Skip to content 
Nice
Oostelijke Cote d'Azur

Stedentrip Nice en Monaco: flaneren langs de Middellandse Zee

Met illustere plaatsen als Nice, Cannes, Monte Carlo en niet te vergeten St.-Tropez staat de Cote d'Azur bekend als speeltuin van de rijken en zeer rijken, maar als modale toerist kun je je er ook uitstekend vermaken, ook of zelfs vooral in de winter. Nice is met zijn drukke luchthaven en gezellige binnenstad een prachtbestemming voor een stedentrip, en dankzij de spoorlijn langs de kust kun je je heel gemakkelijk verplaatsen en een kijkje nemen in Monaco, Menton of zelfs Ventimiglia en San Remo over de Italiaanse grens.

Dankzij het milde klimaat kun je Nice prima 's winters bezoeken, het is er dan vaak mooier weer dan in het vrij natte voorjaar; ook in januari en februari zijn de terrassen vaak goed bezet. Boek je ticket en vlieg naar de Franse zuidkust!

Het hart van nice is de Vieille Ville, het historische centrum aan zee dat met zijn pleintjes en okergele huizen onmiskenbaar een Italiaanse sfeer ademt – Nice behoorde tot 1860 langdurig tot het Italiaanse Huis van Savoye-Piemonte. Hier vind je leuke winkeltjes vol snuisterijen en Franse producten uit stad en land, zoals Provençaalse olijfolie en kruiden.

Voor het mooiste uitzicht over Nice, het strand en de Middellandse Zee kun je vanaf de Rue des Ponchettes in de Vieille Ville de lift naar de bijna 100 meter hoge kasteelheuvel nemen. Soms is de lift gesloten en dan is het flink trappen klimmen, maar de panoramische blik vanaf de Tour Bellanda en hoger op de stad Nice, het strand en de azuurblauwe zee is onvergetelijk.

In het park op Colline du Château kun je heerlijk wandelen tussen subtropische flora en heb je zelfs uitzicht op de 's winters besneeuwde Alpes Maritimes in het noordoosten. Het is mogelijk aan de andere kant af te dalen naar de jachthaven, waar je in een van de vele brasseries kunt lunchen. Een fraaie wandeling door een vaak verrassend rustig park, waar ook nog een schitterende waterval en resten van het oude kasteel te zien zijn.

Tussen de oude stad en het 19e-eeuwse Nice ligt een lange en vrij brede groenzone, van het beroemde hotel Négresco aan de Promenade des Anglais tot aan het MAMAC-museum. Ooit stroomde hier de rivier de Paillon, die de oude stad van de nieuwe wijken scheidde, maar die loopt tegenwoordig ondergronds. Statige palmen, waterpartijen en klassieke hotels aan de flanken geven deze groene allee allure. Bij mooi weer is het hier tijdens lunchtijd een drukte van belang, als de vele omliggende kantoren leegstromen.

Musea

Het opvallende MAMAC-museum voor moderne kunst aan het eind van de groenzone heeft een collectie die nogal wisselend van kwaliteit is, maar niet te missen zijn hier de zalen met het wereldberoemde intense blauw van Yves Klein. Ook het panoramische uitzicht over de stad vanaf het museumdak is de moeite waard. Een 24-uursticket voor de meeste musea in Nice kost € 10, en biedt behalve tot het MAMAC nonder andere toegang tot de Villa Masséna, het Palais Lascaris, een sfeervol stadspaleis met fraaie wandschilderingen dat als museum voor muziekinstrumenten is ingericht, en het Musée des Beaux-Arts.

Villa Masséna heeft prachtige kamers in Belle-Époquestijl en een Engelse tuin, waar een gedenkteken is ingericht voor de slachtoffers van de terroristische aanslag van 2016. Naast de villa staat hotel Negresco, van oudsher een befaamde logeerplek voor de rich and famous. Kamers vanaf € 450 per nacht, geen toegang tot het prachtige interieur als je er niks te zoeken hebt. Je bent uiteraard wel welkom voor een glas champagne in de bar voor € 26, of beter nog 2 glazen met 30 gram kaviaar voor € 250.

Wandelingen rond Nice

Langs de kuststrook bij Nice kun je prachtige wandelingen maken, waarbij de spoorlijn langs de kust goede diensten bewijst. Zo kun je vanuit Baulieu-sur-Mer fraai bergopwaarts naar Saint-Michel wandelen en vervolgens naar Èze-Bord-de-Mer afdalen, een wandeling van 6,5 km. Onderweg heb je prachtige uitzichten over de kuststrook en vooral op het schiereiland van Cap-Ferrat (zie kaartjes voor gpx-bestand).

Vlak bij het station van Beaulieu-sur-Mer ligt de Villa Kerylos, een zorgvuldig nagebouwde antieke Griekse villa met prachtig ingerichte kamers uit het begin van de 20e eeuw, en 2 km verderop op Cap Ferrat vind je de Villa Ephrussi de Rothschild, beroemd vanwege de schitterende mediterrane tuin.

Het is mogelijk helemaal om Cap Ferrat heen te wandelen, maar door de hoge heggen en hekwerken om de villa's van de vips hier is het uitzicht nogal eens beperkter dan je zou willen.

Tussen Cap d'Ail (treinstation) en het dwergstaatje Monaco is een kustpad van circa 6 km aangelegd dat langs villa's, strandjes en rotsige kuststroken voert. Bij Cap Rosogno kun je eventueel een stukje hogerop de helling lopen, wat mooie uitzichten oplevert.

Eenmaal in Monaco kun je naar de schitterende Jardin Botanique (botanische tuin) hoog (140 m) op de dichtbebouwde helling lopen, maar in de chaotische wirwar van straten is het lastig de juiste richting aan te houden. Er zijn her en der liften, waarmee je flink kunt afsnijden, maar dan moet je wel weten waar je die kunt vinden... Vanuit de botanische tuin heb je een schitterend uitzicht over de oude stad van Monaco met daarachter Monte Carlo en het casino. De perfect onderhouden tuin is gespecialiseerd in vetplanten en cactussen en is daarmee ook 's winters zeker een bezoek waard. Het schijnt dat er warmtekabels in de grond liggen om de kwetsbaarste planten 's winters te beschermen.

Monaco

Op het Vaticaan na is Monaco de kleinste zelfstandige staat ter wereld. Het grondgebied is vrijwel geheel volgegebouwd met lelijke flats vol belastingvluchtelingen. Toch is een bezoekje lonend, want de pronkzucht van de nouveaux riches is nergens duidelijker zichtbaar dan bij het Place du Casino, waar de ene na de andere Porsche of Bentley voorrijdt en de goklustigen zich laten bewonderen door het samengestroomde publiek. Een merkwaardig schouwspel, dat vanaf het terras van het Café de Paris prima te volgen is. Voor je daar kunt plaatsnemen, word je gefouilleerd. Reken op minimaal € 12 voor een cappuccino en € 17 voor een biertje.

Naast het casino heeft Monaco nog een echte attractie van formaat, namelijk het Musée Océanographique de Monaco, Dit aquarium en maritiem museum is in 1906 gesticht door prins Albert en is in een monumentaal gebouw aan zee in de oude stad gevestigd. De aquaria zijn van grote klasse en ook het oceanisch museum is een bezoek waard. Bij de aquaria wordt uitleg gegeven op tabletschermen, en gelukkig zijn die hier niet kapot, zoals in veel musea. Elk uur is er een sound & lightshow in de zaal met de walvisgeraamtesis. Vergeet niet de trap naar het dak te nemen, het uitzicht op zee, stad en bergen is indrukwekkend.
Tip: de straten van Monaco zitten altijd verstopt en parkeren is een crime. Neem de trein voor een bezoek. Als je je treinkaartje bij de kassa laat zien, kan dat korting opleveren.