliseerde Moezel niet ver meer naar Vandières, ons begin- en eindpunt van deze mooie fietsweek.

Gefietste route

Etappe Km* Stijging
in m**
Vandières – Saint-Mihiel (camping Des Dames de Meuse) 48 585
Saint-Mihiel – Coussey (hotel A la Ducasse) 88 761
Coussey – Langres (camping municipal Navarre) 101 1134
Langres – Bourbonne-les-Bains (camping Montmorency) 45 397
Bourbonne-les-Bains – Golbey (hotel Atrium Épinal) 93 959
Golbey – Villey-le-Sec (camping Villey-le-Sec) 87 453
Villey-le-Sec – Vandières 65 444
Totaal 527 km

* Inclusief omwegen voor boodschappen, routes naar treinstation, camping etc.

** Op basis van gecorrigeerde gps-data (deze zijn in onze ervaring ca. 25% hoger dan die van een barometrische hoogtemeter; de getallen geven vooral ook de zwaarteverhoudingen tussen de etappes weer)