Skip to content 
Nederland
Grensroute deel 3: van Cadzand naar Delfzijl

Fietsen langs de Nederlandse kust

Nadat we vanuit Delfzijl de hele Nederlandse landsgrens met Duitsland (deel 1) en België (deel 2) hebben gevolgd, fietsen we vanuit Cadzand gewoon verder langs de rand van Nederland. Grenspalen komen we niet meer tegen op deze tocht langs de Nederlandse kust – de Noordzee aan onze linkerhand bepaalt de route voortaan (samen met de bordjes van de LF Kustroute), tot we weer terug zijn in Delfzijl en we de hele tocht langs de rand van het Nederlandse vasteland hebben voltooid. De wind kan in de kuststreken een geduchte tegenstander zijn, en daarom zoeken we dagen uit met een gunstige zuidwestelijke windrichting om de etappes te rijden. Dat scheelt een enorme hoop gezwoeg, afgaande op de verbeten gezichten van de tegenliggers zonder motorische ondersteuning (overigenseen minderheid tussen alle e-bikes).

We zijn de laatste grenspaal bij het Zwin gepasseerd en fietsen in noordoostelijke richting naar Breskens, waar de veerboot naar Vlissingen aanmeert. Rechts van de smalle duinenrij zien we geen enkel normaal dorp, maar uitsluitend grote bungalownederzettingen, en dankzij het mooie weer is het behoorlijk druk op het fietspad. Zo te horen vieren hier ook veel Duitsers en Belgen vakantie. De populaire Fritura 't Gemaal bij het Roompot vakantiepark in Nieuwvliet heeft het er flink druk mee. Ze verkopen er prima fish and chips.

De veerpont van Breskens naar Vlissingen is voor fietsers de enige manier om vanuit Zeeuws-Vlaanderen naar Walcheren over te steken (op de (fiets)bus door de veel oostelijker gelegen Westerscheldetunnel na). Grote blikvangers bij de Vissershaven in het gezellige historische centrum van Vlissingen zijn de Oranjemolen en een standbeeld van admiraal Michiel de Ruyter, de beroemdste zoon van de stad. Over de boulevard en later door de smalle duinenrij fietsen we westwaarts naar Zoutelande (van Bløf-faam) en Westkapelle, waar een Brits landingsvoertuig pp de zeedijk naar de geallieerde invasie in november 1944 verwijst. Voor die invasie werd de dijk (en daarmee ook grotendeels het dorp) kapot gebombardeerd, zodat Walcheren onder water kwam te staan om de Duitsers te verdrijven. Westkapelle ziet er na de wederopbouw in de jaren vijftig met de vele rode pannendaken opvallend eenvormig uit.

Het toerisme regeert langs de Zeeuwse duinkust; overal wapperen de Landal- en Roompotvlaggen. Tussen Domburg en de Oosterscheldekering liggen enorme bungalowcomplexen achter de duinen, met af en toe een dorpje zoals het gezellige Domburg, een van de oudste badplaatsen van Nederland. Na Domburg rijden we door een fraai bosgebied in de duinen, door de aanhoudende harde zeewind blijven de eikenbomen hier maar een paar meter hoog en hebben ze grillig gevormde, bijna horizontale takken, als in een impressionistische Van Gogh.

Onze kennis van de benamingen van de voormalige Zeeuwse eilanden en de diverse deltawerken schiet flink tekort, en deze tocht is de ultieme kans om lacunes in de geografische kennis aan te vullen. Zo leren we dat we vlak voor de Oosterscheldekering na de Veerse Gatdam nog een klein stukje Noord-Beveland meepikken en dat Zuid-Beveland niet alleen ten zuiden van Noord-Beveland ligt, maar ook ten oosten van Walcheren. De bijna 9 km lange Oosterscheldekering met het voormalige werkeiland Neeltje Jans, waar nu het bezoekerscentrum Oosterschelde is gevestigd, is een imposant kunstwerk, waar het opvallend blauwe water met flinke kracht tussen de pijlers door stroomt. De schuiven in de dam, die het zeewater moeten tegenhouden, worden maar zelden neergelaten, sinds 1987 nog geen dertig keer.

Op Schouwen-Duiveland rijden we door het polderland rond Burgh-Haamstede, want langs de kust lopen alleen wandelpaden. Dat geeft wat afwisseling. Nog voor de ooit beruchte jongerenvakantieplaats Renesse kunnen we weer door de duinen langs het strand fietsen, waarvoor we eerst een bizar steile helling moeten overwinnen. Ook het fiets- en voetpad naar het zeldzaam brede strand loopt steil omlaag – erg veilig lijkt het niet, met alle onervaren vakantiefietsers uit de vele campings en vakantieparken hier.

Op de Brouwersdam, die het Grevelingenmeer afsluit, staan honderden campers in allerlei soorten en maten geparkeerd. We vragen ons af waar die 's avonds allemaal blijven, want volgens de borden is overnachten verboden. We rijden Goeree-Overvlakkee op, maar dat we daarmee Zeeland verlaten en Zuid-Holland in fietsen, beseffen we pas de volgende dag. De 50 meter hoge vuurtoren wijst de weg naar Ouddorp, een merkwaardig dorp dat geheel uit vakantiehuizen lijkt te bestaan. Het strand is er erg mooi, met aan de einder de industriecomplexen op de Maasvlakte, waar we de volgende dag heen zullen fietsen.

Het fietspad slingert na Ouddorp door het natuurgebied Duinen van Goeree en Kwade hoek, een opvallend groen duingebied dat de illusie van oneindige uitgestrektheid biedt. "Kwade Hoek" duidt op de schepen die hier vroeger nogal eens in problemen kwamen door de gevaarlijke stromingen en zandbanken. Op de fiets zien we niet veel van de wadachtige omgeving daar. Het volgende eiland op de route is Voorne-Putten, dat we bereiken via de Haringvlietdam. Ooit waren Voorne-Putten en Goeree-Overvlakkee één eiland, maar bij een stormvloed in 1216 werd de duinenkust doorbroken en ontstond er een geul die tot een zeearm uitgroeide, het Haringvliet. De afsluiting heeft grote gevolgen gehad voor de natuur, onder meer in de Biesbosch; eb en vloed en het zoute water zijn verdwenen.

In Rockanje op Voorne-Putten is het een drukte van belang met rondrijdende automobilisten die een plekje bij de strandtoegangen zoeken. Rotterdam en de Randstad naderen, en dat is ook te horen aan het accent van de caissière in de supermarkt, altijd weer een opvallend fenomeen. Een paar kilometer verschil en je belandt in een andere wereld, zelfs in Nederland. De fietsroute door het kleinschalige natuurgebied Voornes Duin, met bos, weiden en duinen is heel afwisselend, en meteen na de Brielse Strekdam belanden we tussen de indrukwekkende industrie en containerhavens van de Maasvlakte. De overgang kan niet groter zijn, al zien we hier achter het kunstmatige duin op de Tweede Maasvlakte bij de Maasboulevard ook een enorm strand, dat druk wordt bezocht.

We fietsen naar de Antarcticahaven, vanwaar de Fast Ferry ons naar Hoek van Holland brengt. Voor slechts € 4,30 (fiets gratis) maken we een uitgebreide tocht van bijna een uur door het Rotterdamse havengebied, langs enorme containerschepen en indrukwekkende laad- en losinstallaties, waarij we ook nog een flesje water krijgen. Dit is Rotterdam-promotie op zijn best. (Je kunt de overtocht ook vanuit Transferium Maasvlakte maken, dat is iets korter.) Helaas vaart de Fast Ferry nogal onregelmatig, kijk eerst bij de dienstregeling. Circa 40 km omfietsen via het veer Rozenburg-Maassluis is het dichtstbijzijnde alternatief.

Tussen Hoek van Holland en Monster hebben we achter de duinen zicht op het uitgestrekte kassengebied van het Westland. Even later passeren we voor Kijkduin de Zandmotor DeltaDuin, een enorme kunstmatige zandbank in de vorm van een schiereiland, aangelegd om het zand tussen Hoek van Holland en Scheveningen te verspreiden. In de lagune wordt druk gekitesurft.

We rijden weer door de duinen, tot de haven van Scheveningen ons dwingt het grotestadsgewoel op te zoeken. Nauwelijks voorstelbaar dat Scheveningen tot ver in de 17e eeuw een vissersdorp was dat slechts door een duinpad met Den Haag verbonden was. Nog altijd varen er vissersschepen de Scheveningse haven binnen, en er is geen beter adres om voor een goede prijs verse vis te eten dan bij Simonis aan de Haven, een efficiënt semi-zelfbedieningsrestaurant waarvan er te weinig zijn in Nederland (op de hoek is ook een Simonis snackbar). De tong en de zwaardvis smaken ons prima.

We passeren de vergane glorie van de Pier van Scheveningen, die begin jaren zestig nog een paar miljoen bezoekers per jaar trok. De boulevard is hier flink opgeknapt, met leuke beelden van het museum Beelden aan Zee, dat geheel ondergronds achter de boulevard ligt. In de verte zien we reusachtige cruiseschepen, die sinds de coronacrisis voor anker liggen. De bebouwing houdt op en we rijden de uitgestrekte duingebieden van Meijendel en Berkheide in.

Ruim 12 km verderop bereiken we Katwijk, een badplaats met een vrij troosteloos ogende boulevard. Het dorp ligt aan de monding van de Oude Rijn, die ooit de grens van het Romeinse Rijk aangaf. Hier begint dan ook de Limes-fietsroute, die helemaal tot aan de Zwarte Zee loopt. Het iets verderop gelegen Noordwijk aan Zee heeft iets meer allure en telt een paar grote hotels. Een Geheimtipp voor de strandliefhebber is Langevelderslag, waar achter het eindeloze strand bij de opgang naar het duingebied slechts een paar horeca-etablissementen liggen. We lunchen hier bij Hoogies, waar misschien wel de beste friet van Nederland wordt geserveerd – - "huisgemaakt". Of misschien zijn we gewoon heel hongerig.

De wind blijft krachtig in onze rug blazen en helpt ons de steile heuveltjes op. We stoppen alleen even bij de resten van tankversperringen van de Duitse Atlantikwall uit WOII. In no time zijn we in de Amsterdamse strandkolonie Zandvoort. Op het circuit draaien bolides driftig rondjes. De Kennemerduinen zijn eveneens flink geaccidenteerd, maar de fietsroute loopt grotendeels onder de hoogste duinen langs, die tot 45 meter hoogte reiken. Helaas kunnen we niet over de sluizen in het Noordzeekanaal bij IJmuiden rijden, omdat die wegens langdurige werkzaamheden afgesloten zijn. We moeten omfietsen via de pont naar Velzen, pal langs het uitgestrekte Tata Steel-terrein, beter bekend als de Hoogovens (de fietspaden die daar op de Open Cycle Map staan aangegeven, zijn niet openbaar toegankelijk). De industriële omgeving, gecombineerd met de sjofele bebouwing, is ietwat deprimerend, vooral omdat het ook nog zachtjes begint te regenen.

In Wijk aan Zee is het leed geleden. Hier lijkt in vijftig jaar niets veranderd, het enorme weiland midden in het dorp waarop strandgangers 's zomers kunnen parkeren ligt er nog steeds.En het wordt nog beter als we het Noordhollands Duinreservaat binnenrijden, na betaling van € 1,80 toegang bij de pinautomaat. Een paar oudere e-bikers twijfelen of ze wel moeten betalen, maar ze gaan overstag als we stellig beweren dat er heel veel boswachters rondlopen. Ruim 30 km lang fietsen we door dit uitgestrekte duingebied, dat hier en daar een ware ongerepte wildernis lijkt. Bij Castricum beklimmen we een duin met een panoramisch uitzicht; alleen de Hoogovens aan de einder verstoren de illusie van eindeloze natuur.

Hoe noordelijker we komen, hoe stiller en landelijker het wordt; Bergen aan Zee blijkt een vredige vakantiehuizenenclave. In de Schoorlse duinen ligt met 55,4 meter het hoogste duin van Nederland maar dat zien we niet op onze route, want het ligt een eind landinwaarts bij het dorp Schoorl. Wel passeren we een spectaculair stuifduin met vrijwel wit zand, dat zelfs het fietspad dreigt te overstuiven. De bloeiende heide vormt een mooi contrast met al het lichte duinzand in dit gebied.

De Hondsbosshe Zeewering tussen Callantsoog en Petten blijkt niet meer te bestaan. De dijk die het gat dichtte dat na de Sint-Elisabethsvloed van 1421 was ontstaan en die in de loop der eeuwen steeds verder verstevigd werd, is een paar jaar geleden met miljoenen kubieke meters zand uit zee overdekt en verbreed. Zo is een nieuw duingebied met de toepasselijke naam Hondsbossche Duinen ontstaan. Bij Callantsoog zien we uitgestrekte bloembollenvelden, maar die zijn alleen in het voorjaar de moeite waard. Ze zijn dan een minder bekend alternatief voor de drukke bollenstreek bij Lisse.

In de luwte van de smalle, hoge duinenrij bereiken we met de wind nog altijd in de rug bereiken we recordsnelheden en voordat we het weten zijn we in Den Helder, dat geplaagd wordt door een enorme file van Texel-toeristen die op de boot wachten. We doen boodschappen in de Visbuurt, een treurige, armoedig ogende wijk, zoals je die in Nederland anno 2020 eigenlijk niet zou verwachten.

We rijden een stuk zuidwaarts tot aan het marinevliegveld De Kooy en passeren de dijk van het Amstelmeer, ooit aangelegd als "oefendijk" voor de Afsluitdijk. Het voormalige eiland Wieringen, een ijstijdrelict, is nog altijd herkenbaar in het landschap, het is licht geaccidenteerd (tot 12 meter boven NAP) en kleinschaliger van karakter dan de omringende polder. In Den Oever moeten we op de bus stappen, want de Afsluitdijk is voorlopig voor fietsers niet toegankelijk. Echt rampzalig is dat niet, we hebben de route al eens gereden toen we het IJsselmeer rond fietsten.

De bus rijdt tot Kornwerderzand, waar een Kazemattenmuseum is ingericht. Op deze plek wisten 225 Nederlandse soldaten in de meidagen van 1940 de opmars van ruim 17.000 Duitsers enige tijd te te stoppen. Friesland verwelkomt ons met het plaatsnaambord Zurich, waarop een grapjas twee puntjes op de u heeft geplaatst. De gelijkenis met de Zwitserse plaats legt de Friese dorp geen windeieren, want juist daardoor komen er veel bezoekers, ook uit het Alpenland. Een voorstel om de naam te wijzigen in het Friese Surch werd dan ook door de bevolking afgewezen.

Via de Waddenzeedijk is het nog maar een kilometer of tien naar de levendige vissersplaats Harlingen, waar de veerboten naar de Waddeneilanden Terschelling en Vlieland vertrekken. De meeste voetgangers op de kade lopen met koffers en rugzakken te sjouwen en er is volop horeca voor de vele reizigers. Grand Café Promenade, met uitzicht op de passagiershaven, serveert hier bijvoorbeeld prima maaltijden voor een redelijke prijs. Het centrum van Harlingen is zeker een bezoekje waard, bescheiden vissershuisjes worden afgewisseld door voornamere stadspanden, die op een welvarend verleden duiden. Overigens hoor je de plaatselijke bevolking hier weinig Fries spreken, de Harlingers zijn door de haven altijd meer op Holland georiënteerd geweest.

Na Harlingen hebben we nog twee etappes voor de boeg, die we in het laatste weekend van oktober willen voltooien. Het waait weliswaar stevig, maar de wind blaast uit de niet ongunstige zuidhoek, en het is zeker niet koud. Meteen buiten Harlingen begint de grote leegte achter de Waddenzeedijk, die belachelijk hoog lijkt als je een blik op het kalm kabbelende Wad werpt, maar het kan hier wel degelijk behoorlijk spoken. Af en toe staat er een huis of boerderij tussen de uitgestrekte aardappel- en suikerbietenvelden, maar dorpen of gehuchten ontbreken vlak achter de dijk. We rijden meestal door op de zee veroverd land, tussen de oude en de nieuwe zeedijk ("Sedijk") in, waar vrijwel geen nieuwe nederzettingen zijn gebouwd.

In de oude buurtschap Koehool passeren we het standbeeld van de Waadfisker, dat herinnert aan de haringvisserij, die hier ooit met fuiken vanaf de dijk werd beoefend. Vanaf de Zeedijk hebben we goed zicht op de Waddeneilanden, eerst Terschelling en later ook Ameland en Schiermonnikoog.

Vanuit Zwarte Haan vertrokken tot 1948 veerboten naar Ameland en Terschelling, maar door de aanleg van de Afsluitdijk slibde de vaargeul dicht en werd de veerdienst naar Ameland verplaatst naar het oostelijker gelegen Holwerd. Zwarte Haan is een beginpunt van het Jabikspaad, de pelgrimsroute die vanuit Friesland uiteindelijk naar Santiago de Compostela in Spanje voert, lezen we op een informatiebord. Dat zal wel te danken zijn aan het 6 km landinwaarts gelegen dorp Sint Jacobiparochie. Lange tijd volgen we de zeedijk, met af en toe een klimmetje om van het uitzicht over de Waddenzee en de kwelders te genieten, en dan komen we in Holwerd weer in de bewoonde wereld. Daar hebben we de gelegenheid boodschappen te doen bij de plaatselijke Coop. Tip: Bekijk tevoren waar je proviand wilt inslaan, want er zijn langs de route weinig winkels of horeca.

We nemen de kortste weg naar Wierum, wat betekent dat we een paar kilometer lang niet met de dijk aan onze linkerhand rijden. Ook wel eens fijn voor de afwisseling. Wierum heeft een mooi kerkje, waarvan het tufstenen front nog uit de 12e eeuw dateert. Ooit stond de kerk midden in de dorp, maar hier heeft de zee in de loop der eeuwen flink terrein gewonnen. Naast de kerk staat een monument voor 22 vissers, die tijdens een sneeuwstorm in 1893 omkwamen.

Ook Moddergat heeft in de dijkhelling een monument voor verdronken vissers. Tijdens een storm in 1883 kwamen maar liefst 83 vissers uit het dorp tijdens een zware storm op zee om het leven. Vanaf de dijk heb je een panoramisch uitzicht over het Waddengebied en op het pittoreske dorp onderaan de dijk, met zijn vele vissershuisjes. In een paar ervan is Museum ’t Fiskershúske gevestigd, waar je onder meer kun zien hoe de vissers in de 19e eeuw woonden.

Over de dam langs het Lauwersmeer bereiken we Lauwersoog, dat met nogal wat horeca en een vissershaven een pauze waard is. Dan volgt een lang stuk over een slechte weg door nieuwe natuur (gedeeltelijk defensieterrein) op nieuw land, waar ooit de Lauwerszee lag. We overnachten in Ulrum, een paar kilometer van de route, en rijden op een zonnige zondagochtend urenlang door een oneindig leeg landschap oostwaarts, nu eens aan de zeekant van de dijk, met uitzicht op kwelders vol vogels, en dan weer aan de landzijde, waar we over de landerijen kunnen uitkijken. Ook hier liggen de nederzettingen een eind landinwaarts.

De vogels stelen langs de Waddenkust de show. We zien enorme zwermen spreeuwen verschrikt opvliegen als we passeren en we genieten van de vliegkunsten van de jagende buizerds en valken, die van de thermiek van de dijk profiteren. En dan zijn er nog de kuddes schapen die de tientallen kilometers lange dijk begrazen en soms het pad versperren. Steeds weer moeten we afstappen om hekken te openen, en steeds weer rijden we over veeroosters die de schapen moeten tegenhouden.

Het laatste stuk naar Delfzijl valt niet mee: eerst het eindeloze industrielandschap van de Eemshaven, waar geen levende ziel te bekennen is, en daarna worden we door de harde wind gedwongen in de luwte van de dijk te fietsen en missen we de uitzichten over de Dollard. Een kilometer of tien volgen we een door meutes dijkschapen ondergepoept fietspad, moeizaam voortzwoegend. We bereiken de eerste flatgebouwen van Delfzijl en maken onze met excrementen besmeurde fietsen zo goed mogelijk schoon in een modderplas, voordat we het treinstation durven te betreden. We zijn Nederland rond, na ruim 1600 steeds weer verrassende kilometers langs de Duitse grens, de Belgische grens en de kust.

Gefietste route

Etappe Km* Stijging
in m**
Cadzand – Breskens 17
Vlissingen – Ouddorp (camping Zonnewende) 81
Ouddorp – Maasvlakte (Fastferry halte) 49
Hoek van Holland – Scheveningen 22
Scheveningen – Egmond (Heiloo) 101
Heiloo – Den Oever 87
Kornwerderzand – Harlingen 14
Harlingen – Ulrum 85
Ulrum – Delfzijl 60
Totaal 516 km

* Inclusief omwegen voor boodschappen, routes naar treinstation, camping etc.

** Op basis van gecorrigeerde gps-data (deze zijn in onze ervaring ca. 25% hoger dan die van een barometrische hoogtemeter)



Schenk De Wijde Wereld een kop koffie

koffie

Als je nuttige info hebt gevonden op De Wijde Wereld, kun je deze website steunen met een financiële bijdrage. Via de gele knop kom je op de donatiepagina op ons Wijde Wereld Blog.
Alvast hartelijk dank!

image