Skip to content 
Nederland
Nederlands-Belgische grens (zie ook Deel 1, Nederlands-Duitse grens)

Fietsen langs de Nederlandse grens (2): Van Vaals naar Cadzand

Het Drielandenpunt in Vaals is de start van de tweede helft van onze grensfietsroute, die we in Delfzijl aan de Dollard zijn begonnen (zie Deel 1, Duitse grens). Tot aan de eerste Belgische grenspaal konden we af en toe moeiteloos de grens oversteken als ons dat leuk of praktisch leek, maar de Belgen hebben de grens in dit corona-voorjaar gebarricadeerd, zodat onze route-opties tot aan Zeeuws-Vlaanderen, waar we eind juni reden, beperkt waren.

Van Vaals naar Maastricht

Vanaf het Drielandenpunt volgen we een bospad pal langs de grens dat eerst fietsbaar lijkt, maar de hellinkjes blijken toch te steil om lekker door te fietsen en als een omgevallen boom het pad verspert, dalen we via Wolfhaag af naar de Epenerbaan, een prachtige gladde asfaltweg die met een heuse haarspeldbocht naar Epen afdaalt. In mooie weekends zal het vast hier wemelen van de motor- en fietscoureurs in groepsverband (waarschuwing dus) maar op deze doordeweekse dag is dit een heerlijke weg om overheen te zoeven. De route door de Belgische Voerstreek via Gemmenich en Sippenaken is bij een open grens een vanzelfsprekend alternatief.

Na Epen volgen schilderachtige plaatsjes als Slenaken en Noorbeek, midden in het groene heuvelland. Geen wonder dat deze mooie streek volkomen vertoeristiseerd is: elk pittoresk vakwerkhuis blijkt steevast B&B, pension of vakantiehuis. Gezien het landschap is het onvermijdelijk dat we regelmatig een steile helling voor de kiezen krijgen. Lang zijn die beklimmingen trouwens nooit; het hoogteverschil is zelden meer dan 75 meter. Na 40 km klimmen en dalen op smalle weggetjes verlaten we het heuvelland alweer en dalen we af naar Eijsden aan de Maas, waar de prachtige tuin van Kasteel Eijsden de moeite van een stop waard is. Het kasteel zelf is niet te bezoeken. De route langs de rechteroever van de Maas van Eijsden naar Maastricht is niet zo aangenaam: een druk fietspad langs een drukke weg.

Rond de westkant van Maastricht vormt de grens vrijwel een halve cirkel (vanuit het centrum 2,3 km, het bereik van een kanon), maar vanwege de Belgische afsluiting kunnen we niet daarlangs fietsen, en in een ingewikkelde doorsteek via Maastrichtse buitenwijken we geen zin. We kiezen voor een uitje langs de Cannerberg en Château Neercanne tot aan de grens met het Belgische dorpje Kanne over een stille weg door het mooie Jekerdal. Diep verborgen in de mergelberg lag hier ooit een geheim NAVO-hoofkwartier; het gangenstelsel is via een rondleiding een paar keer per jaar te bezoeken.

Van Maastricht naar Maasbracht

Via de Sint-Servaasbrug steken we de Maas over, die tot aan Maasbracht in Noord-Limburg de grens vormt. Itteren en Borgharen brengen herinneringen boven aan rampzalige overstromingen (1993, 1995), maar die zouden voorgoed verleden tijd moeten zijn dankzij het Belgisch-Nederlandse Grensmaasproject. Dat heeft de Maas meer ruimte gegeven en tegelijk is veel nieuwe natuur gecreëerd. Vanaf de dijk hebben we daar af en toe zicht op en doet de rivier aan de Loire denken, ook zo'n ongetemde en onbevaarbare rivier. Met een stevige rugwind vliegen we naar Elsloo, al minstens 7000 jaar bewoond en daarmee het "oudste boerendorp van Nederland". De historische kern ligt prachtig op een steil terras van 70 m hoogte, met mooi uitzicht op de rivier.

Over een grindweg bereiken we pal aan de Maas het gehucht Maasband, dat drie straten en 140 inwoners telt. We krijgen hier zomaar het idee in een enorm afgelegen gebied te zijn, een gevoel dat we kunnen volhouden tot aan Urmond. Het pad voert door de uiterwaarden, met uitzicht op wadende runderen in rivierpoelen. Een exotische aanblik.
Ohé en Laak en de oude vestingstad Stevensweert liggen tamelijk geïsoleerd, aan de oostkant begrensd door een dode Maasarm (Oude Maas) en het hoger gelegen Julianakanaal en in het westen door de uitgestrekte Maasplassen, die door grindwinning zijn ontstaan en nu het domein van de watersporters zijn.

Van Maasbracht naar de Westerschelde

kaars

Mariakaars

De Maasplassen en de Belgische grensafsluiting nopen ons tot een flinke omweg over twee sluizencomplexen en de lawaaiige A2-brug bij Maasbracht om Thorn te bereiken (normaal gesproken is er een pontje naar Ophoven), maar dat hebben we er graag voor over, want dit witte stadje met zijn voorname huizen en keienstraatjes is een juweeltje. Vergeet niet even buiten Thorn een bezoek te brengen aan de Kapel van de O.L. Vrouwe onder de Linden uit 1673, met een mooi altaar en muurschilderingen uit de 19e eeuw. Dit is een leuke picknickplek onder de bomen.

We toucheren het natuurgebied Kempen-Broek, dat aan weerszijden van de grens ligt. Hier graast (en baadt) het Taurusrund, een soort teruggefokt oerrund. Langs de grens is men vergeten een brug over het Sint-Willemskanaal aan te leggen, wat ons tot een omweg van 5 km via Weert noopt. Opvallend zijn de vele villa's op uitgestrekte percelen ten zuiden van Weert; grond is hier blijkbaar goedkoop.

Hoewel het bosrijke gebied zuidelijk van de lijn Eindhoven-Tilburg populair is bij toeristen, wordt het fietsen langs de grens na verloop van tijd wat saai. De ruilverkaveling heeft hier ongenadig toegeslagen en we zien vooral uitgestrekte maïsvelden met eenvormige moderne oerderijen en ietwat riekende mega-varkensstallen. Volgens de campingbeheerder in Bergeijk komen de toeristen vooral om door de bossen via de abdij van de Achelse Kluis naar de gezellige Belgische dorpen te fietsen, met dank aan de e-bike.

In de buurt van Budel stuiten we een paar keer op reconstructies en infoborden van de Dodendraad, een grensversperring van stroomdraden onder hoogspanning die in de Eerste Wereldoorlog door de Duitse bezetter werd opgericht. En nu, ruim een eeuw later, is de grens direct naast zo'n monument weer met hekken en betonblokken afgesloten.

Een opmerkelijk dorp in deze streek is Budel-Dorplein, rond 1900 opgericht als arbeiderskolonie voor de nog steeds bestaande zinkfabriek, die vanwege de milieuvervuiling in een afgelegen gebied werd neergezet. De arbeiders werden eerst vooral uit Wallonië gerekruteerd, en de grote woonhuizen werden in Waalse stijl gebouwd (zoals in de Sepulchrestraat, waar je je in de omgeving van Luik of Charleroi waant). Onze route voert ook langs het Prisonneke, het enige particuliere cellencomplex in Nederland, waar veldwachters van de zinkfabiek dronkenlappen en ander gespuis konden opsluiten.

Westelijk van Bergeijk rijden we door een uitgestrekt bos- en akkerbouwgebied. In dit droge voorjaar zijn sommige onverharde paden voor de fiets vrijwel onbegaanbaar vanwege het mulle zand. Deze grensstrook maakt een verlaten indruk, we komen hier vrijwel niemand tegen.

Onder Esbeek wordt het vriendelijker, de rodondendron bloeit spectaculair in landgoed De Utrecht.

Dan volgen de curieuze grensdorpen Baarle-Nassau (NL) en Baarle-Hertog (B), waar het aantal Belgische en Nederlandse enclaves en exclaves nauwelijks te tellen is en de grens soms dwars door huizen heen loopt. Het verloop van de grens is in de straten met witte kruisen aangegeven. Begrijpelijkerwijs zijn de Belgen hier maar niet begonnen met versperringen plaatsen. Zo te zien leven de dorpelingen van de verkoop van artikelen die in het ene land goedkoper zijn dan in het buurland, zoals tabak, benzine en alcohol, en de bekende culinaire specialiteiten: wafels en patat. Ook ten zuiden van Baarle-Nassau en Baarle-Hertog verloopt de grens uitermate grillig, een gevolg van allerlei middeleeuwse ruil- en leenacties van stukken land, die nooit gladgestreken konden worden.

In natuurgebied De Maatjes/De Matjens beklimmen we vlak over de Belgische grens bij een Dodendraad-monument een uitzichttoren vanwaar we de omgeving kunnen overzien. Hier zijn nog restanten van turfwinning te zien.De grenssituatie lijkt inmiddels wat te ontspannen, want patrouillerende Belgische motoragenten laten ons ongemoeid.

Verderop in het grensdorp Putte, vlak ten zuiden van de Kalmthoutse Heide, trekt ook een lange stoet Belgische auto's het Nederlands deel van het dorp in, waar de terrassen alweer open zijn. De grenspassages schijnen onder "noodzakelijk bezoek" te vallen en zorgen voor enorme zondagse drukte in het Nederlandse Putte, terwijl in het Belgische Putte aan de overkant van de straat nog doodse stilte heerst. Het levert vrolijke taferelen op.

Even ten westen van Putte is het park rond kasteel Ravenhof een prima plek om te lunchen, waarna het nog maar een kilometer of tien is naar grenspaal 269 aan de Westerschelde, met uitzicht op enorme containerschapen die naar Antwerpen onderweg zijn. Wie nu doorfietst naar Zeeuws-Vlaanderen, moet een flinke omweg via Antwerpen maken (zie kader).

Van de Westerschelde naar Cadzand

Van Brabant naar Zeeland

Sinds de aanleg van de Westerscheldetunnel is er geen Nederlandse veerverbinding met Zeeuws-Vlaanderen meer. Dat betekent dat je vanaf de grens met Brabant door het petrochemische landschap van de Antwerpse haven moet doorsteken naar Lillo, waar een frequente voet-fietsveerdienst naar Liefkenshoek vaart. Een alternatief is de Sint-Anna fietstunnel in Antwerpen, 18 km stroomopwaarts vanaf Lillo. Vanuit Liefkenshoek is het 14 km naar het spookdorp Doel, langs de koeltorens van de kerncentrale van Doel. De Hedwigepolder (NL) is inmiddels vanaf de Westerschelde tot bij Prosperdorp geheel afgesloten, dit gebied wordt samen met een deel van de Prosperpolder (B) aan de natuur teruggegeven als compensatie voor de havenuitbreidingen van Antwerpen.

Langs de Zeeuws-Vlaamse grens blijkt het (alweer) verrassend leuk fietsen. De smalle wegen, vaak aan weerszijden door hoge populieren op rij omlijst, zijn meestal vrijwel verkeersvrij en de stille dorpen worden nauwelijks door karakterloze nieuwbouw ontsierd.

We zien vooral veel vrijstaande huizen met rode pannendaken, zoals ook in België gebruikelijk is. Vaak is nauwelijks te zien aan welke kant van de grens we fietsen, vooral in Koewacht en omgeving, waar je zonder gedoe met welstandscommissies een nepkasteeltje of ander architectonisch monstrum mag bouwen. Zeeuws-Vlaanderen ontvolkt, en Zeeland probeert Belgen met subsidies over te halen zich in dit gebied te vestigen, dat zich door de Scheldebarrière vanouds eerder op het zuiden dan het noorden richt.

Fietsend over oude liniedijken zien we in het landschap nog de schamele restanten van de forten die in de Tachtigjarige Oorlog de Staats-Spaanse frontlinie vormden. De omwalling van de vestingstad Hulst, een paar kilometer van de landsgrens, is beter bewaard gebleven, en het gezellige centrum is zeker een pauze waard.

Vergeet vooral niet een kijkje in de 15e-eeuwse gotische Sint-Willibrordusbasiliek te nemen (tot "mooiste kerk van Nederland" verkozen door tv-kijkers), waarvan de merkwaardige moderne torenspits al van verre zichtbaar is. De oorspronkelijke toren werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers als uitkijkpunt over de Schelde gebruikt en in 1944 door Poolse bevrijders grotendeels kapotgeschoten. Er is nog steeds Duitse graffiti te zien.

Het grote winkelcentrum langs de omwalling lijkt zwaar overbemeten voor het bescheiden stadje, maar blijkt net als de cafés reuze populair bij Belgen, aan de nummerborden op de enorme parkeerplaats te zien. Groepen Vlaamse wielrenners hebben de terrassen op de Grote Markt ingenomen.

Het armoedige centrum van Sas van Gent stelt na het gezellige Hulst teleur, maar de brug over het Kanaal van Gent naar Terneuzen biedt mooi uitzicht op het drukke scheepvaartverkeer. Het nietige stadje Philippine is een goede tip voor de lunch, want er zijn hier maar liefst zeven mosselrestaurants, die vooral populair zijn bij de Belgen. De verklaring daarvoor is dat Philippine – net als nogal wat andere plaatsen in Zeeuws-Vlaanderen – tot in de 20e eeuw een haven had die in open verbinding met de Westerschelde stond.

Ook IJzendijke, op 6 km van onze grensroute, was vroeger een havenplaats en is even een afsteker waard, al was het maar omdat je dan door Turkeye fietst. Op de Markt van IJzendijke bewonderen we het beeld van een schakende prins Maurits die de Spanjaarden schaakmat zet. Hier is ook Het Bolwerk, een museum dat informeert over de Staats-Spaanse linies en de Nederlandse onafhankelijkheidsstrijd tegen de Spanjaarden. Tip voor het stadsbestuur: gooi al die auto's van de Markt!

Als we de vestingstad Sluis naderen, wordt het landschap opener en meer polderachtig. De Belgische grens loopt hier ruim 15 km vrijwel noordwaarts. In Sluis is de toeristenkermis op deze zonnige zondag compleet, maar het blijft overzichtelijk, want alle bezoekers slenteren heen en weer in de overvolle Nieuwstraat/Kapellestraat. Halverwege staat op de Groote Markt het indrukwekkende Belfort van Sluis, een type bouwwerk dat je verder alleen in Vlaanderen en Noord-Frankrijk vindt.

Na Sluis is het niet ver meer naar Cadzand aan het Zwin, een bijzonder natuurgebied waar eb en vloed in de zanderige kreken vrij spel hebben. Langs de slufter zoeken we de laatste grenspaal, nummer 369, waar we een panoramisch uitzicht over het Zwin hebben. Een waardig slot van onze tocht langs de Nederlandse landsgrens.

Gefietste route

Etappe Km* Stijging
in m**
Vaals – Withuis 41 601
Withuis – Elsloo 43
Elsloo – Maasbracht 40
Maasbracht – Weert 34
Weert – Bergeijk 33
Bergeijk – Esbeek 54
Esbeek – Chaam 48
Chaam – Schijf 47
Schijf – Westerschelde 43
Doel – Zuiddorpe 37
Zuiddorpe – Turkeye 35
Turkeye – Cadzand 41
Totaal 455 km

* Inclusief omwegen voor boodschappen, routes naar treinstation, camping etc.

** Op basis van gecorrigeerde gps-data (deze zijn in onze ervaring ca. 25% hoger dan die van een barometrische hoogtemeter)