fietsreizen

Fietsreizen


fietsreizen
Via Luik, Dinant en Laon, 2018

Fietsen van Maastricht naar Parijs

Het leuke van Parijs is dat je er vanuit Nederland in nog geen week naar toe kunt fietsen, en dat maakt de Franse hoofdstad een mooie bestemming voor een eerste fietsvakantie, om te ervaren of zo'n tocht je echt bevalt. Dat wil nog niet zeggen dat het een tochtje van niks is, want je komt onderweg best wat heuvels tegen en in het noorden van Frankrijk zul je inkopen en overnachtingsplaatsen strak moeten plannen, want winkels, hotels en campings zijn er niet bepaald dik gezaaid. Wij begonnen de fietstocht in Maastricht, waarna we grotendeels het routeboekje Fietsen naar Parijs van Paul Benjaminse volgden.


Van Maastricht naar Durbuy

Vanuit Maastricht kun je simpelweg zuidwaarts langs de Maas en later het Albertkanaal richting Luik rijden, maar dat is na de Belgische grens een tamelijk troosteloze tocht langs rommelige industrieterreinen. En zodra je Luik bereikt, wordt het beeld langs de Maas bepaald door brutalistische hoogbouw in grauw beton. Voor het aangename, gezellige Luik, dat ook bestaat, moet je in elk geval niet langs de druk bereden rivieroever zijn. Omdat we niet zoveel tijd hebben, kiezen we ervoor deze rechtstreekse route te volgen, maar als je geen haast hebt, kun je beter vanuit Maastricht via Slenaken de voie verte/RAVel over het tracé van de voormalige spoorweg (lijn 38) door het mooie Land van Herve naar Chênee aan de Ourthe nemen. Reken daar wel een dag extra voor, met wat klimwerk aan het begin.


Na Luik wordt de route meteen aantrekkelijker en we fietsen over rustige paden langs de steile rotsen die de oever van de Ourthe flankeren. Toen we hier een paar jaar geleden fietsten, op weg naar Vézelay, was de route (RAVeL 7) soms lastig te vinden en te berijden, maar dat is nu veel beter. Alleen vlak voor Hamoir moeten we nog een paar kilometer over een smal bospad fietsen en zelfs een paar honderd meter lopen wegens omhoogstekende boomwortels. Bij regenval zal de route hier vast nog veel lastiger begaanbaar zijn.

We willen bij het mooi gelegen mini-stadje Durbuy ons kamp opslaan en kiezen er in Hamoir voor een stukje de grote weg te volgen. Dat blijkt een vergissing: de Walen scheuren als volleerde malloten over de heuvelige N831 en we zijn blij dat we veilig de camping weten te bereiken. Een Vlaming in een camper naast ons tentje vraagt of we niet "van de baan zijn gereden"; zelf werd hij naar eigen zeggen "expres" rakelings door jakkerende auto's gepasseerd toen hij langs de weg naar het dorp liep, zijn vrouw in een rolstoel voortduwend. De verkeersstatistieken geven hem gelijk: Wallonië telt jaarlijks bijna tweemaal zoveel verkeersdoden als Vlaanderen, om over Nederland nog maar niet te spreken.


Van Durbuy naar Vodelée

Om Benjaminses route naar Parijs op te pakken, moeten we via een steile helling het dal van de Ourthe uitklimmen. En daar blijft het niet bij. De knooppuntbordjes volgend krijgen we de ene na de andere pittige klim tot 11% voor de kiezen, gelukkig wel over mooie kleine weggetjes in een afwisselend landschap van bos, weilanden en korenakkers. We ondervinden weer eens dat fietsen in de Ardennen even zwaar kan zijn als in het hooggebergte. Na een paar uur zwoegen bereiken we het fietspad over het tracé van de voormalige spoorlijn 126 en met de noordenwind in de rug kunnen we flink opschieten. Bij de oude stationsgebouwtjes stappen we even af om de interessante informatieborden te bekijken, die over het leven langs de spoorlijn in de eerste helft van de vorige eeuw verhalen.

Dinant met zijn markante rots lijkt niet veel veranderd sinds de jaren zestig, toen je met de toerbus vanuit Zuid-Limburg excursies hierheen kon maken om met het buitenland kennis te maken. Ook Givet, vlak over de grens "helemaal in Frankrijk", stond daarbij op het programma. Wij volgen de Maas tot vlak voor het dal van Givet, dat als een priemende vinger België in steekt, en klimmen kalmpjes naar Vodelée met zijn curieuze verblijfscamping, waar tot in de avond een radiozender door de luidsprekers op het terrein schalt, als op een communistische Cubaanse campismo. Het veldje voor passanten is verder prima in orde.

Van Vodelée naar Marcy-sous-Marle

De volgende voie verte die we 30 km lang over een kaarsrecht pad volgen (lijn 156) eindigt in Mariembourg, een voormalig vestingstadje met geometrisch stratenpatroon, waar een supermarkt, een bakker en zelfs een café zijn (de eerste voorzieningen van de dag). Tot onze verrassing zien we een wel heel antiek treintje langsrijden. Is het hier zo achtergebleven? Maar nee, het spoor blijkt een museumlijn met bijbehorend station annex museum, waar nog een paar stoomlocs te bewonderen zijn. We passeren de Franse grens bij het gehucht Cendron, waar Amerikaanse troepen in september 1944 tijdens het grote bevrijdingsoffensief voor het eerst de grens naar België overstaken. Een gedenkteken vlak voor de grens herinnert daar nog aan.

Eenmaal in Frankrijk verandert het landschap nauwelijks: weiden, veel graanvelden, bosschages en bescheiden dorpen zonder voorzieningen (pas in Montigny-sous-Marle is een supermarkt). Het enige opvallende in deze grensregio zijn de bovenmaatse vestingkerken (of weerkerken), zoals die in Plomion. In deze met donjons en hoektorens versterkte godshuizen verschansten de dorpelingen en boeren zich in de Tachtigjarige Oorlog om zich tegen rondplunderende soldaten te beschermen. We eindigen de etappe op de vriendelijke boerderijcamping van Marcy-sous-Marle, waar het "droge toilet" zonder waterafvoer ons voor raadsels stelt.


Van Marcy-sous-Marle naar Attichy

In de open vlakte is de hooggelegen oude vestingstad Laon met zijn enorme vroeg-gotische kathedraal uit de 12e eeuw al van verre zichtbaar. In plaats van de hoofdroute kiezen we een smal weggetje uit om de 100 meter hoge kalksteenheuvel te beklimmen, maar we moeten ons al snel gewonnen geven; een stijgingspercentage van 16% is echt te gortig voor de bepakte fietsen. Tip: mijd deze Rampe Saint-Just en kies een andere route. Na een hoop geploeter kunnen we vanaf de vestingmuren van een schitterend uitzicht over de Franse campagne genieten.


Op weg naar het dal van de Aisne is de route wat heuvelachtiger geworden; in een bosrijke omgeving bedwingen we een paar hellingen van zo'n 100 meter stijgen met 5 à 6%, die in de warmte voor een paar zweetdruppels zorgen. Ineens doemt de enorme norbertijnen-abdij van Prémontré op. We willen lunchen in het prachtige park dat het gebouw omringt, maar bezoekers blijken niet welkom: er is een psychiatrisch centrum gevestigd. Even later brengt de route ons in een andere vestingstad, Coucy-le-Château-Auffrique, met de restanten van een enorm kasteel, dat in de Eerste Wereldoorlog grotendeels verwoest werd. Vergeet na de afdaling naar het dal van het riviertje de Ailette niet achterom te kijken; je hebt dan een prachtig uitzicht op de indrukwekkende omwalling van het stadje. In het Aisne-dal zijn de dorpen welvarender en lieflijker. Dit lijkt zeker een leuk fiets- en wandelgebied voor een lang weekend, bijvoorbeeld vanuit de camping van Attichy, waar we de laatste overnachting voor Parijs doorbrengen. Dat ganzen het ons toegewezen trekkersveldje langs het meer overvloedig bemesten, nemen we maar voor lief. We maken er achteraf een opmerking over, waarna de campingbeheerder vraagt of hij de ganzen dan maar moet afschieten!?

Van Attichy naar Parijs

We klimmen over een smal, steil weggetje het dal van de Aisne uit en staan opeens oog in oog met een enorm, Efteling-achtig sprookjeskasteel, de burcht van Pierrefonds. We vermoeden dat de 19e-eeuwse fantasierijke bouwmeester Eugène Viollet-le-Duc (bekend van de vesting van Carcassonne en Mont-Saint-Michel) hier flink aan de slag is geweest en dat blijkt te kloppen. Hij heeft vanaf 1858 de middeleeuwse ruïne tot een pretkasteel omgevormd. Het heeft in elk geval geloond, want het wemelt hier van de toeristen op deze zonnige 14 juli-ochtend, de Franse nationale feestdag.


Saint-Jean-aux-Bois, midden in een uitgestrekt bos, heeft een rij mooie abdijhuizen en even later passeren we een Gallo-Romeins theater, waarvan alleen de contouren nog zichtbaar zijn. Het is in elk geval een mooie, beschaduwde picknickplek in deze landelijk omgeving, met heel veel korenvelden. Af en toe zetten we aan voor een korte klim, zoals naar Montépilloy, waar de enorme, 35 m hoge donjon van de kasteelruïne op de heuvel al van veraf zichtbaar is. De graanoogst is in volle gang, en op de droge akkers werpen tractoren grote stofwolken op. We naderen Parijs en moeten met een grote boog om de luchthaven Charles de Gaulle heen rijden. Terwijl de Boeings laag over ons heen gieren, dalen we in flinke vaart naar het Seinedal af.

Opeens belanden we in stedelijk gebied, maar het vele kilometers lange fietspad langs het Canal de l'Ourcq biedt een probleemloze manier om de Parijs binnenstad te bereiken, al is het in het begin oppassen voor tegemoet razende mtb'ers op de loeisteile hellinkjes in het pad. De banlieus doorsnijdend arriveren we in het Parc de La Villette binnen de Boulevard Périférique, waar de 14e juli volop wordt gevierd. We hebben Parijs gehaald. Dan is het nog een halfuurtje fietsen naar ons hotel in de wijk Bercy, waar de volgende dag de Flixbus klaar staat om ons naar huis te brengen.

Gefietste route

Etappe Km* Stijging
in m**
Maastricht – Durbuy (Mobilhome du Védeur (met plek voor tentjes)) 83 825
Durbuy – Vodelee (Camping La Vallé Merveilleuse) 91 952
(Vodelée – Marcy-sous-Marle (Camping Berger du Val de Serre) 108 960
(Marcy-sous-Marle – Attachy (Camping de L'Aigrette) 92 915
Attachy – Parijs (Bercy) (Hotel Kyriad Bercy) 116 1043
Totaal 490 km
* Inclusief omwegen voor boodschappen etc.
** Op basis van gecorrigeerde gps-data (deze totalen zijn in onze ervaring ca. 25% hoger dan die van een barometrische hoogtemeter)