Skip to content 
suikerriet
November 2018

Fietsen rond Mauritius: in de pootsporen van de dodo

tekst: Annemarie verhallen

In de 17e eeuw hebben de Hollanders de dodo opgevreten, het nationale symbool van Mauritius. Zo leer je daar op de lagere school, maar het wordt ons niet nagedragen, want de Mauritianen zijn een opvallend vriendelijk volk. Terecht overigens, dat van die consumptie is een onzinverhaal. Wel bouwde de VOC in 1598 de eerste nederzetting op het eiland, maar vóór die tijd hadden eerdere schepen al zeker ratten achter gelaten, met fatale effecten op de dodobroedsels. De vreemde vogels nestelden op de grond, omdat er voor het arriveren van de ratten letterlijk en figuurlijk geen hond belangstelling had voor de eieren.

Zo'n 25 jaar geleden hadden we ons al eens verdiept in de fiets- en verblijfsmogelijkheden op Mauritius, maar toen waren er alleen zeer prijzige luxe hotels, niks voor fietsers. Maar inmiddels zijn de zaken ten goede gekeerd! In alle plaatsjes zijn er appartementjes beschikbaar die je voor 30 tot 50 euro per nacht kan huren. Allemaal persoonlijke initiatieven, zodat je gezellig contact met de huisbaas erbij cadeau krijgt. Zo hoor je nog eens iets over dit bijzondere eiland, en je kunt zelf koken. In ieder appartement bleven we 2 tot 4 nachten, je kunt buiten het absolute hoogseizoen (rond Kerstmis) zonder probleem kort tevoren boeken via Booking.com of Airbnb.

Er zijn vele mogelijkheden tot excursies, waarbij de fiets goed van pas komt. In ons verblijf van 3 weken is de fiets nauwelijks een dag op stal gebleven. De echte kilometervreters kunnen beter een andere bestemming uitzoeken. Mauritius is maar een klein eilandje. Maar als je het leuk vindt om het fietsen af te wisselen met (jungle)wandelen, kokosstrandjes, ludieke museumpjes, snorkelen en zwemmen in tropisch water, zoeken naar de overblijfselen van de VOC, vogelen en vooral een liefhebber bent van waanzinnige uitzichten, dan ben je op het goede adres. Er ging geen dag voorbij zonder dat we getroffen werden door de eindeloze natuurpracht om ons heen.

We zijn 0 andere fietsreizigers tegen gekomen. En ook de bevolking zelf moet helaas nog ontdekken dat de fiets op Mauritius een ideaal vervoermiddel is. Wel vond iedereen onze actie een verbazingwekkende en bewonderenswaardige truc. Andere middelen van vervoer: de bussen zijn goedkoop en rijden frequent. Taxi’s zijn betaalbaar en ruim aanwezig. Het spoorwegennet is, hoe droevig, in de tweede helft van de vorige eeuw opgeruimd. Dus nu zitten de doorgaande wegen in het dichtbevolkte binnenland en in de hoofdstad Port-Louis voortdurend verstopt. Gek genoeg is het toch een heel fietsvriendelijk eiland. De kustwegen zijn meestal rustig en nergens steil. De eigenaren van de appartementen bieden altijd meteen aan om de fietsen ergens binnen te parkeren en ook bij een attractie of restaurant wijst men bij aankomst naar een plek midvoor op de stoep.

Eenmaal op Mauritius rollen we de fietsdozen in elkaar en mogen we ze opslaan bij onze eindeloos vriendelijke en behulpzame huisbazin in Mahebourg (LeBovallon B&B, aanbevolen!). Niet te snel vertrekken uit Mahebourg! Er zijn vele leuke excursies te doen. Tip voor de gelukkige reiziger met fiets: je kunt oostelijk vlak langs de luchthaven rijden. Het pad langs het hek van de startbaan is verschrikkelijk slecht met modderplassen en steile hellinkjes met grote keien. Maar het spaart een flinke rit over de grote weg met langsscheurende auto’s.

Vanaf La Cambuse beach, vlakbij het vliegveld, loopt een schitterend kustpad dat je voor het grootste deel kalmpjes kunt fietsen. Niet met bagage, want ter hoogte van et Le Bouchon-strand moet je een flink stuk over grote keien klauteren. Uiteindelijk kom je via een stenig pad bij een natuurlijke rotsbrug in zee, vanwaar je tussen de suikerrietvelden door landinwaarts naar Trois Boutiques kunt rijden om naar Mahebourg terug te fietsen.
Tip 2: probeer doorgaande wegen sowieso zoveel mogelijk te mijden. We namen, ten koste van flinke omwegen (kan het schelen, klein eiland) altijd zo mogelijk de kustweg. Doorgaande wegen zijn gewoonlijk onprettig druk en smal en bovendien gaapt er vaak een kloof naast de weg zodat je niet kunt uitwijken. Gelukkig is het meestal geen probleem drukke wegen te mijden.

Van Mahebourg naar Trou d'Eau Douce

Over een schitterende en ook rustige weg fietsen we naar Trou d’Eau Douce, waar we, anders dan de naam zou doen vermoeden, spaarzaam moeten zijn met douchewater. Het heeft volgens de sympa huisbaas de laatste tijd weinig geregend. Gek hoor, onderweg zagen we enorme golfterreinen, daar is blijkbaar water zat voor! We hebben deze rit onderbroken met een wandelexcursie door de Vallee de Ferney en dat was goed te doen.

Er zijn in deze buurt ook een heel stel niet te missen VOC-attracties te bewonderen: het fort Frederik Hendrik met een museum, het Nederlands-Franse kerkhof en het Dutch Landing Monument op de plek waar Wijbrand van Warwijck in 1598 aan land kwam om zijn schepen te bevoorraden. De VOC-bezienswaardigheden zijn goed te combineren tot een dagtocht vanuit Mahebourg.

Vanuit Trou d’Eau Douce mag je het Île aux Cerfs niet missen. Op het strand is het niet moeilijk een speedboot te vinden om je naar het eiland te brengen. Prijs nader te bepalen, we betaalden 450 rupees pp retour (€ 11,50). Ben je op zoek naar het Robinson-gevoel, mijd dan het weekend. Dat kan je beter gebruiken voor een rondje fietsen door het binnenland alhier, leuke stadjes, dorpjes en een heel ander landschap.

Van Trou d'Eau Douce naar Grand Baie

Vanwege de goede busverbinding naar de hoofdstad Port-Louis kiezen we Grand Baie als volgende pleisterplaats (Colosseo Apartments, aanbevolen!). Port-Louis heeft namelijk veel interessants te bieden, maar voor de fiets is er geen plek. En – tip! – op de markt is voor een zacht prijsje heerlijke vis te koop om lekker thuis in de pan te stoppen. Grand Baie is gebouwd voor het winkelvertier van de vele package-toeristen, maar de leuke stranden zijn om de hoek, aan de westkust. Tot aan Poudre d’Or fietsen we weer heerlijk, daarna worden we op drukkere wegen gedwongen, maar toch goed te doen. Cap Malheureux is een sfeervolle plek om de drukte te breken.

Om in Flic en Flac (komt van het Nederlandse ‘vlakte’) te komen kan je een stukje grote weg missen door na le Goulet aan de kust een ondiepe rivierarm over te steken. Het is een mooi plekje, maar toen wij daar keken, was de brug weggespoeld. Ook was het net vloed, en dan komt het water tot boven de heupen. Bovendien ben je er dan nog niet: het is flink sjouwen om op de andere oever met je zware fiets boven te komen.

bord

Eigenlijk viel omfietsen best wel mee. Daarna moet je door Port-Louis. Ai... De stad ligt ingeklemd tussen steile oude kraterwanden (leuk om te voet te beklimmen) zodat je er niet omheen kunt fietsen, maar aan de goede kant is de stad hierdoor klein gebleven. Het valt niet tegen. Tot aan de stadsgrens fiets je weer rustig langs de kust. Tip: pats voor je de chaos induikt is er een leuk eettentje voor de lunch. Fiets de stad een stukje in om de gruwelijk drukke doorgaande weg te mijden, en luttele kilometers verder kan je alweer ontsnappen naar de kustweg.

Opgelet: Veel van de wegen op Google maps en andere kaarten zijn privé en verboden toegang. Meestal zijn dit onverharde landwegen door suikerrietplantages en en is het passeren op de fiets geen probleem, maar soms betreft het wegen in of door een resort of golfterrein en staat er een groot hek met bewakers. Het laatste stuk naar Flic en Flac gaat over zo'n onverharde, prima te fietsen, privéweg. Ernstig aanbevolen, want het alternatief is een akelige drukke en smalle weg.

Van Flic en Flac naar Chamarel

Ook als je Flic en Flac verlaat, lopen volgens de plaatselijke info de kleine weggetjes dood op een hek en moet je helaas een stuk rotweg nemen naar Tamarin. Mocht je toch een binnendoor-poging willen wagen: de riviermonding bij Tamarin was bij eb makkelijk te voet te passeren. De grote weg die wij volgden leverde gelukkig wel mooie uitzichten op de berg.

Na alle schitterende kokosstrandjes lustten we wel een beetje berg-jungle. Bergdorpje Chamarel is een allerliefst plaatsje om een paar nachten te verblijven (Chamarel Mirador Studio, aanbevolen!). De wildgekleurde vogeltjes hopten over de ontbijttafel en de plaatselijk bevolking begroette ons bij iedere passage enthousiaster.
Tip: de avondmaaltijd vergt planning. De prijzige restaurants zijn gericht op dagtoerisme, als onderdeel van excursies voor resort-toeristen aan de kust, en de plaatselijke winkeltjes hebben een beperkt aanbod. De grootste winkel bevindt zich op de weg naar ‘coloured earth’ Flink boodschappen doen dus voor je de berg op fietst. Wij namen de kortste weg, vanaf Grande Case Noyale omhoog, maar dat is, met extra zwaar beladen fietsen, geen goed idee. De hellingsgraad zweeft rond de 10%. Comfortabeler is het de hoek om te fietsen bij Le Morne Brabant en de weg vanaf Baie du Cap te pakken, erg mooi en het gaat kalm omhoog.

Als klimgeit kom je in dit gebied toch wel aan je trekken, want op dagtochtjes vanuit Chamerel naar het Black River Gorges-nationaal park krijg je een nog steilere klim voor de kiezen. Achter het bord ‘welcome to the Black River Gorges National Park’ komt in de finale een stuk van 15%. Poeh. Maar wederom niet te missen zo mooi. Vanaf het uitzichtpunt kun je de hoogste top van het eiland beklimmen, de Piton de la Petite Rivière Noire van 828 m. Het is een makkelijke wandeling, behalve het allerlaatste stukje, dat heel steil is – en bij regen ongetwijfeld glibberig – en met touwen gezekerd is. Op de top staat er een gerieflijke bank op je te wachten.

Van Chamarel naar La Gaulette

Een ongekend korte etappe brengt ons naar La Gaulette. Topattractie hier is de bestorming van Le Morne Brabant (genoemd naar een schip dat hier op de klippen is gelopen). Het eerste gedeelte van de klim is een makkelijk wandelpad, en het tweede stuk is waarschijnlijk geen probleem voor mensen met kletter-ervaring, maar daar horen wij niet bij. Ooit hebben er touwen gehangen, maar om onbekende reden zijn die verwijderd en nooit hersteld. Veel succes! (Lees de talloze elkaar tegensprekende verslagen op Tripadvisor over de moeilijkheidsgraad van de beklimming.)

Eenmaal boven wachten ongekende uitzichten. Maar, een hele troost voor de mindere klimgeiten, vanaf het einde van het wandelpad ook. Dus, Le Morne Brabant is toch niet te versmaden. Niet bij regen helemaal naar boven! De klettersteig verandert in een waterval!

Van La Gaulette naar Blue Bay

Vanaf hier is het een comfortabele dagtocht terug naar Blue Bay. Het eerste stuk is weer schitterend. Vanaf het uitzichtpunt bij Baie du Cap zwom een groep roggen onder ons door en ook dolfijnen zijn hier regelmatig te zien. De sfeer op het kerkhof aan de kust bij Surinam is niet te missen en bij Grisgris zijn aardige restaurantjes voor een lunch.

De eeuwige oostenwind kan het fietsen hier pittiger maken en bij Souillac word je het binnenland in gedwongen over een stukje vervelende weg tot aan Rivière des Anguilles. Daarna is het weer rustig genieten door de velden. Onze huisbazin in Mahebourg had onze fietsdozen keurig voor ons bewaard. We hebben comfortabel ‘s avonds ingepakt en ‘s morgens vroeg de hele handel in de taxi geschoven, geen stress!

Mauritius staat in de toeristenbrochures bekend als "Paradise Island", maar het is niet alles goud wat er blinkt. In elk geval niet voor de bevolking: het welvaartsverschil tussen de bevolkingsgroepen is groot. De Creolen (officiele term: ‘general people’) delven economisch gezien nog steeds het onderspit; ze leven vaak in armoedige omstandigheden in de zuidelijke kustgebieden. Verder viel ons op dat de schuttingen van veel huizen met lelijke, vlijmscherpe rollen prikkeldraad zijn afgezet; noodzaak of niet, het is in elk geval geen prettig gezicht.

Ook voor de individuele reiziger blijft er het een en ander te wensen over: we misten een travelersscene. Geen rommelige kroegjes langs het strand met strooien daken, geen kleine bureautjes om bijvoorbeeld een duik te boeken, geen ontbijttentjes met banana pancakes, geen A-frame hutjes op het stand. De hele infrastructuur is nog steeds gericht op luxe resort-toerisme, waarbij de gasten binnen de omheining van hun verblijf alles vinden wat ze nodig hebben. Maar aan de andere kant: je hebt ook geen gedonder op de vele schitterende stranden, bijna niemand komt ongevraagde diensten aanbieden. Als er een fietsershemel bestaat, lijkt-ie vast veel op Mauritius. En dat van die banana pancakes, dat is waarschijnlijk een kwestie van tijd.