Skip to content 
Nederland
Deel 1: van Delfzijl naar Nijmegen (2019)

Fietsen langs de grens van Nederland

Zomaar in het wilde weg een eind fietsen is leuk, maar een thema kan een fietstocht wat meer cachet geven. Zo kun je bijvoorbeeld een tocht langs de Nederlandse landsgrens maken. Een blik op een detailkaart van Nederland leert dat je via kleine weggetjes en paden meestal vlak langs de landsgrens kunt fietsen en dat daarbij ook nog het nodige aan cultuur en natuur te genieten valt. En dus maakten we een route langs knooppunten en pasten die her en der aan om niet te ver van de landsgrens af te dwalen of om een interessant natuurgebied of bezienswaardigheid mee te nemen. Eenmaal op de fiets ontdekten we dat de meeste wegen langs de grens verrassend rustig zijn, doordat ze nogal eens van niets naar nergens voeren in dunbevolkt gebied. Dat maakt deze route vrij uniek in het drukke Nederland.

Van Delfzijl naar Bourtange

Op een mooie juni-ochtend nemen we de trein naar Delfzijl, dat een goed startpunt lijkt, gezien de verwachte noordwestenwind de komende dagen. Vanaf station Delfzijl kun je maar het best met de ogen dicht richting Dollarddijk fietsen, zelfs met mooi weer, want het kale, betegelde plein voor de supermarkt in het centrum van een Sovjet-Russische treurigheid en gezelligheid is in de troosteloze winkelstraten ver te zoeken. We navigeren snel oostwaarts en nadat we een paar fabrieksterreinen gepasseerd zijn, zien we een groep opvallende grafzerken op de Dollarddijk. Ze zijn afkomstig van het kerkhof van Oterdum en op de dijk herplaatst, nadat het dorp voor industrie en dijkverhoging moest wijken. Vanaf de dijk hebben we een panoramisch uitzicht over de Eemshaven en de Dollard met zijn windmolens, de eerste van de talloze die we op deze route nog zullen tegenkomen. Pal aan de grens staan er aan de Duitse kant zelfs zoveel strak in het gelid dat ze voor ons steeds weer als immense richtingaanwijzers ter linkerzijde fungeren.

dollard

In het gehucht Fiemel, bij een Dollard-landtong in de noordoosthoek van Groningen, passeren we een paar overgeschoten Duitse bunkers uit WOII en beklimmen we de dijk weer om nog eens over het wad-achtige landschap uit te kijken, met de Duitse stad Emden in de verte. Ook bij de sluizen in de Westerwoldse Aa is het uitzicht in dit open akker- en waterlandschap panoramisch. Schitterend bij stralende zon, zoals wij treffen, maar ongetwijfeld zeldzaam guur bij wind en regen. We passeren het weinig aantrekkelijke grensdorp en kuuroord Bad Nieuweschans, waar bijna de halve supermarkt voor voordelige Bohnenkaffee is ingeruimd (de arme Duitsers zuchten onder een koffiebelasting van ruim 2 euro per kilo).

Leuker is de pittoreske oude vesting Oudeschans even verderop, waar de omgeving opeens veel boomrijker is, net als in het ooit zo rijke Bellingwolde met zijn groene lanen en voorname boederijen en herenhuizen. Bellingwolde ligt niet echt aan de grens, maar zoals gezegd zijn onze spelregels voor de te volgen route flexibel: fietsplezier gaat boven principes. Buiten het dorp zien we nog meer grote herenboerderijen, maar een deel ervan is tot ruïne vervallen en door onkruid overwoekerd, wat in het verder keurig aangeharkte Groningen een tamelijk exotisch gezicht is.

In de vesting Bourtange, geheel omringd door een gracht en aarden wal, is alles dan weer zo perfect gerestaureerd dat je vooral het idee hebt in een openluchtmuseum rond te lopen – wat het grotendeels ook is, inclusief toegangskaartjes voor de historische huizen. De kinderkopjes waarmee de straatjes zijn belegd, zijn prima geschikt om de banden en vering van je fiets te testen.

Van Bourtange naar Gramsbergen

Na Bourtange hebben we de keuze vlak langs de grens vele kilometers langs een kaarsrecht kanaal te fietsen of iets westelijker via het boslandschap van het toeristische dorp Sellingen naar Ter Apel te rijden. De keuze is niet moeilijk, te meer daar de weg langs het kanaal omzoomd wordt door eindeloze rijen eiken vol processierupsen, aan de roodwitte linten om de bomen te zien. Hotel Boschhuis tegenover het monumentale klooster (nu museum) in Ter Apel is een goed adres voor een koffiepauze.

Na Ter Apel fietsen we alsnog langs een eindeloos kaarsrecht kanaal in ontgind veengebied door veenkoloniedorpen als Emmer-Compascuüm en Barger-Compascuüm, vrij troosteloze plaatsen vol krapbemeten rijtjeswoningen en arbeidershuisjes – een kenmerkend verschil met het nabije Duitsland, waar telkens weer opvalt dat de de huizen er veel groter en degelijker gebouwd zijn. De supermarkt is in Berger-Compascuüm op zondag gelukkig wel gewoon open, en de Drentse caissièrre hier heeft weer een heel ander accent dan haar collega in het noordelijker Groningen. Altijd weer opvallend hoe groot de regionale verschillen in het kleine Nederland zijn.

Zwartemeer is de toegangspoort tot het Bargerveen, het enige restant van het ooit zo uitgestrekte Bourtangermoeras, een vrijwel geheel afgegraven hoogveengebied. Het fietspad loopt precies langs de hier kaarsrechte grens van Nederland en Duitsland en je kunt goed zien hoe de Duitse kant, waar het veen is afgegraven, flink lager ligt dan het veenmoeras aan de Nederlandse kant. Staatsbosbeheer doet hier ontzettend zijn best om het hoogveen weer te herstellen, zo lezen we op de infoborden, met als gevolg dat het natuurgebied hier en daar eerder een omgeploegd bouwterrein lijkt. Een eind verderop passeren we de ja-knikkers rond Schoonebeek, die aan de Duitse kant nog altijd met trage bewegingen olie van 800 meter diepte oppompen. buizerdAan de Nederlandse kant wordt inmiddels voor de oliewinning een andere methode gebruikt, met hoog oprijzende stoominjectie-installaties. Een bord waarschuwt voor een "aanvallende buizerd", die gelukkig een dagje vrij heeft.

We missen per abuis het kasteel en de historische binnenstad van de oude vesting Coevorden en rijden langs een rommelig winkelgebied met een Jumbo, Lidl en Aldi pal naast elkaar (keuzestress!), maar iets verder zuidwaarts kunnen we in het stroomgebied van de Overijsselse Vecht genieten van een fraai coulissenlandschap met houtwallen en monumentale bomen. Het lijkt zeker aantrekkelijk het Vechtdal stroomopwaarts over de Duitse grens richting Nordhorn te volgen, en volgens de vriendelijke eigenaar van Camping de Vechtkamp bij Gramsbergen is dat een aan te raden fietstochtje, maar dat brengt ons te ver van de grens af. Nog een tip: we passeerden na Gramsbergen ook de gerenoveerde Vijvertuinen van Ada Hofman, die voor tuin- en plantenliefhebbers zeker een bezoek waard zijn.

Van Gramsbergen naar Overdinkel

Twente is voor ons de verrassing van deze fietstocht tot nu toe: een glooiend, vrij kleinschalig landschap van boerderijen, landerijen met monumentale essen en eiken, waarin het prima fietsen is, met af en toe een mooi dorp, zoals Ootmarsum, dat we na een heuse afdaling van ruim 40 meter bereiken. In het historische centrum wemelt het van de Duitse en Nederlandse toeristen op leeftijd, vrijwel allemaal met e-bikes.
Omdat we bij Ootmarsum een paar kilometer van de grens zijn afgedwaald, volgen we ter compensatie daarna de grens een tijdlang zo nauwkeurig mogelijk en fietsen we over zanderige, onverharde paden noordoostwaarts het domein van de havezate Breckelenkamp in, waar we aan drie kanten door de Duitse grens worden omringd. Volgens een infobord waant de bezoeker zich hier een beetje aan het eind van de wereld, en dat kunnen we beamen.

Terug in zuidelijke richting voert het pad een tijdlang door een kilometerslange houtwal pal aan de Duitse kant van de grens (zoek de grenspalen!). Tweemaal is het druk befietste pad met roodwit lint botweg afgesloten wegens Bauarbeiten, zonder dat een omleiding aangegeven staat (ondenkbaar in Nederland...); we negeren de afzetting noodgedwongen, er is geen alternatief langs de grens en in 20 km omfietsen hebben we echt geen trek, net als andere Nederlandse fietsers die we tegenkomen. De Duitse houthakkers zijn niet blij met al die blöde Holländer.

Op het grenspad stuiten we op een gerestaureerde commiezenhut, een gecamoufleerd bouwsel van waaruit douaneambtenaren de talrijke smokkelaars in dit gebied probeerden te betrappen. Op de boerderijcamping in Overdinkel hebben we een schitterend uitzicht over het coulissenlandschap en het weiland met blonde d'aquitaine koeien van de campingbaas.

Van Overdinkel naar Winterswijk

De naam Overdinkel heeft een zekere reputatie bij grenspaalhobbyisten (die bestaan echt), omdat daar een befaamde, lastig te bereiken grenspaal uit 1659 staat, die in de 19e eeuw het drielandenpunt tussen Nederland, Hannover en Pruisen markeerde (en tegenwoordig tussen Nederland en de deelstaten Nordrhein-Westfalen en Niedersachsen).
We laten de grenspaal links liggen en maken een kleine omweg via Gronau (D), op zoek naar de plaatselijke Konditorei – vaste prik halverwege de ochtend als we in Duitsland fietsen. Bäcker Voss stelt zeker niet teleur met uitstekende cappuccino met kwarktaart (slechts € 8,20 voor twee op het terras!).

Op de plek waar het riviertje de Berkel Nederland binnenkomt, rijden we even het buurtschap Oldenkotte (NL)/Oldenkott (D) in, dat uit één straat bestaat waar de grens dwars overheen loopt. Aan de Nederlandse kant een café, aan de Duitse kant een steakhouse. De slagbomen en douanekantoren zijn uiteraard allang verdwenen. Langs de Berkel loopt een mooi fietspad, dat we tot bij Rekken volgen. We zijn inmiddels in de Achterhoek, waar het langs de grens iets minder pittoresk is dan in Twente. Het infobord bij het Zwillbrocker Venn achter Groenlo belooft fouragerende flamingo's, maar de hele veenplas blijkt sinds de zomer van 2018 droog te staan en de roze vogels – meest nakomelingen van Zuid-Amerikaanse exoten, ontsnapt uit dierentuinen – zijn in geen velden of wegen te bekennen.

We vervolgen de route over de vele kilometers lange Dwarsweg/Ratumseweg, die helemaal rond Winterswijk langs de Duitse grens loopt en door de hobbelige klinkerbestrating niet echt lekker rijdt. Station Winterswijk wordt na vier dagen fietsen het voorlopige eindpunt van onze grensroute, maar eerst nemen we nog een kijkje bij de 30 meter diepe kalksteenafgraving, die niet zo spectaculair is als die van de Sint-Pietersberg bij Maastricht, maar toch zeker een opvallende curiositeit in het Nederlandse landschap is. Tot voor kort mocht je hier af en toe met je hamertje dinosaurusfossielen uit de kalkrots tikken, maar dat bleek volgens de exploitant te gevaarlijk, en nu is het hele terrein met een hoog hek omringd.

Van Winterswijk naar Nijmegen

Tijderns de smoorhete juli-hittegolf vervolgen we onze grensroute richting Nijmegen. Het landschap na Winterswijk blijft agrarisch, waarbij de inmiddels hoog opgeschoten mais het uitzicht nogal eens beperkt. In de gloeiende middagzon liggen de koeien liggen aan de randen van de weilanden dicht bijeen op de weinige schaduwplekjes en de suikerbieten spreiden moedeloos de slappe bladeren.

We rijden strak langs de grens naar Dinxperlo, eerst aan de Nederlandse en later aan de Duitse kant. Voor grensfanaten is Dinxperlo vast het walhalla, want de de grens loopt hier midden door het dorp, dat aan de Duitse kant Suderwick heet. Tot 1963 was het Nederlands, net als Elten geconfisqueerd na de Tweede Wereldoorlog. Nu leven Duitsers en Nederlanders met elkaar en maken ze gebruik van dezelfde voorzieningen. De taalgrens is hier ook nogal diffuus, in het iets verderop gelegen Anholt treffen we een vrouw aan wie we niet horen of ze Nederlands of Duits is. Anholt heeft een imposant waterkasteel met een fraaie tuin, dat zeker een bezichtiging waard is. Met deze route snijden we wel een flink stuk van de eigenlijke grens af, Duitsland priemt hier tot aan Gendringen Nederland in.

Na Anholt wordt het landschap grootschaliger en krijgt het meer Hollandse trekken, met uitgestrekte weilanden en wilgen. In de verte zien we de Duitse A3-Autobahn, die hier pal langs de Nederlandse grens loopt. We moeten nu kiezen of we via 's Heerenberg, Babberich en Spijk aan de noordkant van de grens blijven of een afsteker naar Emmerich in Duitsland maken. Omdat we ons niet realiseren dat er regelmatig een pontje van Pannerden naar Millingen vaart, kiezen we ervoor bij Emmerich in Duitsland de Rijn via de brug over te steken en over de Rijndijk naar Millingen te rijden.

De temperatuur loopt inmiddels tegen de 40 graden en we zijn gedwongen in het desolate, maar wel heerlijk koele treinstation van Emmerich een rust- en drinkpauze in te lassen. Zodra we hersteld zijn en de Rijnbrug gepasseerd zijn, worden we wegens dijkwerkzaamheden gedwongen een omweg via Kleef en Düffelward te maken, waar we even verkoeling zoeken op de begraafplaats bij de kerk. Opvallend is hier het grote aantal Nederlandse achternamen op de graven. Op de Rijndijk hebben we mooie vergezichten op de rivier en de grensdorpen Spijk en Tolkamer aan de overkant. Na Millingen is het langs de Beekse stuwwal niet ver meer naar Nijmegen, het slot van deze bloedhete etappe.

Van Nijmegen naar Venlo

Na de afsteker naar Nijmegen vervolgen we onze tocht via Ubbergen en Beek, waarna we een eind pal langs de grens rijden, met aan de ene kant het Duitse Reichswald en golvende weiden en akkers aan de Nederlandse kant. Net als in de Achterhoek is het landschap hier behoorlijk verpaard; het wemelt van de omheinde, van schuren en andere optrekjes voorziene weilandjes vol merries, veulens en hengsten. De grens is hier nogal diffuus, zo bestaat de bevolking van het Duitse Kranenburg en omliggende dorpen voor ruimt een kwart uit Nederlanders. Het onderwijs op de basisscholen is tweetalig.

Na de afdaling van de ruim 60 m hoge Sint-Jansbergen passeren we provinciegrens tussen Gelderland en Limburg en slaan linksaf bij eethuis De Diepen in Milsbeek, een bekende pleisterplaats voor Pieterpadwandelaars en ander sportief volk. Langs de steile stuwwal (tevens grens) gaat het door een steeds zanderiger omgeving met slechts een paar gehuchten richting de uitstulping met het dorp Siebengewald, dat ondanks de Duitse naam toch echt in Nederland ligt. Het was ooit Duits maar werd in 1817 na diverse grensuitruilen bij Nederland gevoegd.

Het wemelt hier van de Duitsers uit het vlakbij gelegen Goch, die in de H&P-supermarkt inkopen komen doen. Het is een heel rare supermarkt, die alleen maar artikelen lijkt te verkopen die in Duitsland duurder zijn dan in Nederland, getuige de eindeloze schappen met kiloverpakkingen koffie en opgestapelde trays met blikjes frisdrank.

We rijden verder richting de Maasduinen, een nationaal park langs de oostelijke Maasoever met zandruggen en duinen, die in de laatste ijstijd gevormd zijn. In het voor- en najaar kun je hier bij de vele vennen de schuwe kraanvogels observeren.

Wordt binnenkort vervolgd!

Gefietste route

Etappe Km* Stijging
in m**
Delfzijl – Bourtange (camping 't Plathuis)) 66
Bourtange – Gramsbergen (camping De Vechtkamp) 87
Gramsbergen – Overdinkel (camping Erve Beernink) 91 50
Overdinkel – Winterswijk 83
Winterswijk – Nijmegen 90
Nijmegen – Vierlingsbeek 60
Totaal 477 km

* Inclusief omwegen voor boodschappen etc.

** Op basis van gecorrigeerde gps-data (deze zijn in onze ervaring ca. 25% hoger dan die van een barometrische hoogtemeter)